Belastingangstig

0610CULellen1

Afgelopen vrijdag reisde ik met het openbaar vervoer van Rotterdam naar een dorpje in Vlaanderen. Veertig minuten deed ik over het Nederlandse deel van de reis (dat 70 procent van de afstand besloeg), tweeëneenhalf uur over de rest. Ik had beter vanaf de grens een driewieler kunnen nemen.

Voor de terugreis regelde ik dus maar een taxi die me bij station Roosendaal zou afzetten. Ik realiseer me altijd pas nadat ik in een taxi ben gestapt dat er ook iets van me wordt verwacht: een gesprekje, al was het maar uit beleefdheid, net zoals bij de kapper, omdat ze anders je hoofd eraf knippen. Gelukkig had mijn chauffeur een goed humeur. Hij heette Eddie, had jaren in het leger gezeten en rook naar een prettige mix van aftershave en tabak. Helaas bracht hij het gesprek vrijwel direct op belastingen en dat deed hij zo fanatiek dat ik er niet meer tussen kwam.

Om onduidelijke redenen word ik altijd bloednerveus van dat onderwerp. Niet dat ik iets te verbergen heb: ik ben zo bang voor een belastingaanslag, dat mijn boekhouding tiptop in orde is. Ik heb het nummer van mijn accountant op mijn mobiel opgeslagen onder ‘De Leraar’. En toch heb ik altijd het idee dat de fiscus erop uit is me tot de laatste euro uit te wringen en hyperventileer ik al bij het woord ‘aangifte’.

Eddie kon dat natuurlijk niet weten en ratelde maar door over hoe schandalig het systeem in Vlaanderen was. „Ze wijzen u op uwe plichten maar niet op uwe rechten!”, zei hij op een gegeven moment boos. Ik humde maar bevestigend en probeerde hem zich niet te veel te laten opwinden want hoe bozer hij werd, hoe harder hij begon te rijden. We sjeesden inmiddels al met 95 kilometer per uur door de bebouwde kom. Terwijl de bordjes met ‘Minder uw vaart, denkt aan onze kinderen’ voorbijraasden, zette zijn opmerking me ook aan het denken. Misschien floreert een overheid wel bij de gratie van mensen zoals ik, die belastingangstig zijn. We willen zo min mogelijk met de fiscus te maken hebben, dus zodra we onze aangifte hebben opgestuurd, hebben we echt geen zin om ook nog achter onze rechten aan te zitten. Misschien ben ik niet de enige en dankt de staat daar jaarlijks wel miljoenen aan: ik ken weinig mensen die niet geestbleek worden als je in een gesprek het woord ‘naheffing’ laat vallen.

We reden verder en Eddie ratelde door en ik dacht, terwijl we een pittoresk dorpje passeerden, plots hoe er sinds de Middeleeuwen toch weinig veranderd is. Anno 2016 wordt er nog steeds van onwetendheid geprofiteerd. Anno 2016 zijn we nog steeds deeltijdhorigen.