50 dagen onschuldig vast, straks ook hier in Nederland

Opinie Terreurverdachten krijgen al een langer voorarrest dan andere ‘moordverdachten’. Maar overdrijf niet, betoogt advocaat Tamara Buruma.

Foto ANP

Verdachten van terrorisme, zoals Syriëgangers, mogen tot wel twintig dagen vastgezet worden. Als het Openbaar Ministerie dit voorarrest wil verlengen, moet de verdenking van een terroristisch misdrijf zo hard zijn dat er sprake is van ernstige bezwaren tegen vrijlating.

Bij andere verdachten, denk aan verkrachting of moord, moet dat al binnen zes dagen. In alle gevallen moet er in ieder geval sprake zijn van een ‘gewone verdenking’. Voor een gewone verdenking kan bijvoorbeeld een politietip al genoeg zijn, voor ernstige bezwaren zal die tip moeten worden ‘opgeplust’ met aanvullend bewijs zoals getuigenverklaringen.

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) wil de termijn voor terrorismeverdachten nu oprekken naar vijftig dagen. In zijn redenering zitten drie fundamentele fouten.

Ten eerste lijkt de minister uit te gaan van het onjuiste beeld dat een terrorismeverdachte ervan verdacht wordt ernstig geweld te hebben gebruikt. Verreweg de meeste terrorismeverdachten worden er helemaal niet van verdacht zelf geweld te hebben gebruikt, maar zijn in een (verre) voorfase daarvan aangehouden. Ze worden er bijvoorbeeld van verdacht naar Syrië te willen gaan, maar zijn al in Nederland aangehouden. Of ze worden ervan verdacht teksten op internet te hebben geplaatst.

Ten tweede is de kennelijk door het OM ingenomen stelling dat de huidige middelen onvoldoende zijn, niet goed herkenbaar. Juist bij verdenkingen van terrorisme wordt het ‘ernstige bezwarencriterium’ tegenwoordig al erg ruim toegepast. De zaken waarin de voorlopige hechtenis ondanks een verzoek van de officier van justitie worden afgewezen zijn dan ook meestal zaken waarin er ook onvoldoende ‘gewone’ verdenking is; daar verandert het nieuwe systeem niets aan. Bovendien kan het OM na het uitlezen van bijvoorbeeld een telefoon alsnog een verdachte aanhouden; iets dat in de praktijk ook gebeurt, bijvoorbeeld als de officier van justitie zelf in eerste instantie onvoldoende verdenking zag.

En ten derde, de minister lijkt blind te zijn voor de gevaarlijke consequenties van zijn wetsverruiming. Want hoewel die dertig extra dagen vanuit strafvorderlijk oogpunt dus eigenlijk niet nodig zijn, zijn het dertig extra dagen waarin de verdachte, maar ook zijn familie en zijn omgeving, zich onheus bejegend voelt door de overheid. Daarbij gaat het dus bovendien om verdachten waar kennelijk heel weinig bewijs tegen bestaat. De kans dat na die extra dertig dagen er alsnog voldoende bewijs is om iemand te veroordelen is een stuk kleiner dan in andere zaken, terwijl het risico op een onterechte detentie groter is; als er slechts aanwijzingen nodig zijn, is de kans dus ook groter dat je iemand die niets gedaan heeft dertig dagen extra vastzet.

Dertig extra dagen opgesloten, op het zwaarste regime in Nederland, dertig extra dagen nauwelijks contact met de buitenwereld (dat is het verschil tussen je baan en je huis kunnen behouden of die verliezen), dertig extra dagen het gevoel hebben gediscrimineerd te worden, dertig extra dagen tussen medegevangenen die de woede tegen de Nederlandse overheid kunnen voeden. Zelfs als je oprecht gelooft dat je er dertig extra dagen bescherming tegen criminaliteit mee wint, is het de negatieve consequenties niet waard.