1.280 varkens in nood en dan wegkomen met een vermaning

Vastgeklemd in kleine, stalen boxen, zonder voldoende vers water of afleiding. De rechter laat na de verantwoordelijke varkensboerin serieus te straffen, betoogt .
Foto Istock

De cijfers spreken voor zich. Globaal gesproken krijgt jaarlijks 10 procent van de varkenshouderijen bezoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Deze controles worden vrijwel altijd aangekondigd, waardoor de boer ruim de tijd heeft om kwalijke zaken te verbloemen. Bovendien wordt er op een aantal belangrijke misstanden, zoals de verstikkende stallucht die bij pakweg de helft van de varkens voor longproblemen zorgt, niet gecontroleerd. Desondanks constateert de NVWA dat 35 procent van de gecontroleerde varkensboeren in overtreding is.

Van hen krijgt ruim 75 procent een waarschuwing. In minder dan een kwart van de gevallen wordt een boete opgelegd en bij een zeer kleine minderheid is er een proces-verbaal. Dat betekent echter niet dat dit groepje varkenshouders zich zorgen hoeft te maken. Medewerkers van de NVWA klagen namelijk steen en been dat hun rapporten bij het Openbaar Ministerie steevast in de shredder gaan; de meeste zaken worden geseponeerd.

Een uitzondering vormt de recente zaak tegen een varkensboerin uit Maarheeze, die zich wél voor de rechter moest verantwoorden. Volgens de tenlastelegging hadden 1.280 varkens geen beschikking over voldoende vers water, moesten de dieren het stellen zonder afleidingsmateriaal en stonden zeugen permanent vastgeklemd in een kleine stalen box, zonder dat ze zich konden omdraaien.

Dit zijn drie duidelijke wetsovertredingen. Vers water is een basisbehoefte, waarin elke boer moet voorzien. Datzelfde geldt – hoe frivool het misschien ook klinkt – voor afleidingsmateriaal. Varkens zijn slimme dieren, die apathisch worden of dwanggedrag als staartbijten gaan vertonen als ze zich vervelen. Daarom stelt artikel 9.2 van het Besluit houders van dieren dat er ‘stro, hooi, hout, zaagsel, compost van champignons, turf of een mengsel daarvan’ aanwezig moet zijn in elke stal. Groepshuisvesting voor zeugen is bovendien verplicht; ze mogen slechts vijf weken rond elke bevalling en vijf dagen per inseminatieronde in zo’n kooi staan.

In plaats van schuld te bekennen en berouw te voelen over de slechte verzorging van zijn dieren verzetten de varkensboerin en haar advocaat zich met hand en tand tegen de aanklacht. Met succes. Want al achtte het gerechtshof in Den Bosch alle drie de feiten bewezen, de rechter stuurde de boerin vorige week toch met een voorwaardelijke boete naar huis. Een zwaardere sanctie was niet nodig, zo luidde het oordeel, omdat de vrouw nooit eerder strafrechtelijk was veroordeeld. Een merkwaardig argument, gezien het feit dat varkensboeren zelden of nooit worden voorgeleid. Verder ging het financieel slecht met de boerin in kwestie en was zij gekort op Europese subsidies. En dat vond de rechter blijkbaar straf genoeg voor het mishandelen van ruim 1.200 varkens – om nog maar te zwijgen van de duizenden dieren in voorafgaande jaren.

Zo’n arrest is desastreus. In de eerste plaats voor de bereidheid van boeren om wetgeving op het gebied van dierenwelzijn na te leven; er kraait immers toch geen haan naar. Dat uit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van Varkens in Nood, blijkt dat 81 procent procent van de boeren geen of slecht afleidingsmateriaal in de stallen heeft, wekt in dat licht geen verbazing. De toch al overbelaste en weinig gemotiveerde NVWA-inspecteurs zullen evenmin fanatieker worden door zo’n vonnis. Want als ze al een keer hun best doen, stuiten ze eerst op een onwillig OM en vervolgens op een rechter die het niet goed verzorgen van zo veel dieren als een bagatel beoordeelt. En daardoor blijven dit soort wantoestanden bestaan.

Hans Baaij is voorzitter van Varkens in Nood.