Zijn coaches werden hem fataal

Portret Bert van Oostveen

De KNVB heeft weer ruimte om te ademen. Met het vertrek van Bert van Oostveen is Zeist af van de kritiek op zijn functioneren.

Foto Koen van Weel/ANP

Er valt Bert van Oostveen genoeg voor de voeten te werpen. Inschattingsfouten, ronduit lomp manoeuvreren in de crisis rond het voortbestaan van FC Twente en natuurlijk het geforceerde en uiteindelijk noodlottige continuïteitsdenken bij het aanstellen en verlengen van contracten van bondscoaches.

Maar dat Nederland ineens weer kan gaan voetballen nu zijn kop eraf is? De vraag stellen is hem beantwoorden. Het is, uiteraard, meer correlatie dan causaliteit dat Nederland tijdens Van Oostveens zesjarige termijn als directeur betaald voetbal afgegleden is van de nummer één plek op de FIFA-ranking van nationale elftallen naar plek 26.

En het is hoofdzakelijk – maar niet uitsluitend – aan de internationale marktontwikkelingen te wijten dat het clubvoetbal in een moeras van middelmaat is vastgelopen. De kampioen van de eredivisie zal zich in 2018 hoogstwaarschijnlijk ook moeten opmaken voor voorrondes om nog in de Champions League te geraken. Nederland daalt in de UEFA-ranking clubs af naar plek dertien. Dat was, bij Van Oostveens aantreden, nog een keurige achtste plek.

Symbool van neergang

Hoop gloort nu Van Oostveen weg is? Uiteraard niet. Meer dan de oorzaak is hij symbool van de neergang. Zijn vertrek geeft vooral de KNVB zelf ademruimte. Van Oostveen zei maandag dat „de organisatie niet meer los kwam van de kritiek” op zijn eigen functioneren. Die kwam overigens, volgens hemzelf, uitsluitend van de buitenwereld.

Op zijn vertrekkende schouders kan heel wat afgeschoven worden. KNVB, in casu Oranje, is met het missen van het EK afgelopen zomer in een verlammende negatieve spiraal terechtgekomen. Oranje zit nu nog met bondscoach Danny Blind, met dank aan Van Oostveen. Die bedacht de onzalige constructie waarbij de bedaagde Guus Hiddink het stokje zou overgeven aan de als hoofdcoach onervaren Blind, die nog nooit buiten de Nederlandse voetbalkeuken heeft gekeken. Dat werd een fiasco toen eerst Hiddink en daarna Blind faalde met Oranje. Blind zit er nu, beschadigd en al, aan de vooravond van een nieuw kwalificatietraject.

De staf rond het Nederlands elftal – zo werd afgelopen week pijnlijk zichtbaar – is niet op orde. De bondscoach voelt zich niet senang bij het aanstaande vertrek van teammanager Hans Jorritsma, op wiens aangekondigde afscheid volgens technisch directeur Hans van Breukelen twee jaar lang niet is geanticipeerd.

Van Oostveen spotte lange tijd met de welgemeende suggestie van een technisch directeur om de geplaagde bondsdirectie van voetbalknowhow te voorzien. Hij mocht daarbij zijn voorganger Henk Kesler graag aanhalen: „Wat moet een technisch directeur hier in Zeist doen dan, behalve serieus werken aan zijn golfhandicap?” Op aandringen van de raad van commissarissen kwam er dan eindelijk kwam op 1 juli een ‘td’, en nu blijkt hij, Hans van Breukelen dus, twee maanden na zijn aantreden zijn handen vol te hebben.

Nederlandse ziekte

De zegetocht van Louis van Gaal door Brazilië – brons voor Oranje op het WK van 2014 – was ook Van Oostveens finest hour. Maar hij zag ook in dat dat succes de Nederlandse ziekte camoufleerde. Hij onderkende dat het afglijden van het Nederlandse voetbal structureel en hardnekkig is, en in 2014 riep hij op tot een nationaal voetbalsymposium en een deltaplan. Het onder zijn leiding geïnitieerde en door technisch manager Jelle Goes opgemaakte rapport ‘Winnaars van morgen’ geniet brede steun in het complexe voetballandschap vol belangen en belangetjes, maar de implementatie ervan is een project waar nog jaren over heen gaat.

Ondertussen boekte Van Oostveen een aantal weinig beeldbepalende successen. Het EK voor vrouwen komt naar Nederland, in 2017, en daar is Van Oostveen toernooidirecteur van. De KNVB-campus in Zeist zal Oranje de wereldtitel niet bezorgen, maar die is toch maar mooi van de grond gekomen. Maar Van Oostveen kon al geen goed meer doen: zo’n vaart was het inmiddels gelopen met de directeur betaald voetbal.

Dedain

Hij onderhield met de voetbalpers – met al de gebreken en onzuivere lijntjes daarbinnen – niet de innige relaties die zijn voorganger Henk Kesler wel onderhield. Die speelde dat spel beter. Die gunde de voetbaljournalistiek – en de lezer, en de supporter – dat opportunisme. Maar Van Oostveen, afgestudeerd politicoloog en bestuurskundige, kon het niet laten om kortzichtigheid in beschouwingen met het nodige dedain tegemoet te treden. „Achteraf heeft iedereen gelijk en de beste stuurlui schrijven een stukje in de krant”, zei hij in gesprek met NRC.

De afgang van Oranje, dat zich niet wist te kwalificeren voor het EK dat voor het eerst liefst 24 deelnemers telde, is hem fataal geworden. Dat de KNVB, zoals Van Oostveen nu graag als zijn belangrijkste nalatenschap aanmerkt, financieel gezond is en winstgevend, zal een voetnoot blijken. „In deze prestatiewereld ben je afhankelijk van de resultaten die trainers behalen”, zei Van Oostveen maandag. „Dat laat onverlet dat je verantwoordelijk bent voor de aanstelling van die trainers.”

Daarin heeft hij gelijk: zijn bondscoaches werden zijn ondergang.