Wat dóe je eigenlijk in No Man’s Sky, behalve rondkijken?

No Man’s Sky

Naar ruimtegame No Man’s Sky werd jaren uitgekeken door gamefans. Het spel was al een succes voor het verscheen. Nu de game er is, valt hij tegen.

Het grootste probleem van No Man’s Sky is misschien wel dat ontdekking en verwondering níet het hart van het spel zijn. ©

Op de planeet Obbenkoeken voel ik me thuis. Het gras is groen, de atmosfeer zachtgeel. Door het struikgewas sluipen gestreepte tijgerbeesten, die ik Obmaanse duivels heb genoemd. Maar waar ik het meeste van geniet zijn de immense steenpilaren die oprijzen uit de Obkoekse aarde en alle kanten op kronkelen als wortels van een stokoude boom.

Planeet Obbenkoeken is een planeet in de game No Man’s Sky. Een planeet uit triljoenen. Letterlijk: het speluniversum is gevuld met 18 triljoen unieke planeten. Dat is moeilijk voor te stellen. Het helpt niet als ik zeg dat één triljoen een miljardmiljard is. Ter vergelijking: in een mensenleven zitten 42 miljard seconden. Onze melkweg bevat 200 miljard sterren. En een mensenlichaam bestaat uit tienduizendmiljard cellen.

Geen speler zal ooit alles kunnen zien wat No Man’s Sky te bieden heeft. Sterker nog: de makers verwachten dat alle spelers maar een fractie van het universum zullen verkennen. De kans dat twee spelers bij toeval op dezelfde planeet landen is praktisch nul.

Bedenk dat elk van die miljarden planeten een unieke flora, fauna en geologie heeft, en het wordt duidelijk hoe bijzonder de game No Man’s Sky precies is. Zelfs de makers weten niet wat er op een planeet te zien zal zijn voordat ze er zijn geland.

De gametrailer uit 2013:

No Man’s Sky werd in 2013 aangekondigd met een gelikt filmpje vol ruimtegevechten, voorbijrazende zandwormen en de belofte van oneindigheid. Mede door enthousiaste previews op gamesites groeide No Man’s Sky uit tot een ongekende hype. Ook NRC blikte likkebaardend vooruit. Maar de belangrijkste vraag heeft Hello Games al die tijd ontweken: wat dóe je eigenlijk in deze game, behalve rondkijken?

De kritiek zwelt aan

Dat deerde niet. No Man’s Sky groeide uit tot een succes voordat het spel uit was: Volgens datasite SteamSpy hadden al 100.000 mensen het spel aangeschaft op de dag dat het uitkwam. Inmiddels is dat aantal gegroeid naar 700.000.

Maar nu de game een paar weken uit is zwelt de kritiek aan. ‘Dit is niet de game die ons was beloofd’, mopperen teleurgestelde gamers. Ze stoken elkaar op om geld terug te vragen. Wat is hier gebeurd?

Het grootste probleem van No Man’s Sky is misschien wel dat ontdekking en verwondering níet het hart van het spel zijn. In deze game ben je meer handelaar dan ruimtepionier. Je verzamelt mineralen, kristallen en metalen door ze met een lasergeweer te beschieten. Die grondstoffen kan je verkopen, voor een beter lasergeweer en ruimteschip.

Dat zou allemaal geen ramp zijn als het spel de speler niet op elk vlak zou tegenwerken. Je móet grondstoffen verzamelen, anders ben je af. Snel, je ruimtepak heeft plutonium nodig! Het zink in je stralingschild is op! En wil je naar een andere planeet? Regel eerst maar wat brandstof.

Maar No Man’s Sky wil niet dat je te veel grondstoffen verzamelt. Op welke planeet je ook bent, overal duiken zoemende drones op die je beschieten als je te gretig aan het delven slaat. Ruimtepolitie afgeweerd? Helaas, er is geen plek meer in je ruimtepak om al die mineralen mee te nemen.

In een universum dat oneindig is, grijpt No Man’s Sky terug op kunstmatige beperkingen om de speler richting te geven. Waarom beloont dit spel me niet voor wat ik wíl doen: grenzeloos verkennen? Laat me dwalen tussen de sterren, zonder dat ik me zorgen hoef te maken over een leeglopend plutoniummetertje.

Oppervlakkige prestaties verhullen dat ik eigenlijk niets bereik. ‘Je hebt vijf aliens ontmoet!’, schreeuwt het spel. ‘Twee kilometer gelopen! 200.000 ruimtecredits verdiend!’

Echte vrijheid ontbreekt. Die steenkronkels op Obbenkoeken? Ik zou er dolgraag onderdoor vliegen, maar het kan niet. Zodra mijn ruimteschip gevaarlijk dicht bij het Obbenkoekoppervlak komt, word ik door een onzichtbare hand terug de atmosfeer in geduwd.

En na zeven planeten moet ik toegeven: de planeten beginnen op elkaar te lijken. Het vooruitzicht dat er nog miljarden van dit soort planeten zijn stemt me droevig. Deze oneindigheid is banaal.