‘VN moeten harder onderhandelen’

VN-hulp Reinoud Leenders zag hoe de Verenigde Naties in Syrië op foute wijze zakendoen. “Van Soedan en Sri Lanka hebben ze niets geleerd.”

Iraakse vluchtelingen in een kamp in Irak bij het dorp Mabrouka. Foto Rodi Said/Reuters

In Syrië is tekort aan voedsel en aan medische verzorging. De Verenigde Naties proberen met omvangrijke programma’s die nood te lenigen, maar steunen het regime van Assad, terwijl dat niet per se hoeft. „De VN hebben er in Syrië een puinhoop van gemaakt”, zegt de Nederlandse onderzoeker Reinoud Leenders, als Midden-Oosten-specialist verbonden aan King’s College in Londen.

Leenders onderzocht de afgelopen jaren met wie de VN in Syrië zoal zaken doen. Hij ontdekte dat VN-organisaties voor tientallen miljoenen transacties doen met Syrië - zowel met het regime zelf als met corrupte medestanders van Assad. The Guardian publiceerde deze week een deel van Leenders’ resultaten, aangevuld met eigen bevindingen. Volgens een grove optelsom van de krant zouden de VN in 2015 900 miljoen dollar aan hulp hebben verstrekt via het regime en 200 miljoen buiten het bewind om.

Zo deden de VN zaken met het Syrische ministerie van landbouw (10 miljoen dollar voor de levering van zaden) en met de liefdadigheidsinstelling van Assads echtgenote (7,7 miljoen dollar in de afgelopen vier jaar). De VN deed ook zaken met de Syrische NGO Al-Bustan Associatie (ABA) van Rami Makhlouf, een van Assads trouwste bondgenoten, die in Damascus drie milities ondersteunt. Unicef betrok voor 267.933 dollar aan water en winterkleding van ABA.

De reputatie van de VN-zakenpartners was genoegzaam bekend. Zowel het ministerie van landbouw, echtgenote Asma, als Makhlouf staat op zwarte lijsten van de Europese Unie en de Verenigde Staten. Toch gingen de VN met ze in zee. Een VN-woordvoerder wees er tegenover The Guardian op dat de VN-organisaties zich alleen hoeven te houden aan de sanctielijsten van de VN zelf. Vaak staat de organisatie voor de keuze: zaken doen met het regime of geen hulp verlenen.

Hebben de VN inderdaad geen keus?

Leenders: „Soms is het niet zinvol om de Syrische partijen te omzeilen, denk aan telefoonmaatschappijen en waterbedrijven. Maar waarom zou je Syrische bedrijven eerst goederen laten importeren om ze vervolgens bij hen af te nemen? Dat is omslachtig. En het is zeker niet gewenst zaken te doen met een man als Makhlouf. Waarom zou je voor miljoenen dollars zaken doen met dubieuze partijen als er een alternatief is?”

En als het regime andere zakenpartners verbiedt? Zo mogen de VN nu niet meer importeren uit Turkije en moeten medicijnen in Syrië worden gekocht.

„De VN moeten veel harder onderhandelen. Ze hebben hun machtspositie onderschat. Syrië is zonder humanitaire hulp helemaal niet meer bestuurbaar. Syrië is op de VN aangewezen, dat geeft de VN onderhandelingsruimte. Je moet je niet zomaar bij allerlei restricties neerleggen.”

De VN opereren met donorgeld. Waarom treden de donoren niet op?

„De donoren hebben geen alternatief en daar hebben ze in veel gevallen zelf voor gezorgd. Als je, zoals Nederland, je humanitaire beleid wereldwijd met 10 tot 15 mensen wilt bestieren, dan kun je niet anders dan bijna al je geld parkeren bij de VN. Daar is niets mis mee, totdat de VN er een puinhoop van maken, zoals nu in Syrië.”

Is de situatie in Syrië uniek?

„De VN-hulpverleners komen vaker in onderhandelingssituaties terecht en er zijn altijd regimes die eisen stellen. Syrië heeft buitensporig veel eisen weten te stellen en is zo bezien wel nieuw.”

Ging het eerder fout?

„De VN hebben dit probleem eerder gehad, in Soedan en in Sri Lanka. Secretaris-Generaal Ban Ki Moon heeft zelfs een onderzoek gelast naar de partijdigheid van de VN in Sri Lanka. Als je het eindverslag leest denk je: dit is Syrië! Maar helaas heeft men er niets van geleerd.

Hoe kan men dit verbeteren?

„Heel praktisch zou je meer hulp uit omringende landen kunnen halen. En je zou hulpverlening ook via andere NGO’s kunnen organiseren. Politieke controle helpt en de VN zelf zouden kunnen beginnen met een intern controle mechanisme. Zo’n intern onderzoek geeft de VN-onderhandelaars een sterkere positie tegenover het Syrische regime omdat ze naar interne eisen kun verwijzen.”