Tussen vulgair, prikkelend en gepijnigd

NecrologieGene Wilder (1933-2016)

Hij cultiveerde het beeld van een huilende clown, maar zijn acteren was vooral zelftherapie.

Gene Wilder als Willy Wonka in 1971 in Willy Wonka and the Chocolate Factory Foto Everett Collection/HH

De beste rol van komiek Gene Wilder, die zondag op 83-jarige leeftijd in zijn landhuis in Stamford, Connecticut overleed aan de complicaties van alzheimer? Dikke kans dat het er één uit de jaren zeventig is, zijn glorietijd.

De in zijn onvoorspelbaarheid griezelige kindervriend Willy Wonka in Willy Wonka and The Chocolate Factory (1971)? Het vat opgekropte paniek Leo Bloom uit The Producers, zijn enige Oscarnominatie als acteur (1967)? De hysterische Dr Frankenstein uit horrorsatire Young Frankenstein, zijn enige Oscarnominatie als scenarioschrijver uit 1974? Of als sidekick van komiek Richard Pryor in vier komedies, te beginnen met de Waco Kid in Mel Brooks western Blazing Saddles?

Of toch Dr. Ross in Woody Allens episodefilm Everything You Always Wanted to Know About Sex (1972)? Deze psychotherapeut moet een Armeense herder van zijn perverse schapenliefde genezen, maar valt voor de charmes van diens schaapje Daisy. De panikerende ogen bij dat dreigende controleverlies, de hulpeloze stiekemheid die volgt: Dr. Ross is de essentiële Wilder. Een intelligente schlemiel, speelbal van zijn eigen angsten en wanen.

Dat malle, ronde gezicht hielp: een cherubijn met weke mond, grote waterige ogen en rossige krullen. „Ik zie jou als een schaap tussen de wolven”, zei Mel Brooks bij hun eerste ontmoeting in 1963, aldus Wilder. „Hij is de hysterische prooi die God van hem maakte”, zo omschreef Brooks hem later. „Het slachtoffer dat in ons allemaal schuilt.”

Wat Mel Brooks toen al wist over Wilders achtergrond vernam de rest van de wereld pas uit zijn pijnlijk openhartige memoires uit 2004. Geboren als Jerome Silberman in een Russisch-joods gezin in Milwaukee, met een jolige clown als vader en een ziekelijke moeder die zich aan haar zoontje vastklampte, tot ze abrupt besloot ‘gezonde’ afstand te scheppen door hem als twaalfjarige naar een militaire school in Hollywood te sturen. Daar werd hij naar eigen zeggen verkracht door zijn kamergenoot en als enige joodse scholier een jaar lang geslagen en getreiterd.

In een interview zei de bejaarde Wilder zichzelf altijd te hebben verteld dat zijn toneelnaam geïnspireerd was door een romanpersonage van Thomas Wolfe, tot zijn psychoanalist er fijntjes op wees dat zijn moeder Jeanne heet. Wilder hield, in films en in het echt, een hang naar complexe vrouwen en worstelde zich „uit plichtsbesef” door twee ongelukkige huwelijken voor hij zijn grote liefde vond: actrice Gilda Radner, die hij regisseerde in de film The Woman in Red (1984). Radner leed aan boulimie, anorexia en een drankprobleem en stierf in 1989 aan baarmoederhalskanker. Net als zijn moeder.

Een huilende clown: het is een beeld dat Gene Wilder cultiveerde, maar de open zenuwen waren ook erg zichtbaar. Zijn fascinatie met acteren begon op zijn elfde, schrijft hij, toen hij zijn zusje zag optreden. Hij probeerde het zelf en genoot ervan even iemand anders te zijn. Na zijn rampjaar op de kostschool volgde een godsdienstwaanzinnige episode waarin hij compulsief bad tot wat hij ‘The Demon’ noemde. Wilder koos ervoor zijn dienstplicht te vervullen als vrijwilliger in een gesticht. En had hij Mel Brooks niet ontmoet, dan was hij daar geëindigd, stelde hij.

Eind jaren vijftig waren gekwelde zielen als hij in trek: acteergoeroe Lee Strasberg trainde hem in ‘The Method’ en Wilder klom snel op in New Yorks theater- en televisiewereld. In 1967 debuteerde hij in Hollywood met een bijrol als gijzelaar in gangsterepos Bonnie and Clyde (1967): daarna leidde hij zijn nerveuze energie in de veilige bedding van de grove komedie. Zijn doorbraak was in Mel Brooks regiedebuut The Producers als timide accountant Leo Bloom die met zwendelaar Max Bialystock het plan opvat rijk te worden met een floppende musical, Springtime for Hitler, die tot hun horreur een daverend hit blijkt.

Gene Wilders wordt herinnerd om zijn werk met Mel Brooks en als sidekick van Richard Pryor. Dat duo bleek eind jaren tachtig een aflopende zaak: het door Wilders bewerkte script van See No Evil, Hear no Evil werd gekraakt als idioot en puberaal, Pryor bleek twee jaar later in Another You gesloopt door zijn crackverslaving en multiple sclerose.

Zelf had Wilders het acteren toen al niet meer zo nodig als zelftherapie. Toen in 1995 een eigen tv-show flopte, beperkte hij zich tot incidentele gastoptredens en boeken met titels als My French Whore. Ergens tussen vulgair, prikkelend en gepijnigd in. Waar hij zich graag bevond.