Tribale kunst is meer dan houten beelden bij Xenos

Tribale kunst is overal. Maar de niet-westerse kunst bij Xenos in het schap is slechts een schim van het aanbod bij het Parcours des Mondes, de kunstbeurs in Parijs.

Dit beeld dook in 2009 op bij Tussen kunst en kitch. Het is een krachtbeeld van de Yombe, een volk in Congo en Angola, in 1885 buitgemaakt bij een strafexpeditie door Nederlandse adelborsten. Krachtbeelden kunnen zowel een beschermende als een vernietigende werking hebben. Dit is een zogeheten Nkisi mpezo, een fetisj die werd ingezet om bijvoorbeeld een diefstal op te lossen. Foto Jan van Esch

Nu heeft één op de drie jongeren een tatoeage, maar vijfentwintig jaar geleden was zo’n lichaamsversiering veel minder gebruikelijk. Als negentienjarige leek het Michel Thieme (45) spannend. Zo’n permanente beslissing vereiste moed, dat had iets romantisch.

Op de muziekzender MTV zag hij een aansprekende tatoeage: een abstract, grafisch ontwerp. Het bleek afkomstig van de Dajak, een groep volkeren in de binnenlanden van Borneo. Dat zei hem toen niks, zegt Thieme, maar zo’n cultuur ver van zijn woonplaats Roosendaal appelleerde aan zijn reislust. Hij maakte een ontwerpschets en liet die op een onderarm zetten.

Amsterdam 1999: Michel Thieme (links) en Maori-activist Tame Iti in het Tattoo Museum.

Amsterdam 1999: Michel Thieme (links) en Maori-activist Tame Iti in het Tattoo Museum. Foto Gerard Wessel

In de stadsbibliotheek en bij de American Book Store in Amsterdam vond hij meer informatie over tribale tatoeages. Boeken over de Maori bijvoorbeeld, het Nieuw-Zeelandse volk dat grote delen van het lichaam, inclusief het gezicht, met tatoeages bedekt. Ook leerde hij dat veel inheemse volkeren zich met tatoeages wilden beschermen tegen kwade invloeden van buitenaf.

Met zijn belangstelling liep Thieme voorop. Ontwerpen op basis van de uitheemse tattoos verkocht hij aan tatoeëerders: 250 gulden voor een paar A-viertjes. Als bodypainter trad hij op in discotheken.

Meer interesse in het exotische

De kunst en de beeldtaal van wat nog maar kort geleden ‘primitieve volkeren’ werden genoemd, hebben de afgelopen jaren niet alleen via tattooshops hun entree in de westerse wereld gemaakt. Wereldmusea, zoals het nieuwe Musée du Quai Branly in Parijs, hebben de belangstelling voor het exotische vergroot, net als de grote veilinghuizen, die collectioneurs van moderne kunst voor de uitheemse kunst wisten te interesseren.

Twee korwars, in 1868 op het eiland Mioswaar bij Nieuw-Guinea geruild tegen twee lege flessen. Bij belangrijke activiteiten werden deze voorouderbeelden om advies gevraagd. Als een korwar ging trillen, gold dat als een negatief advies. Zat het beeld er met een voorspelling naast, dan werd het gedumpt.

Twee korwars, in 1868 op het eiland Mioswaar bij Nieuw-Guinea geruild tegen twee lege flessen. Bij belangrijke activiteiten werden deze voorouderbeelden om advies gevraagd. Als een korwar ging trillen, gold dat als een negatief advies. Zat het beeld er met een voorspelling naast, dan werd het gedumpt. Foto Jan van Esch

Mode-ontwerpers zijn gaan flirten met Afrikaanse dansmaskers. Beeldend kunstenaars knipogen naar niet-westerse kunst, en Afrikaans houtsnijwerk en dromenvangers zijn gangbare ‘woonaccessoires’ geworden, die zelfs bij Xenos en Blokker in het schap liggen. Over boeddhabeelden, de ‘tuinkabouters van de 21ste eeuw’ (aldus cabaretier Thomas van Luyn), hebben we het maar niet.

Weten de kopers wat ze precies in huis halen? En wat is het dat (vooral) jongemannen doet besluiten om een arm- of rugvullende Polynesische tattoo te laten zetten? Weerbaarheid tegen de boze geesten, of toch vooral ijdelheid?

Souvenirs op de huid

Michel Thieme werkte zeven jaar bij Henk Schiffmacher, de bekende Amsterdamse tatoeëerder die popsterren als Kurt Cobain en de Red Hot Chilli Peppers onder zijn klanten had. Hij specialiseerde zich in tribale tattoos en reisde onder meer naar Borneo, Fiji, Hawaï, Japan, Nieuw-Zeeland en Samoa om ter plekke onderzoek te doen naar de originele tatoeages van de inheemse culturen. Op zijn lichaam staan de souvenirs van die reizen. Zijn rechterarm heeft een ‘mouwtatoeage’ van de Marquesas Eilanden, op zijn linkerschouder staat een in de huid gehamerd Dajak-ontwerp en zijn rug en benen zijn bedekt met een traditionele Samoaanse tattoo. Zijn klanten hadden meestal weinig belangstelling voor de herkomst en betekenis van de tekeningen, zegt Thieme. „Vaak was het: ‘Doe maar zoiets als jij daar op je arm hebt.’”

Die manier van omgaan met overledenen, vind ik een stuk fascinerender dan ons plakje cake in het uitvaartcentrum.

Op zijn 29ste werd Thieme handelaar in tribale kunstvoorwerpen, een wereld die hem in intellectueel opzicht meer uitdaagde. Op de vraag waar de schoonheid van tribale kunst dan in zit, zet hij zijn computer aan. Op het scherm verschijnen foto’s van een rijk geornamenteerd houten krijgsschild uit Nieuw-Guinea – zijn screensaver, met Le Sacre du Printemps van Stravinsky eronder. „Die versieringen op dat schild, dat zijn toch net omlaag dwarrelende muzieknoten? En bedenk dan dat we nu alleen nog maar kunnen gissen naar wat de meeste van die symbolen betekenen. In dat soort nuances kan ik me verliezen.”

Dan toont hij een foto van een schedel versierd met gekleurde zaden en veren. „Zo koesteren de Asmat hun voorouders. Soms slapen ze daar zelfs op. Die manier van omgaan met overledenen, vind ik een stuk fascinerender dan ons plakje cake in het uitvaartcentrum.”

Van verzamelaar naar handelaar

Schedel van de Asmat, een kannibalenvolk uit Nieuw-Guinea. Schedels van voorouders werden versierd, bewaard en soms gebruikt als hoofdsteun om op te slapen.

Schedel van de Asmat, een kannibalenvolk uit Nieuw-Guinea. Schedels van voorouders werden versierd, bewaard en soms gebruikt als hoofdsteun om op te slapen. Foto Jan van Esch

Als tatoeëerder kocht hij jaarlijks twee à drie belangrijke kunstvoorwerpen, meestal op afbetaling. Tegen de tijd dat hij een aankoop kon ophalen, had hij een stapel boeken verslonden en wist hij vaak meer van het betreffende voorwerp dan de antiquair die het hem aanbood. Aan die steile leercurves raakte hij verslingerd. De enige manier om die vaker te beleven, besefte hij, was om zelf handelaar te worden. Die stap nam hij in 2000.

Voor zijn gevoel, zegt Thieme, is hij via de keuken de etnograficawereld binnengestapt. „Mijn eigen tattoos hebben zeker geholpen. Op mijn reizen ontmoette ik mensen die door die tattoos de geheimen van hun cultuur met me wilden delen.” De echte verzamelaars willen authentieke en aantoonbaar oude tribale voorwerpen. Dat zijn voorwerpen die binnen een stam voor eigen cultureel gebruik zijn gemaakt, op een moment dat een cultuur nog niet ‘bedorven’ was door contact met het Westen.

Zulke oude voorwerpen prikkelen de verbeeldingskracht, legt Thieme uit. Hij wijst op een klein houten beeldje in een vitrine, een donker mannetje met een spiegeltje op zijn buik en in iedere hand een zakje waaruit veren steken. In 2009 kreeg hij dit beeldje voor het eerst in handen toen hij bij Tussen Kunst en Kitsch mocht invallen voor Jaap Polak, de expert niet-Europese kunst. De man die aan zijn tafel verscheen had het beeldje ooit voor 50 gulden gekocht. Was het wat?

Het bleek een van de duurste vondsten uit de geschiedenis van het AVRO-programma. Thieme schatte de waarde van het krachtbeeldje op 80.000 euro. Dankzij de resten van een oud etiket en een nauwelijks leesbaar, met krijt genoteerd inventarisnummer achterhaalde hij jaren later de herkomst.
Het beeldje was in 1885 in handen gekomen van ene F.G. Hanken en later in de collectie van dierentuin Artis beland.

Dansmasker van de Sepik, een volk langs de gelijknamige rivier op Papoea Nieuw-Guinea. Bij belangrijke gebeurtenissen, zoals initiatieriten, werden zulke maskers in het mannenhuis gebruikt. Het masker is tussen 1896 en 1935 verzameld door missionarissen uit het Brabantse Teteringen.

Dansmasker van de Sepik, een volk langs de gelijknamige rivier op Papoea Nieuw-Guinea. Bij belangrijke gebeurtenissen, zoals initiatieriten, werden zulke maskers in het mannenhuis gebruikt. Het masker is tussen 1896 en 1935 verzameld door missionarissen uit het Brabantse Teteringen. Foto Jan van Esch

Hanken was een handelsagent in West-Afrika. Een van zijn collega’s was in Angola met de dood bedreigd door mensen van de inheemse bevolking. Bij een strafexpeditie met Nederlandse adelborsten, waarbij hutten werden verbrand, heeft de handelsagent onder meer de kleine fetisj buitgemaakt. Thieme: „Als je die geschiedenis kent, gaat de tijdmachine in werking. Met dat beeldje in handen beland ik in de negentiende-eeuwse hut waar het ooit heeft gestaan. Ik denk dan na over de mores van die tijd.”

De enige Nederlandse handelaar in Parijs

Een van de belangrijkste verkooppodia voor zulke topstukken is het Parcours des Mondes in Parijs, dé internationale beurs voor niet-westerse kunst. Zeventig handelaren bieden daar vanaf 6 september onder meer de mooiste Afrikaanse maskers, Aboriginal-kunst en boeddhabeelden aan. Michel Thieme is de enige deelnemer uit Nederland. Hij neemt twee houten voorouderbeelden uit Nieuw-Guinea mee, zogeheten korwars. Beide beelden kent hij uit zijn eerste volkenkundige boeken, ze stonden zelfs op zijn allereerste visitekaartje.

Thieme heeft zich erg ingespannen om de herkomstgeschiedenis van de korwars te beschrijven. In een elf A-viertjes tellend document legt hij uit hoe luitenant-ter-zee Arnold Werumeus Buning deze beelden in maart 1868 op het eiland Mioswaar in de Geelvinkbaai verwierf. De zeeofficier ruilde ze met Papoea’s, „woeste natuurmenschen, met een minimum kostuum”, zoals Buning later schreef. Als tegenprestatie accepteerden de Papoea’s twee lege flessen. „O gouden tijd voor verzamelaars”, verzuchtte Buning zestig jaar later in een artikel.

Als Thieme een voorwerp onder ogen krijgt, probeert hij zichzelf niet te overtuigen van de authenticiteit. Hij doet precies het omgekeerde.

Zoeken naar de kunstmatige slijtplekken

In Thieme’s galerie in de Weteringstraat in Amsterdam staan bijna net zo veel boekenkasten als kunstvoorwerpen. Het is lastig om goede tribale kunst te vinden en er zijn veel vervalsingen op de markt, legt hij uit. Soms kan hij een oude missiecollectie overnemen, soms bieden verzamelaars of erfgenamen iets aan.
Als hij een voorwerp onder ogen krijgt, probeert hij zichzelf niet te overtuigen van de authenticiteit. Hij doet precies het omgekeerde: hij probeert het voorwerp onderuit te halen. Waar zijn de onlogische vervaardigingssporen? De stijlelementen die niet deugen? Of de kunstmatig gefabriceerde slijtplekken, in plaats van het natuurlijke, geleidelijk ontstane patina dat veelgebruikte voorwerpen hun charme geeft?

Zodra volken met westerlingen in contact kwamen, werden valse voorwerpen gemaakt, ook in de negentiende eeuw. Dat is fnuikend voor de fantasie, zegt Thieme. „Dan beland ik met de tijdmachine in een atelier waar voor westerlingen op bestelling beelden en maskers worden gemaakt, die elke vorm van magie ontberen.”
En die magie, zegt hij met een lach, dat is juist waar het om gaat.

Het Parcours des Mondes, Salon Internationale des Arts Premiers, is van 6 tot 11 september in Parijs. De Tribal Art Fair, de grootste Nederlandse beurs op dat gebied, is van 27 tot 30 oktober in Amsterdam.