Rechterbeen gezocht (slot)

Haar rechterbeen”, zei oud-cipier Krimbos met een scheef lachje, terwijl hij door rechercheur Ray Purperhart onder schot werd gehouden. „Dat heeft Fifi opgegeten.” Het hele lijk in één keer in zijn Canta afvoeren leek Krimbos te zwaar en te groot. Dus had hij met een beenderzaag ’s nachts onder de brug eerst het rechterbeen van de hoogleraar voedingskunde afgezaagd, en dat gevoerd aan de krokodil die het zwarte geld moest bewaken.

„En waar is Lemoensberg nu?”, vroeg Ray. Die had iets gezegd over een festival, wist Krimbos.

Het Gaasperparkfestival! Daar zou Janice optreden, herinnerde Ray zich ineens weer. Hij bond de oud-cipier vast en spurtte weg.

Het was mooi weer en druk in het Gaasperpark. Overal stonden walmende eettentjes en karretjes met schaafijs. Publiek dromde samen voor het hoofdpodium. Het Bijlmer ZO! Gospel Choir was net klaar. Er klonk applaus en Miss Janice M met de soulclassic Mister Big Stuff werd aangekondigd.

Janice kwam op. Stralend. De eerste tonen klonken – Ooh yea-ah. Ray zag de lange, magere gestalte van Patrick Lemoensberg in het publiek. Strak in het pak, zuigend aan een grote sigaar, zijn ogen op Janice gefixeerd. „Mister Big Stuff, who do you think you are?”, zong ze, „Mister Big Stuff you never gonna get my love...”

Ray manoeuvreerde zich voorzichtig achter de zakenman-annex-drugscrimineel. Toen die een handkus naar Janice wierp, drukte Ray hem zijn pistool in de rug. „U bent gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan de moord op Ria Westerduinen. Meekomen”, zei hij in Lemoensbergs oor. Zacht. Maar duidelijk.

„Vertel het nog eens”, zei Janice, terwijl ze dichter tegen Ray aankroop. Ze lagen in bed in Rays appartement in de Bijlmerflat Geldershoofd. Ray nam een slokje champagne. Hij had een week vrijaf genomen. Dat zijn chef met schorsing gedreigd had, kon hem niet schelen. Ray keek tevreden de kamer rond. Janice’ tasje van krokodillenleer hing bij haar kleren over een stoel. Hij schonk Janice bij en zei: „Lemoensberg wilde de Bijlmerbajes kopen, om er een groot horeca- en wellnesscomplex van te maken. De Parel van Amsterdam zou het gaan heten. Met luxehotels in de gevangenistorens, bekleed met wit marmer. De parel. De gevangenismuur wilde hij met zwart marmer bekleden: de oesterschelp. En dat allemaal als dekmantel om zijn zwarte geld uit de drugslabs wit te wassen. Toen hij doorkreeg dat Ria Westerduinen hem doorhad en hem wilde tegenwerken, moest ze dood. Die vrouw is door twee lullen vermoord: Lemoensbergs handlanger, die oud-cipier in Bajesdorp, stak haar dood en wilde haar in stukken aan Lemoensbergs krokodil voeren. Hij is begonnen met het rechterbeen. Die mister Bigstuff van jou…”

Janice gaf Ray een klap. „Never got my love”, zei ze. „...die hing de keurige zakenman uit”, ging Ray door, „maar zijn miljoenen kwamen van drugslabs. De halve recherche in Nederland probeerde zijn netwerk op te rollen. Bollekamp was er ook druk mee. Maar dat lukte maar niet, want Lemoensberg had overal mollen bij de politie. Wij stonden nog niet op hun radar. Dus baby”, zei Ray en kuste Janice, „als wij geen rivierkreeftjes waren gaan eten, waren we er nog niet achter. Jij koos het restaurant. Dus eigenlijk heb jij de zaak opgelost.”

Janice lachte en zei: „O ja, rivierkreeftjes met twee lullen.” Ze voelde onder de lakens en zei: „Jij bent geen rivierkreeft, Ray Purperhart.”

Paul Steenhuis