Wat voorafging: Juist op het moment dat het Natan niet lukte om zijn auditieve groet aan de doden te richten, leek zijn geliefde Branda genezen van haar tinnitus – tijdelijk of voorgoed?

Feuilleton in 60 afleveringen

57/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Juist op het moment dat het Natan niet lukte om zijn auditieve groet aan de doden te richten, leek zijn geliefde Branda genezen van haar tinnitus – tijdelijk of voorgoed?

Het verliep allemaal zo anders dan we het ons tijdens de kilste jaren van de Koude Oorlog hadden voorgesteld.

Binnen de muren van de Scheveningse gevangenis werd geen verzet geboden, en daarbuiten evenmin – althans niet in de directe omgeving van het gebouw. De commando’s uit het elitekorps waar de ex-president nog altijd over kon beschikken waren van de enkels tot de tanden bewapend, maar schoten niet, ook niet ter waarschuwing. Een paar Russische soldaten kwamen de advocatenkamer binnen, waar de twee toeziende cipiers al heel gedisciplineerd naast hun stoel stonden. Door de open deur was te zien hoe meer militairen heen en weer liepen.

‘Voordat ik naar huis ga,’ zei president Tsaar tegen een officier, ‘zou ik wel even een kijkje willen nemen op Obama Beach. Nu ik hier toch ben…’ Hij sprak nog altijd met dat pruttelmondje, dat nauwelijks leek te bewegen. En zich tot mij wendend: ‘Het staat u vrij, Antraxmann, om mij naar het strand te volgen. Misschien een aardige omlijsting voor uw interview.’ Ik zei: ‘Zolang het niet in een vuurlinie veranderd is.’ En De Tsaar: ‘U was toch ook oorlogsfotograaf? Deze jongens hebben nog wel een kogelwerend vest voor u.’

Er meldde zich een andere officier. ‘Ik vind dat u dit even moet zien.’ Het interview was blijkbaar nog niet afgelopen, dus ik ging achter de Tsaar aan de gang in. Aan de overkant stond de deur naar de koffiekamer van de bewakers open. Hoog tegen de muur hing aan scharnierende haken een televisietoestel. Enkele bewakers stonden er, zo’n beetje in militaire houding, met hun achterhoofd naartoe, duidelijk niet wetend wat te doen. Op het scherm live een ingelaste uitzending. De camera was gericht op een eindeloze moddervlakte, waarvan ik pas uit het bijgeleverde commentaar begreep dat het om een droogstaand gedeelte van de Waddenzee ging. Ik dacht eerst nog dat het totaalshot een paar verdwaalde en aangespoelde bultruggen liet zien, maar inzoomen leerde dat het hier een drietal in het slik vastgelopen kleine duikboten betrof.

‘Zijn die van ons?’ vroeg president Tsaar. Niemand zei iets, tenzij het voor de Russen onverstaanbare commentaar van de Nederlandse verslaggever ter plekke als antwoord kon gelden: ‘… de Russische admiraliteit blijkbaar nooit het bijzondere getijdensysteem van de Waddenzee voldoende bestudeerd. Maar ja, wie rekende er ook op dat hun oorlogsvloot nog eens een verwaarloosbaar moeras als Nederland zou moeten binnenvallen? Een collega vertelt in mijn oortje dat beelden van deze blamage al via internet de wereld overgaan…’

De Tsaar draaide zich naar me om, en vroeg me het gesprokene voor hem te vertalen. Ik deed het zo letterlijk mogelijk. Ik kon aan zijn met vaalrosse haartjes beplante nekplooien zien dat zijn gezicht verstrakte. De verslaggever zei: ‘We schakelen nu over naar een rechtstreekse uitzending van de Russische staatstelevisie.’ De zeewind gaf, ondanks de beschermende kop van schuimrubber, een dreun in de microfoon. Ik hoefde niets meer te vertalen. De minister van Defensie tierde dat de Russische marine al lang de zogeheten ‘modderkruiper’ had moeten ontwikkelen, waarvan hij zich bij zijn aantreden een vurig pleitbezorger had verklaard: een klein type onderzeeboot dat zich bij laag water door de bovenste zand- of sliblaag kon wroeten, met behoud van een gerede snelheid. Maar nee, alles werd in Rusland altijd maar op de lange baan geschoven. En zo zag je. De eens zo trotse Russische marine als risee van de wereld, en zulks op de modderdrempel van een landje dat destijds in diepe wateren de onderzeeër Koersk, vol dode mariniers, geborgen had. Ja, zo drong de vergelijking met vlucht MX17 zich weer aan de media op. Een schande der laksheid, dat was het.

‘De minister is nog altijd zelf verantwoordelijk,’ prevelde de Tsaar. De leider van het commandoteam legde een zwaar geschoeide hand op de bovenarm van zijn voormalige president. ‘We moeten gaan, Excellentie.’

Het televisiescherm vulde zich weer met het troosteloze beeld van sigaarvormige walvissen met een stompe vin op de rug, vastgezogen in het slik. Nederlandse militairen, zichtbaar niet opgeleid tot wadloper, glibberden in slordige formaties op de duikboten toe, waarschijnlijk om ze te omsingelen en iedere kapitein te sommeren rechtsomkeert te maken, omdat zijn onderzeeër zich in territoriale wateren, nou ja, territoriale moddervelden bevond.

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het achtenvijftigste deel van dit feuilleton verschijnt woensdag 31 augustus op nrc.nl/afth.