Nationale politiek speelt mee bij verzet tegen TTIP

Handelsverdrag TTIP is dood, zeggen politici in Duitsland en Frankrijk. Welnee, zeggen ze in Brussel en Washington, we zijn nog in gesprek. Maar lastig is het wel.

Matthias Fekl, de Franse staatssecretaris van Buitenlandse Handel. Foto AFP

Er was al strijd tussen voor- en tegenstanders van TTIP, het beoogde vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Nu komt daar een tweede strijd bij, die tussen optimisten en sceptici. Gaat TTIP door of niet? Of dient het pessimisme slechts partijpolitieke belangen?

De sceptici roeren zich flink sinds dit weekend. Het begon zondag met de uitspraak van Sigmar Gabriel, de Duitse minister van Economische Zaken en vicekanselier. „TTIP is de facto mislukt”, zei hij bij een interview op tv-zender ZDF. De onderhandelingen tussen de twee economische blokken, gestart in juni 2013, hebben volgens Gabriel nog niets opgeleverd omdat Amerika niet zou bewegen.

Ook minister Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA) toonde zich maandag somber bij de NOS. „Zonder concessies van de Amerikanen zie ik het niet gebeuren.”

Deze dinsdagochtend kwam er een nog stelliger geluid uit Frankrijk. De Franse staatssecretaris van Buitenlandse Handel, Matthias Fekl, zei op radiozender RMC dat de onderhandelingen over TTIP moeten worden stopgezet. Fekl: „De Amerikanen geven niets meer dan kruimels. Zo werkt het niet als bondgenoten met elkaar onderhandelen.”

Overlijdensbericht

Tegenover de politici die TTIP dood verklaren, staan de onderhandelaars die het overlijdensbericht veel te voorbarig vinden.

De gesprekken duren inderdaad lang, zei een woordvoerder van de Europese Commissie maandag, maar „de bal rolt en de Commissie boekt gestaag voortgang in de lopende onderhandelingen”. De EU heeft een mandaat om namens de 28 lidstaten onderhandelen met de VS. Vooralsnog hoort Groot-Brittannië, voorstander van TTIP, daar bij. De aanstaande Brexit zorgt wel een complicatie in de gesprekken.

Ook de Amerikaanse regering liet weten er nog steeds vanuit te gaan dat er voor het einde van dit jaar een overeenkomst ligt, die vervolgens door alle Europese regeringen, het Europees Parlement en waarschijnlijk ook nog door de nationale parlementen moet worden goedgekeurd. „Er moeten nog een paar behoorlijk stekelige zaken worden opgelost, maar de president en zijn team hebben zich daaraan verbonden.”

Zowel het Duitse als Franse verzet tegen TTIP kunnen niet los gezien worden van nationale politiek. In beide landen zijn verkiezingen in aantocht. Sociaal-democratische politici spelen in op verzet tegen TTIP.

Naast het wegnemen van importheffingen voorziet het verdrag in het gelijkschakelen van regels. Tegenstanders vrezen dat de Europese standaarden op het gebied van milieu, voedselveiligheid, privacy en werk omlaag zullen gaan. Dat politici nu zeggen dat de VS niet bereid zijn tot concessies versterkt de vrees voor Amerikaanse dominantie.

In de aanloop naar Franse verkiezingen volgend jaar zijn nationale identiteit en soevereiniteit de belangrijkste thema’s in het politieke debat. President Hollande, die onder vuur ligt van de linkervleugel van zijn eigen Parti Socialiste omdat hij zijn idealen zou verkwanselen, sprak in april al zijn twijfels uit over TTIP.

Vooral de gesprekken over landbouw gingen volgens Hollande de verkeerde kant op. „We zijn niet voor vrijhandel zonder regels. Nooit zullen we accepteren dat essentiële principes voor onze landbouw, onze cultuur, voor de wederkerigheid van de toegang tot markten te grabbel worden gelegd.”