Jongens zoenen, met meisjes slapen

InterviewAnna Muylaert

Een verhaal over babydiefstal werd een energieke film over identiteit. „Pierre wordt volwassen in een wereld die door volwassenen is verkloot.”

‘Weet je waarom mannen er zo goed uitzien in vrouwenkleren?”, vraagt de Braziliaanse filmmaakster Anna Muylaert (1964) op samenzweerderige toon in het Amsterdamse Rialto-theater. „Omdat bijna alle vrouwenkleding door mannen wordt ontworpen. Ik geloof dat ze stiekem de kleren maken die ze zelf willen dragen.”

Muylaert is in Nederlands ter gelegenheid van het Amsterdam World Cinema Festival, dat voor de tweede keer een film van haar vertoont. Vorig jaar was ze hier met Que horas ela volta? (The Second Mother), een indringende film over de Braziliaanse nanny-cultuur. Mãe só há uma (Don’t Call me Son) gaat een stapje verder en stelt de vragen over nature/nurture ook in relatie tot genderidentiteit.

Muylaert raakte in crossdressing geïnteresseerd toen ze, nadat haar eigen kinderen volwassen werden, weer het uitgaansleven van Rio indook. „Ik zag iets wat ik nog nooit had gezien. Jongens die eruitzagen als meisjes, meisjes die met meisjes experimenteerden. Zoveel diversiteit, zo vrijmoedig.”

Machocultuur

Ze weet niet of het een typisch Braziliaans verschijnsel is, maar denkt wel dat de gendervragen in Brazilië extremer zijn, door de machocultuur en de dwang die er voor vrouwen is om zich via diëten en plastische chirurgie aan het schoonheidsideaal aan te passen: „Mijn gevoel is dat vrouwen die in de jaren zestig en zeventig zijn geboren kinderen en werk noodgedwongen hebben leren combineren, en daardoor hun mannelijke en vrouwelijke eigenschappen in evenwicht hebben gebracht. De mannen van die generatie zijn achtergebleven. Dus hun zonen hebben gezien hoe vrouwen hun mannelijke kanten hebben ontwikkeld, en accepteren geëmancipeerde vrouwen. Maar ze hebben van hun vaders niet geleerd om hun vrouwelijke kanten te ontplooien, dus daarom experimenteren ze daarmee. De ene dag dragen ze een jurk, de andere een broek, ze slapen met meisjes, en zoenen met jongens. En weet je, ze willen zich waarschijnlijk ook gewoon mooi voelen. Is Naomi Nero die Pierre speelt niet een van de mooiste mensen die je ooit hebt gezien?”

Die observaties kropen in de film die ze aan het schrijven was: een waargebeurd verhaal over babydiefstal. En ze vroeg zich af hoe het zou zijn om op te groeien met een leugen over je afkomst, en die te ontdekken op het moment dat je toch al aan het uitzoeken bent wie je eigenlijk bent: „Al mijn films gaan over ouderschap. Ze hebben me geholpen een betere ouder te zijn. Door Mãe só há uma ontdekte ik dat ik, ook nu mijn kinderen volwassen worden, ik nog best streng tegen ze mag zijn. En dat het goed is om je ergens tegen af te zetten als je je eigen identiteit ontdekt.”

Travestie als politiek

Anders dan in haar vorige werk, koos ze het perspectief van haar jonge hoofdpersoon, een jonge travestiet, en daar blijkt ze ook een politieke bedoeling mee te hebben. Ze levert maatschappijkritiek via haar personages, zegt ze: „Een moeder die denkt dat je kinderen kunt stelen, hun roots, hun toekomst, is net als een overheid die mensen leugens voorhoudt.” Kinderen zijn loyaal zegt ze, net als mensen aan hun land. Ze blijven van hun land houden, zelfs als hun regeringen hun levens stelen: „Pierre wordt volwassen in een wereld die door de volwassenen verkloot is. Hij wordt verraden door de vrouw van wie hij denkt dat ze zijn moeder is, net als door zijn biologische ouders. Ik heb de film ontwikkeld voor de huidige politieke crisis in Brazilië, maar hij gaat wel over het land dat de generatie van mijn kinderen aantreft, en het land dat mijn generatie achterlaat.”

Mãe só há uma moest echter niet alleen een boze film worden. Muylaert wilde ook de emotionele kanten van het moederschap onderzoeken. Ze liet de beide moeders van Pierre door dezelfde actrice spelen, om een „symbolische eenheid” te creëren: „De eerste moeder, de vrouw bij wie hij opgroeit is de moeder van zijn kindertijd, die hij onvoorwaardelijk liefheeft. De tweede moeder, zijn biologische moeder, is de moeder van de adolescentie, van wie je moet leren houden als van jezelf. In dit verhaal is de tweede moeder een slachtoffer van de eerste moeder, maar ze is ook in dat slachtofferschap blijven hangen.”

Ze merkt nog iets op, alsof het haar zelf verbaast: „Bij de moeder bij wie hij zijn hele leven heeft gewoond, lijkt alles liefdevol en in orde, maar heeft Pierre wel een dubbele identiteit. De moeder bij wie hij niet wil zijn, door wie hij afscheid moet nemen van zijn kindertijd, dwingt hem onbedoeld ook om uit de kast te komen en zo de beide kanten van zijn persoonlijkheid te verenigen.”