Werken aan het zwembad? Een teken van zwakte

Opinie Aan de rand van het zwembad werken, betekent niet meer dat je belangrijk bent, betoogt Lucy Kellaway. „Het geeft blijk van zwakte en onvermogen.”

Foto iStock

Toen ik studeerde, heb ik een zomer met vrienden door Europa gereisd en een van hen stelde voor dat we bij zijn ouders in Zuid-Frankrijk zouden langsgaan.

Van dat bezoek heb ik twee dingen onthouden. Ik voel nog de gêne toen de butler me met mijn aftandse bagage – een paar spullen in een plastic tas gepropt – statig voorging naar de suite die me was toebedeeld. Maar wat me nog meer is bijgebleven is het beeld van de vader – die een beroemde magnaat bleek: gekleed in een zwembroekje, met een sigaar tussen de tanden geklemd en in de ene hand een gin-tonic en in de andere een telefoonhoorn.

Het was 1979 en zo zag macht eruit. Die man was te belangrijk om niet de vinger aan de pols te houden bij de zaken die hij deed. Dus had hij een telefoonlijn naar het zwembad laten aanleggen en gaf vanuit een ligstoel bij het water de hele zomer opdrachten.

Een kwart eeuw later stelde de techniek ons in staat om allemaal te doen of we magnaten waren. We hadden dan misschien niet de butler of het huis met zwembad, maar iedereen kon naar het strand en naast zijn handdoek ook een BlackBerry meenemen. En omdat het kon, deden we dat ook. Alleen deden de meesten van ons geen zaken, maar beantwoordden platvloerse vragen die ook twee weken – of voor altijd – hadden kunnen wachten.

Dit jaar heb ik besloten tot iets radicaals wat ik al bijna tien jaar niet meer had gedaan. Ik heb echt vakantie genomen. Ik heb mezelf volledig van mijn werk afgesneden. Ik heb geen zakelijke berichten geopend. Ik heb gelezen, gewandeld, naar de zee gekeken – en ben er soms ook ingegaan – en dacht intussen niet al te veel na. Toen ik weer aan het werk ging en mijn e-mail begroette, was dat geen enkel probleem. Ik verwijderde vrijwel alles ongelezen en reageerde alleen als iets me interessant leek. Ik voelde me allerminst overweldigd, het gaf eerder een zekere opwinding om opeens weer in het werk te worden ondergedompeld. Het was zo’n gevoel van nieuwe schoenen en een geslepen potlood waarmee het begin van een schooljaar altijd gepaard ging.

De afgelopen week besefte ik gaandeweg dat mijn radicale daad helemaal niet zo radicaal was. Ik volgde alleen maar de laatste mode.

Vorige week stuurde ik een e-mail aan een ondernemer die ik ken en binnen enkele seconden kreeg ik automatisch antwoord: ‘Ik ben tot 30 augustus op vakantie en bekijk intussen geen berichten.’ Dit was vooral opmerkelijk omdat hij me de laatste keer dat ik hem had gezien – een jaar of vijf geleden – had verteld dat hij van al zijn medewerkers verwachtte dat ze, waar ze ook waren en waarmee ze ook bezig waren, onmiddellijk op berichten reageerden.

Dus mailde ik nog een keer met de vraag waarom hij van gedachten was veranderd – maar de enige reactie was diezelfde automatische mededeling dat hij mijn bericht niet las.

Meteen de volgende dag kreeg ik een e-mail van een vrouw met wie ik voor mijn vertrek contact had gehad. Ze begon zo: ‘Excuus voor mijn radiostilte – ik ben twee weken zalig met vakantie geweest en ben net met mijn achterstallige e-mails begonnen.’ Van hetzelfde laken een pak dus: een gedreven ondernemer van ergens in de dertig die me niet wilde laten weten hoe hard ze op vakantie had gewerkt, maar hoe ze had gelanterfanterd en daarvan had genoten.

Om te zien hoe wijdverbreid deze verandering is, heb ik een klein experiment gedaan. Ik heb alle ‘out-of-office’-mailtjes die ik deze zomer heb gekregen, verzameld en geteld hoe vaak ze onmiddellijk werden gevolgd door een e-mail van het strand. Drie jaar geleden was het heel ongebruikelijk als een automatisch bericht niet snel door een echt mailtje werd gevolgd. Dit jaar heb ik in totaal 38 automatische berichten gekregen met de mededeling dat de afzender afwezig was, waarvan er maar zes werden gevolgd door een persoonlijke reactie vanaf het zwembad.

Opscheppen dat we niet werken op vakantie lijkt onderdeel van een bredere trend waarbij modieuze managers niet meer met hun lange dagen, maar met hun korte dagen pronken. Wie uit het zwembad mailt, laat niet meer zien hoe machtig hij wel is, maar geeft blijk van zwakte, slecht tijdmanagement en onvermogen om te delegeren. Wie twee weken volledig vrij kan nemen, laat zien dat hij elke verslaving aan apparaten heeft overwonnen en als een moderne magnaat zelf kan bepalen wanneer hij werkt – en wanneer niet.

Lucy Kellaway is columnist voor The Financial Times. © FT