Hypotheker

Ik had een zinloos gesprek met De Hypotheker, een leeftijdsloze man in een blauwe blouse die me een week eerder bij de intake aan de balie nog was verkocht als ‘iemand die denkt in mogelijkheden’. Omdat in zijn agenda stond dat ik de dochter mee zou nemen had hij in zijn werkhok een spiraal met kralen op het tapijt gezet.

„Parkeert u haar daar maar”, zei hij, „dan hebben we er geen omkijken naar.”

Dat wist ik wel zeker, want ik zag dat hij zijn boterhamtrommel ook op de grond had gezet. Waarschijnlijk vond hij vier bruine boterhammen met kookworst en een stuk ontbijtkoek op het werkblad geen professionele indruk maken.

„Kijk, een spiraal!”, zei ik tegen de dochter die ook wel aanvoelde dat dit een vloer met mogelijkheden was.

„Kende u deze vestiging?”, vroeg De Hypotheker.

„Behoorlijk!”, zei ik terug en ik vertelde hem dat ik, als het werken niet wilde lukken, regelmatig een rondje door het winkelcentrumpje liep.

Die vrijheid, dat vond hij dus echt een pluspuntje aan het zzp’er zijn. Zelf bracht hij zijn twintig minuten pauze ook door in het winkelcentrum. Hij snuffelde dan in de vakken met tijdschriften bij de AKO, kocht wel eens een bakje fruitsalade bij de groenteboer en hij ging ook wel eens op een van de bankjes in de zon zitten.

Hij zei: „Ik vind dit een gezellig winkelcentrum.” Ik vond het juist een heel ongezellig winkelcentrum, maar dat kon ook aan de kaasboer liggen die me sinds kort achterna liep als hij me zag omdat hij publiciteit wilde voor zijn in eigen beheer uitgegeven dichtbundel.

„Vrijheid-blijheid heeft ook een schaduwkant”, zei De Hypotheker met een zucht, waarna hij de map met de door mij aangeleverde papieren opensloeg. „Wat u wilt kan niet. Eigenlijk wist ik dat al toen ik de letters zzp zag staan, maar ik heb u toch laten komen, want je weet maar nooit wat iemand nog uit de hoge hoed kan toveren.”

Ik kon niets uit de hoge hoed toveren en hij had geen toverspreuken in de aanbieding, behalve: „Meevaller van de dag is dat een eerste gesprek met mij altijd gratis is.”

Onder de tafel had de dochter ondertussen alle kookworst van zijn boterhammen getrokken. Meevaller van de dag was wellicht dat ze er amper van had gegeten.

„Ze is gelukkig vegetarisch”, grapte ik.

„Geeft niks”, zei De Hypotheker joviaal, „ik heb wel gekkere dingen gezien.”

In ons winkelcentrumpje zeker, dacht ik. De volgende keer dat ik hem daar in zijn pauze zag, ging ik keihard zwaaien.