Het Verzet neemt afscheid maar mag niet worden vergeten

Ze namen extreme risico’s, omdat ze eenvoudigweg vonden dat ze dat moesten doen. Ze redden Joodse kinderen en onderduikers uit de handen van de Duitse bezetter. Ze waren actief in knokploegen, vervoerden wapens, verspreidden illegale publicaties. Ze bestreden en ondermijnden de nazi’s met uiteenlopende daden die alle verboden waren op straffe des doods.

Ze waren jong, soms zeer jong. Nu zijn ze oud, zeer oud.

Ze overleefden de bezetting en ze kwamen sinds 1974 één keer per jaar samen. Om te praten over de gruwel van de Tweede Wereldoorlog en vast te stellen voor anderen dat het mogelijk is: effectief verzet.

Aanvankelijk waren ze met een kleine negenduizend. Nu zijn ze nog maar met 116. Ze overwonnen de wisse dood die zij destijds riskeerden, maar het eeuwige leven hebben zelfs zij niet.

Het is mooi geweest, vinden ze. Dit was de laatste ‘Dag van het Verzet’. En met dat besluit luiden ze de laatste keer in dat Nederland hen als groep kan bedanken voor wat ze durfden en deden. Voor de bodem die ze legden onder de vrijheid die nu gewoon is.

Structurele educatie is van groot belang, nu er binnenkort geen getuigen meer zijn die de duizend verhalen van de oorlog uit de eerste hand kunnen vertellen. De Tweede Wereldoorlog dient voor geen enkele leerling een ‘verplicht nummer’ te zijn: dit is wat Nederland verwond heeft en vervolgens gevormd. Jullie maken daar deel van uit, waar je herkomst ook ligt.

Behalve om kennis draait het om het besef dat de situatie zich opnieuw kan voordoen. Waakzaamheid daarvoor gedijt bij opvoeding in beschaving, bij het erkennen van normen en fatsoen. Ouderwetse termen, maar duidelijk en handzaam ter definitie van waar de verzetsmensen voor streden: niemand uitsluiten, niet naïef zijn maar wel medemenselijk. Pal staan voor wat het leven waardevol maakt.