Een anti-held die nooit buitenkomt

Rinus Van de Velde

Op ‘A Sunday as a Sunday’ laat Vlaming Rinus Van de Velde nieuw werk zien. „Ik wil weer risico’s nemen.”

Twee tekeningen van Rinus Van de Velde, opgehangen op een door hem nageschilderd werk van Robert Delaunay. Foto’s Gert Jan van Rooij, Courtesy Tegenboschvanvreden

De garage-achtige pijpenla van galerie Tegenboschvanvreden in Amsterdam heeft opeens iets huiselijks. In de ruimte staan uitnodigende fauteuils en aan de muren hangen kleurige, van beschilderd karton gemaakte ‘tapijten’, de onderleggers voor een serie ingelijste houtskooltekeningen.

Altijd zondag

Welkom op A Sunday as a Sunday, de tentoonstelling van Rinus Van de Velde (Leuven, 1983). De succesvolle Vlaamse kunstenaar heeft een installatie gemaakt over een anti-held die nooit buitenkomt, iemand voor wie het altijd zondag is. Dit personage vertoont gelijkenis met hemzelf, zegt de kunstenaar. Op de vraag of de huiselijkheid iets te maken heeft met zijn veranderde persoonlijke omstandigheden – als Bekende Vlaming is de recente geboorte van zijn tweeling Sonny en Omar een publiek geheim – begint Van de Velde te lachen. „Nee, zeker niet. Sinds de komst van de kinderen ga ik ’s avonds niet meer op restaurant. Maar lang daarvoor was ik al behoorlijk anti-rock-’n-roll.”

Ter toelichting wijst hij op een van zijn tekeningen, van een man in een tent. Gemaakt naar een foto van Branislav Malinovski, de Poolse antropoloog die een eeuw geleden beroemd werd door zijn etnografisch veldwerk in Melanesië. Net als bijna al zijn tekeningen heeft het kunstwerk een lang Engels onderschrift – „Ik weet waarover de tekening gaat en dat verhaal geef ik graag door”, zegt Van de Velde met een grijns.

Onder de tekening staat: ‘Beste meneer Malinowski, dank voor al uw brieven en de vriendelijke uitnodiging om u te vergezellen tijdens uw reis. Eerlijk gezegd lees ik liever het boek dat u vast en zeker over uw ervaringen zult schrijven, zodat ik naar dat verre en exotische oord kan reizen vanuit mijn leunstoel.”

Van de Velde, opnieuw met een lach: „Dat is wat ik Malinowski zou antwoorden.”

One shot movies

De afgelopen jaren maakt Van de Velde naam met zijn houtskooltekeningen. Verzamelaars verdringen zich om zijn werk, er verschenen twee monografieën en na het S.M.A.K. in Gent, dit voorjaar, volgt in november in het Gemeentemuseum Den Haag zijn twee museale tentoonstelling.

Zijn soms wandvullende tekeningen waren het resultaat van een tijdrovend proces. In zijn studio in Antwerpen bouwde hij met zijn assistenten eerst een decor. Bijvoorbeeld een houten huis op een eiland, of een boot op een woeste zee. In die decors liet Van de Velde zich fotograferen, soms omringd door allerlei figuranten. Met behulp van een projector bracht hij de contouren van zijn ‘one shot movies’ op doek aan, om met die hulplijnen zijn tekening te maken.

In het S.M.A.K. presenteerde Van de Velde een zaalvullende installatie met negen tekeningen van zes bij drie meter, tezamen met een aantal van zijn decorstukken. Het geheel was gebaseerd op een satirisch filmscript uit 1920 van de Franse schrijver Jules Romains, Donogoo Tonka ou les miracles de la science.

Tonka was een geograaf die in opspraak raakte nadat ontdekt werd dat hij een Braziliaanse stad had verzonnen. Een suïcidale jongeman, in wie we de kunstenaar herkennen, vindt een nieuw levensdoel in het helpen van Tonka. Hij neemt het zo fanatiek voor de fictieve stad op, dat die uiteindelijk werkelijkheid wordt.

Direct na die lovend ontvangen tentoonstelling nam Van de Velde gas terug. „Als je bezig bent met een show werk je obsessief naar een deadline toe. Als het resultaat er is, begin ik te twijfelen en wil ik alles eens goed overdenken.”

Vrijheid van papier

Resultaat van die overpeinzingen is een andere werkwijze. Geen decors meer, niet zichzelf meer in de hoofdrol. Net als in het begin van zijn loopbaan is Van de Velde weer op papier gaan tekenen. „Ik wilde sneller kunnen werken. Een decor bouwen en een canvas prepareren zodat het glad genoeg is om op te kunnen tekenen, is niet alleen tijdrovend, het doet ook mentaal iets met je. Op papier ben je vrijer. Je snijdt ’s morgens een stuk van een rol en je gaat aan de slag. Omdat je het resultaat makkelijk weg kunt smijten, ben je geneigd om risico te nemen.”

Begrijp hem niet verkeerd. De kunstenaar kijkt met voldoening terug op zijn eerste museale tentoonstelling. Maar het S.M.A.K. was voor hem wel een soort van eindpunt. „Ik wil het woord ‘bevrijding’ niet gebruiken, maar zo voelt het wel.”

De afgelopen jaren, zegt hij, bood het bouwen van de decors de meeste verrassing. Als hij na een maand timmeren eindelijk toe was aan het tekenen van de foto, wist hij al: dit komt goed. „Nooit mislukte er nog een tekening. Voor een kunstenaar is dat een gevaarlijk moment, als het risico verdwijnt.”

Hij moet verder, zegt Van de Velde. De decorstukken in zijn tentoonstellingen mogen van hem geen directe relatie meer hebben met zijn tekeningen. De meubels van hout en karton in de galerie – slechts op sommige kan gezeten worden – zijn een tussenstap, iets tussen design en sculptuur. In het Haags Gemeentemuseum zullen in november zijn eerste echt autonome sculpturen te zien zijn. En hij verheugt zich nu al, zegt hij, op zijn eerste beeldententoonstelling, dus helemaal zonder tekeningen.