Dieselgate

Voormalig Europees commissaris: Japan lag dwars bij aanpakken onrealistische testen van auto’s

De Europese Commissie wilde de methodes voor het meten van uitstootgassen veranderen omdat bekend was dat de testen niet geschikt waren om de feitelijke uitstoot op de weg te meten. Een poging om dat probleem in 2008 internationaal op te lossen mislukte, omdat Japan er niet aan wilde meewerken.

Dat zei voormalig EU-commissaris Günther Verheugen dinsdag in het Europees Parlement tijdens een hoorzitting van de onderzoekscommissie naar het dieselschandaal. De Duitser was EU-commissaris voor industrie van 2004 tot 2010 en mede-verantwoordelijk voor de wetgeving over de toegestane uitstoot van kooldioxide en stikstofoxiden.

Verheugen had naar eigen zeggen geen enkel vermoeden dat autofabrikanten „fraude pleegden” met software waarmee zij de emissiewaarden van schadelijke stoffen manipuleerden. Ook wist hij niets van de ‘sjoemelpraktijken’ van Volkswagen met dieselauto’s. „Ik noem dat ook geen gesjoemel, het is fraude.”

Vorig jaar werd in de VS ontdekt dat VW dieselauto’s verkocht die dankzij manipulatie van uitstoottesten schoner leken dan ze waren. De enquêtecommissie onderzoekt of Europese autoriteiten de omstreden praktijken door de vingers zagen.

„Ik dacht dat sjoemelsoftware moreel en technisch onmogelijk was.” aldus Verheugen, die aanvankelijk weigerde te komen getuigen. De onderzoekscommissie wil in de herfst nationale toezichthouders horen over hun rol in het schandaal. (ANP)