‘De synthesizer maakt het kind in mij wakker’

Interview Beth Orton

Het nieuwe album van Beth Orton, ‘Kidsticks’, is haar meest radicaal vernieuwende. „Muziek is mijn startpunt voor een betere wereld.”

Zangeres Beth Orton speelt deze week in Amsterdam en op Vlieland, bij Into the Great Wide Open. Foto Anti Records

Of ze een akoestische gitaar meeneemt op tournee? Beth Orton weet het nog niet. Eén ding is zeker: op haar nieuwe album Kidsticks wordt het snaarinstrument niet gebruikt. Alle songs zijn gevat in een elektronische bedding en op haar zesde album speelt de Engelse zangeres zelf alleen synthesizer. Ze maakte de tien nummers samen met de elektronische whizzkid Andrew Hung, de helft van het experimentele producersduo Fuck Buttons. De muziek sputtert, vibreert, swingt en ontroert als Orton haar sensuele stem laat klinken in poëtische en intens persoonlijke teksten.

Beth Orton (1970) was nooit een folkie in de traditionele zin. ‘Folktronica’ werd haar muziek genoemd, sinds ze op eerdere platen samenwerkte met The Chemical Brothers en producers William Orbit, Andrew Weatherall en Kieran Hebden. Een raar woord, heeft ze het altijd gevonden. „Folktronica klinkt voor mij alsof er in een later stadium wat elektronisch gepruttel aan zoete folkliedjes is toegevoegd. Ik wil uitdagender te werk gaan. Andrew Hung en ik zijn uitgegaan van een diep elektronische basis waar ik later de teksten en zangmelodieën aan heb toegevoegd. Als het per se moet, noem het dan liever electrofolk.”

Ze voelde zich een punkrocker in de singer-songwriterwereld, toen ze in 1996 debuteerde met het naar triphop neigende album Trailer Park. „Folk was nooit mijn grote inspiratie, hoewel ik respect heb voor de folktraditie. Mijn liedjes componeerde ik op gitaar, totdat ik me realiseerde dat het instrument je allerlei beperkingen oplegt. Ik verhuisde naar Californië en met mijn veranderende wereld groeide het besef dat ik ook artistiek aan nieuwe uitdagingen toe was. Andrew Hung leerde me werken met Ableton, een computerprogramma dat veel door danceproducers wordt gebruikt. Hij gaf me de sleutel van een deur naar een nieuwe wereld, nieuwe mogelijkheden.”

De liefde achterna

Ze reisde de liefde achterna. Met haar man, de Amerikaanse zanger en banjospecialist Sam Amidon, streek ze neer in Los Angeles, waar ze een cultuurshock moest overwinnen. „Ik voelde me ontworteld, ontdaan van mijn geschiedenis en identiteit. Tegelijk dwong het me tot een open blik op de wereld. In LA is het altijd warm en licht. Vooral dat laatste spreekt me aan, na het druilerige Engeland waar je makkelijk wordt bevangen door somberheid. Mijn kinderen zijn tien en vijf jaar oud en ze houden me genoeg bezig om de momenten te koesteren dat ik tijd en denkruimte heb voor muziek.”

Met Andrew Hung trok ze zich tien dagen terug in een studio, waar ze het elektronische raamwerk voor het album op de computer vormgaven. Daarna werkte Orton twee jaar aan de definitieve versies van de songs die Kidsticks tot haar meest radicaal vernieuwende, maar nog altijd naadloos in haar oeuvre passende album maakten. In de wijk Laurel Canyon vond ze volop muzikanten om haar te helpen bij de opname, alsof er sinds de hoogtijdagen van Joni Mitchell en Crosby, Stills & Nash nog niets veranderd is in dat legendarische deel van Los Angeles. „Ik weet niet of de muzikaliteit er in de lucht zit, maar overal waar je komt tref je iemand met het talent en de visie om iets bij te dragen. Na zo’n lange periode van solitair werken is het verfrissend om het ruwe materiaal op tafel uit te spreiden en er nieuwe patronen in te weven.”

Uren zoet

Kidsticks verwijst naar de geluiden die ze een groepje kinderen hoorde maken. „Kinderen gaan nog heel onbevangen om met muziek. Geef ze een paar stokjes en een fles of een paar lege dozen, en ze kunnen uren zoet zijn met het ontdekken van ritmes. Dat speelse aspect symboliseert hoe we dit album gemaakt hebben, als kinderen op zoek naar nieuwe geluidjes en patronen. De synthesizer maakte het kind in mij wakker, met de exploratiedrift van een beginner.”

Orton wist dat ze haar grenzen als akoestisch gitarist had bereikt nadat ze een tijdlang gitaarles kreeg van folklegende Bert Jansch (1943-2011). „Ik heb me suf geoefend en ik kan me uitstekend redden op de gitaar, maar als je les hebt van de grootste in het vak loop je onverbiddelijk tegen je beperkingen op. Ik hou intens van de gitaar en de traditie die grootheden als Bert Jansch en Terry Callier in leven hebben gehouden. Als muzikant van nu moet je die traditie opzij durven zetten om te werken met de middelen van nu.”

Haar songs zijn interne dialogen waarin ze orde in haar gedachten wil brengen. „Mijn wereld heeft zich verbreed sinds ik kinderen heb en ik me dagelijks af moet vragen of het nog wel goed komt met de gewelddadige en chaotische werkelijkheid waarin we leven. Muziek is mijn eiland, mijn startpunt voor een betere wereld.”