De bijvangst is een hoofdzaak

logo_luxCommentaar

De schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie voeren nog maar net rond toen de Groenlandse haai werd geboren die vorige maand in de netten van een vissersboot belandde. Geschatte leeftijd van deze bijvangst: rond 392 jaar.

Piepjong is juist de bijvangst waartegen de Europese Unie maatregelen neemt. Zondag voeren dertig viskotters de Rotterdamse haven in uit protest tegen het nieuwe visregime, dat vissers verplicht om de bijvangst van vis die nog ondermaats is toch aan land te brengen. Normaal wordt deze, samen met overige bijvangst (zeesterren bijvoorbeeld) die in de netten belandt, op zee weer overboord gezet. Vissers vullen liever het ruim met ‘maatse vis’ die te verkopen is, dan de extra ruimte op te vullen met nog ondermaatse soortgenoten. Maar teruggooien ziet er vaak mooier uit dan het is. Veel ondermaatse vis overleeft dit niet, hetgeen ten koste gaat van de toekomstige visstand. Het in plaats daarvan gedwongen aan land brengen en daarna vernietigen van de ondermaatse vangst is in dit opzicht contra-intuïtief. Het doel is om vissers te dwingen de ondermaatste bijvangst vóór te zijn door selectiever te vissen, met bijbehorende apparatuur en werkwijze.

De vissers denken daar anders over. Zij zien de zoveelste betuttelende maatregel op zich afkomen. En zo begint een spel dat bijna even oud is als de EU zelf. Visserij is, samen met landbouw, vanouds een van de speerpunten en grootste kostenposten van het gezamenlijke Europese beleid. Op zee streeft ieder zijn eigenbelang na, maar kan daarmee het collectieve belang van een gezonde visstand schaden. Dat is overal ter wereld zo. In gebieden waarin geen nationale en nauwelijks internationale jurisdictie geldt, zoals de oceanen, gaat dat onherroepelijk mis.

Dat geldt ook voor exclusieve economische zones van 200 mijl waarin die jurisdictie niet effectief kan worden afgedwongen, zoals de wateren voor de Afrikaanse kust. Het resultaat is dat de mondiale visstand alarmerend laag is.

In Europa kan dat worden ondervangen met gezamenlijk beleid, dat in het verleden relatief succesvol is gebleken. Het ‘aanlanden’ van de bijvangst is in Noorwegen, dat geen lid is van de EU, al doorgevoerd. Het is ook voor de EU de moeite van het proberen waard. Ook al hebben de vissers daar, begrijpelijk, moeite mee. Zij genieten de vrijheid van het ondernemen op zee. Maar bij economische vrijheid, daar is het Westen na de golf van deregulering en liberalisering van de afgelopen kwart eeuw soms hardhandig achter gekomen, hoort toezicht en het behoud van het publieke goed. Dat geldt ook de visstand, en de visserij.