Brexit betekent Brexit, maar wat houdt dat in?

Het zomerreces was een adempauze na het hectische Brexit-referendum. Nu moet het nieuwe kabinet van premier Theresa May knopen gaan doorhakken.

De Britse premier Theresa May was tijdens het zomerreces in de Zwitserse Alpen te vinden, waar zij samen met haar man Philip ging wandelen. Foto Marco Bertorello/Reuters

Brexit betekent Brexit. Het was de mantra van de afgelopen twee maanden, sinds het referendum waarin de Britten stemden voor een vertrek uit de Europese Unie. Maar wát de Brexit nu inhoudt, moest nog worden besloten. Wel toegang tot Europa’s interne markt? Geen toegang, deels? Wel vrij verkeer van personen, of gesloten grenzen en visa? En een duizelingwekkend aantal andere vragen waarop nog geen antwoord is.

Daar zal nu het zomerreces is afgelopen verandering in moeten komen. Woensdag houdt premier Theresa May een heidag op haar buitenverblijf Chequers. Alle ministers is gevraagd met een blauwdruk te komen.

In haar vakantie sloegen zij al piketpaaltjes. Philip Hammond (Financiën) zei zondag toegang tot de Europese interne markt te willen houden voor specifieke sectoren, zoals financiële dienstverlening en de auto-industrie. Hij leek te suggereren dat voor hem strikte immigratiebeperking minder van belang was. Ook Boris Johnson (Buitenlandse Zaken) suggereerde tijdens een reis naar New York dat er een balans kon worden gevonden.

Als de Britten uit de interne markt stappen – en bijvoorbeeld op voorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie willen handelen – kan dat grote gevolgen hebben voor de Britse economie, omdat handel met de dichtstbijzijnde buren ingewikkelder wordt. Maar als zij toegang willen blijven houden, moeten ze zich aan de Europese regels houden, meebetalen én het recht op vrij verkeer van personen erkennen, zoals bijvoorbeeld ook Noorwegen.

Dat staat haaks op waar veel Britten voor stemden, en op wat ministers Liam Fox (Internationale Handel) en David Davis (Brexit – of officieel: minister voor het Vertrek uit de EU) willen. Zij zouden vinden dat toegang tot de interne markt niet noodzakelijk is, en dat handelsakkoorden met niet-Europese landen van groter belang zijn.

Fox pochte vorige maand dat hij „een dozijn vrijhandelakkoorden [met landen] buiten de EU onderzocht voor het moment we vertrekken”. Tegen The Sunday Times zei hij:

„Er zijn nu al een aantal landen die zeggen ‘we willen dolgraag een handelsakkoord sluiten met de vijfde economie van de wereld zonder dat we met die andere 27 EU-lidstaten te maken hoeven te hebben.”

Maar het VK kan, nu het nog lid is van de EU, niet zelf akkoorden sluiten. Een woordvoerder van Theresa May had het dan ook tegen The Sun over „kennismakende telefoongesprekken”.

Verantwoordelijk

Onderwijl is het ook niet precies duidelijk wie van de drie Brexiteers waarvoor verantwoordelijk is. Dat leidde de afgelopen twee maanden tot een publiekelijk uitgevochten competentiestrijd. Fox suggereerde in een uitgelekte brief aan May dat het ministerie van Buitenlandse Zaken niet in staat was economische banden met het buitenland te kweken, en Johnson zich dus louter op diplomatie en veiligheid zou moeten richten.

Davis wilde een groot deel van de Europa-ambtenaren meenemen naar zijn Brexit-ministerie. Maar Europa is niet louter EU. En sommige pro-Europeanen zouden geen zin hebben in een overstap: ambtenaren met talenkennis en kennis van Europese regelgeving proberen uit het zicht van de Brexit-minister te blijven.

Dat betekent dat de 400 ambtenaren die er volgens bronnen nodig zijn, nog maar deels zijn aangenomen. The Financial Times meldde dat het ministerie bij gebrek aan werkruimte – het zit nu op twee plekken - bijeenkomt in een Starbucks. Fox kampt op Internationale Handel met eenzelfde probleem: het VK heeft geen eigen onderhandelaars, omdat de EU sinds 1973 alle handelsakkoorden sluit.

Dat betekent ook dat er gebrek aan kennis is, en dat deze moet worden ingehuurd. En onderwijl zal, als eenmaal de scheidingsprocedure is begonnen, in alle ministeries veertig jaar regelgeving door ambtenaren moeten worden doorgeplozen om te kijken welke regels er wel en welke niet blijven gelden, en eventueel moeten worden aangepast. Het ministerie van Financiën heeft al gezegd dat de wegvallende EU-subsidies voor wetenschappers, universiteiten en infrastructurele projecten worden gecompenseerd. Maar voor bijvoorbeeld de landbouw zal een heel nieuw subsidiestelsel moeten worden verzonnen.

Het Lagerhuis en Hogerhuis zullen zich daar vervolgens ook nog eens over moeten buigen, net als de parlementen van Schotland, Wales en Noord-Ierland. De vrees bestaat dat de hoeveelheid werk effect zal hebben op andere prangende kwesties als onderwijs en gezondheidszorg.

Strategisch plan

De voormalige directeur-generaal van de ambtenarij, Gus O’Donnell, had het afgelopen weekeinde tegen de BBC over een „administratieve en juridische verandering” die „jaren en jaren en jaren” in beslag zal nemen, zelfs als het VK „los verbonden” blijft met de EU.

„Belangrijk voor de regering is een strategisch plan te hebben: wat voor soort land willen we? Wat is onze plaats in de wereld? Wat proberen we met deze onderhandelingen te bereiken? Als die beslissingen zijn genomen, dan kun je nadenken over de start van Artikel-50 [de daadwerkelijke scheidingsprocedure,red.]. Ik zou geen haast hebben.”

Aan de andere kant van het Kanaal bestaat wel enig ongeduld. De EU-lidstaten moeten de begroting vanaf 2020 gaan vaststellen, en moeten dus weten of de Britten dan nog geld inleggen of niet. May heeft gezegd in elk geval dit jaar nog te willen gebruiken om te bedenken wat Brexit inhoudt. Ze zou volgend voorjaar Artikel-50 willen indienen.

Maar ze is duidelijk wat haar doel is. Downing Street herhaalde deze week:

„De premier heeft gezegd dat de regering de Brexit-stem zal honoreren, en er een succes van zal maken. Dat zijn de marsorders.”