We blijven alleen in het heelal

nrcvindt

Nog steeds staan wij alleen in ons oneindig grote universum. Alleen op aarde is leven, alleen de mens heeft taal, bewustzijn en technologie – tenminste voor zover wij weten. Dat nu zelfs bij de dichtstbijzijnde ster, op een luttele 4,2 lichtjaar van ons vandaan, een planeet is ontdekt die niet veel groter is dan de aarde, is daarom een opwindende gedachte.

Het brengt de grote wetenschappelijke vooruitgang op dit gebied ook letterlijk dichtbij. Twintig jaar geleden was nog maar een enkele exoplaneet bekend. Volgens de laatste telling van de NASA zijn er nu maar liefst 3.375 met zekerheid bekende exoplaneten. De verste staat op bijna 30.000 lichtjaar. Slechts zeven ervan staan minder dan 15 lichtjaar van de aarde, en Proxima b is nu dus de allerdichtstbijzijnde.

En al die zeven zijn, toevallig, niet veel groter dan de aarde. Áls daar leven is, en áls dat leven bewust is, dan zou lange-afstandscommunicatie met een buitenaardse beschaving niet ondenkbaar zijn. Vraag en antwoord met een ritme van tien tot dertig jaar.

Maar nog steeds hebben astronomen geen flauw idee op welke exoplaneten werkelijk leven mogelijk zou kunnen zijn. Pas met de volgende generatie telescopen kunnen, met spectrumanalyse van licht dat door een exoplanetaire atmosfeer is gevallen, misschien moleculaire sporen van organisch leven worden ontdekt. Voorlopig blijft de kans dat we in ons eigen zonnestelsel leven vinden groter: in de ondergrond van Mars wellicht, of in de diepe oceaan van de Saturnusmaan Europa. Dichtbij is het makkelijker zoeken, al blijft ook hier succes onzeker.

Het zenden van een sonde naar Proxima b zal de komende decennia, of misschien wel de komende eeuwen, toekomstmuziek blijven. En die exoplaneet zal zeer waarschijnlijk géén leven opleveren. De planeet draait dicht rond Proxima Centauri. Dat is een ster van het ‘rode dwerg’-type, die zijn omgeving bombardeert met stralingsuitbarstingen. Weinig heilzaam voor leven zoals wij dat kennen.

Ooit dacht de mensheid dat de aarde het middelpunt van een kleine kosmos was. Pas in de zestiende eeuw bedacht Giordano Bruno dat de sterren in feite zonnen waren, waaromheen ook planeten zouden draaien. En pas in de jaren twintig van de vorige eeuw beseften astronomen dat onze melkweg maar één van de vele sterrenstelsels was. Overal in ons onvoorstelbaar grote universum staan enorm veel sterren en dus planeten. Ergens zal een of andere vorm van leven bestaan, misschien zelfs dichtbij. Maar als we ooit iets levends ontdekken, zal het niet op ons lijken.