Via het water richting Harvard

WK roeien

Amerikaanse universiteiten speuren naar buitenlands roeitalent. Wie uitblonk op het WK bij Rotterdam, mag hopen een prestigieuze studiebeurs.

Foto Merijn Soeters

De podiumplaatsen zijn al lang vergeven op het moment dat de boot van de Nederlandse junioren mannen acht over de finish komt. Ruim 21 seconden verschil zit er tussen de winnende tijd van de Duitsers en de zesde en laatste plek van Nederland. Dat is heel erg veel, beseft Pieter-Bas Kerpestein als hij uit de boot stapt. Veel tijd om stil te staan bij de verloren race heeft hij niet. Over minder dan 24 uur stapt de achttienjarige roeier op het vliegtuig naar de Verenigde Staten, waar hij – gesteund door een volledige studiebeurs – de komende vier jaar gaat roeien bij de acht van de Universiteit van Syracuse in de staat New York.

Die studiebeurs, ter waarde van een paar ton, dankt hij aan zijn prestaties op het water. Vier jaar geleden stond de jonge Amsterdammer nog wekelijks op het hockeyveld. „Ik was die klungelige verdediger die de hele tijd wilde opstomen.”

Dat hij op vijftienjarige leeftijd in een roeiboot stapte was toeval. „Ik wilde een keer wat anders proberen.” Anderhalf jaar na die eerste kennismaking met de sport sloot hij zich aan bij de Amsterdamse roeivereniging Willem III, waar hij „serieus ging trainen”. Kort daarna namen de eerste scouts van Amerikaanse universiteiten contact op.

„Ik denk dat weinig mensen beseffen welke kansen het roeien kan bieden”, zegt Kerpestein na de race op het terrein naast de Willem-Alexander roeibaan. De wedstrijd van de junioren mannen acht was de slotrace van de WK roeien voor junioren, dat de afgelopen week gelijktijdig met het WK onder 23 en het WK voor niet olympische nummers werd gehouden bij Zevenhuizen, even ten noorden van Rotterdam.

Op de slotdag staan alleen de finaleraces van de junioren nog op het programma. Maar het zijn niet alleen talentvolle jonge roeiers, hun coaches en ouders die zondagmiddag naast de roeibaan staan. „Daar staan Princeton en Brown, hij is van Harvard, zij zijn van Virginia State...” Patrick Schulkers wijst om zich heen. Hij is assistent-coach van het mannen roeiteam van Berkeley University in Californië en net als zijn collega’s aanwezig om talent te overtuigen voor zijn universiteit te komen roeien.

De interesse van Amerikaanse universiteiten voor buitenlandse roeiers is de laatste jaren snel gegroeid. Een blik op de namenlijst van de roeiteams in Amerika leert dat in bijna ieder team internationale studenten zitten. Veel Australiërs en Britten, maar ook het deelnemersveld van kleine roeilanden als Nederland en Italië wordt scherp in de gaten gehouden. Schulkers – net als zijn collega’s van top tot teen gehuld in universiteitskleding – schat dat er zondagmiddag minimaal vijftig afgevaardigden uit de VS rondlopen. „We willen gewoon alleen het allerbeste talent.” En daarvoor worden kosten noch moeite gespaard.

Official visit

Vorige maand vloog Schulkers nog naar Nederland voor een persoonlijk gesprek met de ouders van een talentvolle roeier. De jongen koos uiteindelijk voor een andere universiteit. „Dat gebeurt vaak. Als er van de 25 jongens die ik vandaag bekeken heb, uiteindelijk drie komen zijn we al heel tevreden.” De universiteit van Berkeley mag dan doorgaans tot de wereldwijde top worden gerekend, de concurrentie is moordend. Hoe ver de coach gaat om zijn concurrenten te snel af te zijn? „De atleet bepaalt. Wij kunnen alleen een aanbieding doen en afwachten.”

Kerpestein weet inmiddels wel beter. „Van Princeton ontving ik een handgeschreven brief waarin stond dat ze me graag in het roeiteam wilde hebben. Een hele eer. Ik vertelde er laatst over aan een andere jongen en wat bleek, hij had ook een handgeschreven brief gehad, met precies dezelfde tekst.”

De Amsterdammer sprak met een twintigal universiteiten voor hij zijn beslissing maakte en werd uitgenodigd voor een ‘official visit’. Een tweedaags bezoek aan de campus. „Alles wordt betaald” zegt Kerpestein, die naar Pennsylvania vloog. Geroeid werd er die dagen niet. Het bezoek is dan ook niet bedoeld als try-out, maar om kennis te maken met de campus.

Ergernis bij Amerikanen

Er zijn wel regels waar de recruiters zich aan moeten houden. Zo mogen roeiers alleen in het laatste jaar van hun middelbare school benaderd worden, en er mag geen salaris worden uitgekeerd. De universiteit mag alleen de onkosten van de student vergoeden. En dat gaat van het betalen van collegegeld (een jaar studeren aan Berkeley kost minimaal 12.000 euro) en onderdak, tot het vergoeden van kleding en een paar keer per jaar een vliegticket naar huis.

In de VS is niet iedereen blij met de ontwikkeling dat de gewilde studiebeurzen naar buitenlandse studenten gaan, geeft coach Schulkers toe. Het zij zo, stelt roeier Kerpestein. „Twee jaar geleden was ik nog een ‘gewone’ havoleerling en dankzij het roeien vertrek ik morgen naar een Amerikaanse topuniversiteit.”