Rechterbeen gezocht (10)

Recherchechef Bollekamp belde de volgende ochtend vroeg. „Purperhart”, zei hij bars, „je hebt gisteravond de hele avond met je dronken kop Anita lastiggevallen met sms’jes over die miljonair die er met je vriendin vandoor is. Met de wildste verdachtmakingen. Je bent te persoonlijk betrokken om het moordonderzoek naar Westerduinen verder te doen. Ik haal je van de zaak af. En kom je pistool maar inleveren.”

Toen Ray vol gram zijn deur uitstapte om zijn dienstpistool in te gaan leveren, reed Tante Lotti hem met haar scootmobiel bijkans tegen de schenen. „Ay, Ray mi boi, ik zocht je! Luister, ik heb een tip voor je over die dode bij de Bijlmerbajes. Je weet toch mijn vriendin… tante Betsie… van de kerk.. zij heeft een neefje, die zit in de Bijlmerbajes en die heeft iets gezien vanuit zijn cel. Hij durft het de politie niet vertellen, maar jij bent anders…”

Het was een gruizig filmpje dat Daryll Avontuur Ray op zijn telefoon liet zien, in zijn cel, acht hoog in een toren van de Bijlmerbajes. Gruizig, maar duidelijk genoeg. Vanuit Darylls celraam kon je de gevangenisgracht en Bajesdorp duidelijk zien. Je zag op het filmpje een witharig mannetje, de oud-cipier. Hij stak met kracht iets in de keel van een vrouw die op de wal lag.

Oud-cipier Chris Krimbos had meteen door dat Ray voor hem kwam. Hij liet zijn emmer vallen, de Amerikaanse rivierkreeften krioelden over straat, en rende weg. „Stop politie”, riep Ray en ging erachteraan.

De man rende Bajesdorp uit, onder een metrobaan op pilaren door naar een industrieterrein, en verdween in een loods. Toen Ray daar binnenging sloeg een vochtige warmte hem tegemoet. Hij opende nog een deur en zag tot zijn verbazing dat de hele hal een waterbassin was. Daarin zwom een enorme krokodil. Op een eilandje achterin zag Ray Krimbos onder een luik verdwijnen.

Ray trok zijn pistool en plonsde het water in, een meter diep. Hij waadde richting het eilandje. De krokodil, bijna drie meter lang, zwom naar Ray. Vlakbij sprong het dier omhoog en hapte naar hem. Ray zag de scherpe vuilgele tanden. Hij schoot. Het verwonde dier hapte nog woester. Ray schoot nu net zolang tot het enorme beest dood in het roodkleurend water lag.

Hij waadde snel naar het eilandje. Onder het luik zat de oud-cipier, in een ruimte vol kluisjes. Hij was zenuwachtig met zijn telefoon bezig. „Handen omhoog, wij bellen niemand”, zei Ray en pakte de telefoon af. „Wat is dit?” De oud-cipier keek angstig in de loop van Ray’s Walther P99QNL. En liep leeg. Hij was een hulpje van Patrick Lemoensberg. Die verborg hier het zwarte geld dat hij verdiende met drugslaboratoria in het hele land.

„Wat heb je met die vrouw gedaan?”, vroeg Ray. Krimbos vertelde hakkelend. Tijdens het wassen van zijn Canta vrijdag had hij gehoord hoe Westerduinen de blauwharige kraakster van Bajesdorp waarschuwde tegen ‘die crimineel Lemoensberg’. Dat die de Bijlmerbajes wilde kopen. Hij had meteen zijn baas gebeld. Die zei: ‘Ruim die vrouw uit de weg’. Hoe, hij had geen idee. Maar even later kwam ze kijken hoe Krimbos rivierkreeften viste in de bajesgracht. Toen ze in de emmer keek, sloeg hij haar bewusteloos en stak haar met de paraplu in de keel dood. Daarna schoof hij haar onder de brug in de Bijlmerbajesgracht.

„En haar been?”, vroeg Ray.

(Wordt vervolgd)