Ook op het platteland kun je als arme Brit geen woning krijgen

Engeland

Op het Engelse platteland is de woningnood zo mogelijk nog nijpender dan in Londen. Velen willen er wonen, slechts weinigen kunnen het zich veroorloven en nieuwbouw wordt er maar mondjesmaat toegestaan.

Foto iStock

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom iemand in Holne wil wonen. Kleine kronkelweggetjes, aan weerszijden begrensd door metershoge heggen, voeren naar het dorp in Dartmoor National Park. Waar pony’s, koeien en schapen rustig over de weg lopen, van het ene stuk hei naar het andere.

Holne is een kerkje, pub, dorpshal, en een door de inwoners zelf gerund winkeltje. Een kern met eeuwenoude witte cottages, jarendertighuisjes en jarenzeventigbungalows. Aan de rand van het dorp staan zeven moderne huizen die twee jaar geleden werden opgeleverd. Sociale woningbouw.

Dat maakt Holne (390 inwoners) bijzonder. Want op het Engelse platteland is een huizencrisis gaande die zo mogelijk nog nijpender is dan die in Londen – waar alle politieke en media-aandacht naar uitgaat. In sommige plattelandsgebieden is het afgelopen decennium slechts eenvijfde van het benodigde aantal huizen gebouwd, waarschuwt de National Housing Association. Die krijgt bijval van de Campaign for Rural England, die vecht voor het behoud van natuur en platteland. Want zonder bloeiende gemeenschappen is er geen platteland.

Foto Titia Ketelaar

Foto Titia Ketelaar

Het tekort aan betaalbare huurwoningen en sociale woningbouw is nog groter. Want de huizen die op de markt komen, worden - zeker in bijzondere natuurgebieden als Dartmoor – opgekocht door renteniers of als vakantiehuizen en tweede huizen. De gemiddelde prijzen zijn mede daardoor 26 procent hoger dan die in steden. Dat leidt ertoe dat de toch al vergrijzende plattelandsbevolking nog grijzer wordt. Jongeren willen wel blijven, maar kunnen het zich niet veroorloven.

Twee jaar geleden besloot de regering bovendien dat pas bij projecten van tien of meer huizen een verplichting geldt tot het bouwen van sociale woningen en zogenoemde ‘betaalbare’ huizen.

„Op 85 procent van het platteland zijn bouwprojecten altijd kleiner dan tien huizen”, schampert Jo Lavis, woningbouwdeskundige.

„Politici denken niet automatisch aan de gevolgen voor het platteland. Neem Right-to-Buy [het recht van huurders hun sociale woning te kopen, red]. Dat betekent dat de weinige huurhuizen die er zijn niet op de markt blijven. Een woningbouwvereniging mag koop weigeren, maar moet dan een alternatief bieden. Maar als er al een woningtekort is, waar dan?”

Verbod op tweede huis

St. Ives, aan de noordkust van Cornwall, sloeg onlangs terug door in een referendum een verbod te eisen op de bouw van huizen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn. Een kwart van het aantal huizen in de badplaats stond geregistreerd als tweede huis. Dat betekent: minder dagelijkse vraag is naar scholing, huisartsen, busvervoer of winkels die iets anders verkopen dan ijsjes of souvenirs.

In Holne was het voor het overgrote deel van het dorp ook duidelijk dat er iets moest gebeuren, vertelt David Troake van de dorpsraad. „Er was hier geen enkele relatie tussen inkomens en huizenprijs meer. Dat dreef mensen weg.”

Volgens vastgoedwebsite RightMove is de gemiddelde prijs voor een vrijstaand huis in Holne 427.100 pond (491.165 euro), in het hele Dartmoor National Park 283.935 pond. Koophuizen in de laagste prijscategorie kosten 149.000 pond. Het gemiddelde jaarinkomen in de regio is 19.942 pond. Veel mensen leven van wat ze in het toeristenseizoen verdienen, of werken in de landbouw.

Toch was er weerstand tegen de sociale woningbouw. „Er waren dorpelingen die vonden dat je in een National Park niet moet bouwen. Er waren mensen die niet wilden dat het dorp werd uitgebreid, en die zich zorgen maakten over wie er dan kwamen wonen”, zegt Troake. Sociale woningbouw roept associaties op met achterstandsgezinnen.

Dat zegt ook Jo Flint van woningbouworganisatie Hastoe, die de opdracht kreeg de zeven huizen te bouwen. Hastoe is gespecialiseerd in bouwprojecten op het platteland. Die zijn niet alleen tijdrovend, maar ook kostbaar. Het gaat om kleine projecten in soms moeilijk bereikbare gebieden, waar de riolering en alle infrastructuur nog moeten worden aangelegd.

En grond is schaars. In Holne was het een geluk dat de eigenaar het perceel tegen een lagere prijs dan de werkelijke waarde wilde verkopen, omdat het project het dorp zou helpen.

Dorpelingen praten bovendien graag zelf mee over hoe de sociale woningen er uit moeten komen te zien. Flint is degene die „menige avond” doorbrengt in dorpshallen om duidelijk te maken dat de paar huizen extra niet een slinkse wijze zijn om een hele wijk bij te bouwen.

Schrikbeeld

Foto Titia Ketelaar

Foto Titia Ketelaar

„Dat is nog altijd het schrikbeeld, dat er opeens gezinnen met lage inkomens uit Birmingham komen en de huizen in waarde zullen dalen.” Terwijl een speciale vereiste voor sociale woningen op het platteland juist is dat diegenen die ervoor in aanmerking willen komen een connectie met het dorp moeten hebben: werk of familie. Ze zegt: „De dorpelingen die zelf tot die categorie horen, staan zelden op om te zeggen ‘maar dit gaat over mij’.”

„Ik ben nu heroïneverslaafde-af”, grapt de 32-jarige Claire Austin, die in een van de zeven huizen in Holne woont. De kinderen dartelen door de tuin, waarin een opblaasbadje staat en kippen loslopen. „Nee echt: de gedachte van sommige gepensioneerden, en van advocaten en artsen enzo was: ‘wie haal je in huis’.” Terwijl zij in een verzorgingstehuis werkte en partner Julian graafmachines bedient. Hij is geboren in het dorp, zij in een naburig dorp. „We woonden bij zijn ouders. Maar iets voor jezelf is toch veel prettiger.”

Buurvrouw Coral Brown, ook 32, woonde elders in het dorp in een huurhuis dat ze nét kon betalen. „Ik betaalde 800 pond per maand. Dat huis tochtte en slurpte stookolie, dus dat kwam er nog eens bij.” Nu betaalt ze 650 pond per maand. Ze zegt: „Er waren heel veel vooroordelen over dit project.” Terwijl men haar kende: ze runde de dorpshal. „Ik nodigde iedereen uit voor een kopje thee. Dat heeft gewerkt.”

Maar Holne is een uitzondering. David Orr, voorzitter van de National Housing Association, schreef in een blog dat het grootste probleem de Engelse mentaliteit is: het is een land van natuurbeschermers: „Terwijl ik dit schrijf, hoor ik de alarmbel van de egoïsten en de romantici: ‘U wilt het platteland in beton gieten’.”

Orr zegt dat Engeland een keuze heeft:

„Een toekomst voor het platteland met langzaam wegkwijnende dorpen die door toeristen worden gefotografeerd, of met een levendige, dynamische plattelandseconomie.”