Dansmoves

Portret Ellen Deckwitz

Dit weekend was ik op een straatfeest en toen de muziek begon, gingen meteen alle voetjes van de vloer. De minderjarigen sloegen aan het breakdancen, mijn buurvrouw schudde met haar kont alsof er iets centrifugeerde, zelfs de bejaarden swingden erop los. Ik was enorm onder de indruk: iedereen, jong en oud, kon dansen! Waar hadden zij die skills vandaan?

Tegenwoordig blijf ik echt wel overeind op de dansvloer maar dat is niet altijd zo geweest. Op een schoolfeest in ’95 fluisterde mijn beste vriendin tegen me dat er grapjes werden gemaakt over hoe ik danste. „Je moet,” zei ze streng, „wel een beetje op de maat van de muziek letten hoor.” Ik voelde me verraden door iedereen die me daar niet eerder op had gewezen (het voelde als het moment waarop je ontdekt dat je al uren sesamzaad tussen je voortanden hebt), maar toen ik erover nadacht, kon ik niets anders dan concluderen dat ik inderdaad niet veel zorg besteedde aan mijn moves: mijn bewegingen hielden het midden tussen tegen een muur hangen, kniebuigen en een beetje met mijn hoofd wiebelen. Ik deed maar wat. Aan de beat had ik nog nooit aandacht besteed.

Ik sloot me op in mijn slaapkamer met een cassettedeck vol topveertig muziek en werkte aan mijn ritmegevoel. Als er niemand thuis was, zette ik TMF aan en probeerde ik na te dansen wat er in de clips gebeurde. Uiteindelijk kwam het i n choreografisch opzicht wel goed met mij, maar dat niet alleen: ik realiseerde hierdoor me ook dat ik zonder die opmerking van mijn beste vriendin, niets aan mijn dansvaardigheid had gedaan. Dat hing samen met hoe ik me tot op dat moment tot de wereld verhield.

Van jongs af aan heb ik steeds het gevoel gehad dat de rest van de mensheid wereldwijzer was dan ik. Dat er ergens een soort Handleiding voor het Leven was, en dat iedereen behalve ik van de inhoud op de hoogte was. Ik hoopte telkens maar dat mensen het wel tegen me zouden zeggen als ik iets ongepasts of schaamwekkends deed, maar werd vaak genoeg uitgelachen om te weten dat dat ijdele hoop was. Etiquette, omgangsvormen: iedereen wist hoe het heurde, maar ik niet.

Op het straatfeest was ik dolblij toen ik mijn twee jonge neefjes voorbij zag twerken. Zij begrepen de Handleiding dus gelukkig wel. Ik besloot aan te haken.

„Wat kunnen jullie goed dansen!” zei ik, al hortend en stotend, „hebben jullie les gehad?”

Mijn oudste neefje keek me met een scheef oog aan.

„Doe normaal tante, we hebben het gewoon van Youtube!” zei hij.

„En Wikihow!” vulde zijn broertje aan, „moet u ook eens proberen!”

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.