Daglichttempel

Architectuur

Kraaijvanger Architects heeft een museumgebouw als een klassieke Griekse tempel gebouwd, met ijle kolommen.

Een tempel noemt Wim Pijbes, algemeen directeur van Museum Voorlinden, het nieuwe tentoonstellingsgebouw dat kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh in Wassenaar heeft laten bouwen. En inderdaad: het expositiegebouw, ontworpen door Dirkjan Postel en andere architecten van Kraaijvanger Architects, heeft met zijn zes ijle, dubbele kolommen aan de korte kanten en negen aan de lange, wel iets weg van een Griekse tempel. Maar ook lijkt het, door zijn platheid en grote dakoverstekken, op een klassieker uit de twintigste-eeuwse modernistische architectuur: de Neue Nationalgalerie in Berlijn uit 1968, de zwanenzang van Ludwig ‘less is more’ Mies van der Rohe.

Unieke dakconstructie

Toch is Museum Voorlinden het volkomen tegendeel van de Neue Nationalgalerie. Terwijl onder het dak van de Neue Nationalgalerie zich een geheel open – en voor het exposeren hoogst onpraktische – ruimte bevindt, is onder het dak van Museum Voorlinden een compleet gebouw geschoven. Want eigenlijk is het kolossale dak met de omvang van een voetbalveld geen dak, maar een scherm met 115.000 schuine, elliptische cilinders die het noorderlicht vangen. Eronder liggen de museumruimtes met licht hellende glazen zadeldaken, waarvan er veel zijn voorzien van velums die het noorderlicht filteren. De in deze Nederlandse museumwereld unieke dakconstructie zorgt voor een schitterend licht in de zalen.

Anders dan een Griekse tempel is het onder het scherm geschoven bouwdeel niet symmetrisch. De vier zijden, waarin open glazen geveldelen worden afgewisseld door met beige natuursteen beklede, zijn alle vier verschillend. En de publieksingang bevindt zich niet aan de voorzijde, maar aan de lange zijgevel. Wie die doorgaat, komt in een ruime, rustige hal vanwaar bijna het hele museum kan worden waargenomen en doorgrond. Rechts bevindt zich het deel voor de vaste collectie van Van Caldenborgh, daarnaast zijn zalen zonder daklicht voor prenten en andere lichtgevoelige kunstwerken en links leidt een gang die zo breed is dat hij geen gang meer kan worden genoemd naar de zalen voor de wisseltentoonstellingen en permanente werken in situ, zoals het sublieme doolhof van cortenstalen platen van Richard Serra.

Tempelachtig voorkomen

De gang voert ook langs de museumwinkel die, net als de bibliotheek en het auditorium, door de Italiaanse architect Andrea Milani is ontworpen. Niet alleen in deze met veel hout ingerichte ruimtes, maar ook in de rest van het museum valt de ongelooflijk precieze maatvoering en detaillering op.

Zo lijnen de witte museumwanden die iets boven vloeren lijken te zweven precies met de naden van de brede houten planken van de vloer. Van installaties, zoals brandmelders, ontbreekt elk spoor in het museum, en de indeling van het museum is zo helder dat bewegwijzering overbodig is. Zelfs de bordjes die de nooduitgangen aangeven, zijn vrijwel onzichtbaar: in de wanden verzonken en verborgen achter een dun, wit pleisterlaagje, lichten ze pas op bij brand en andere calamiteiten. Zo is Museum Voorlinden niet alleen door zijn tempelachtige voorkomen, maar ook door zijn witte en volkomen strakke wanden een door en door modern klassiek museumgebouw geworden.