Campagne 2017: kiezen tussen redelijkheid en radicale haat

nrcvindt

Met de formele maar voor het overige niet verrassende aankondiging dit weekeinde van Mark Rutte dat hij opnieuw lijsttrekker van de VVD wil worden, en de presentatie van drie verkiezingsprogramma’s afgelopen week, beginnen zich de contouren van een lange verkiezingscampagne af te tekenen. Een zeer lange campagne zelfs, met op weg naar de verkiezingsdatum van 15 maart volgend jaar talloze onbekende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de positiebepaling van de partijen.

Deze onzekerheid betekent dat de verkiezingsprogramma’s nog meer gerelativeerd moeten worden dan anders. D66 presenteerde afgelopen vrijdag onder de titel ‘Kansen voor iedereen’ een ruim 200 pagina’s tellend programma dat de hele wereld benoemt maar desondanks schittert in vaagheid omdat de echte keuzes voor de komende vier jaar nog niet zijn gemaakt. Die volgen pas als na Prinsjesdag de nieuwste cijfers en voorspellingen van het Centraal Planbureau bekend zijn. Met het programma straalt D66 vooral de voor deze partij vertrouwde houding van beschaafde redelijkheid uit. Ook dat kan trouwens een keuze genoemd worden.

Opmerkelijk en verwerpelijk is de inzet die D66-lijsttrekker Alexander Pechtold voor zichzelf heeft gekozen. Hij wil in een volgend kabinet minister worden. Zoniet, dan verlaat hij de politiek. Pechtold geeft hiermee wel een zeer bijzondere uitleg aan de door zijn partij nagestreefde staatkundige vernieuwing. Er zijn volgend jaar verkiezingen voor de Tweede Kamer, niet voor een kabinet. De lijsttrekker van D66 geeft nu al te kennen dat hij niet beschikbaar is voor diezelfde Tweede Kamer waar de kiezers straks hun stem op kunnen uitbrengen. Zeker iemand van D66 zou zorgvuldiger moeten omgaan met het vertrouwen dat hij van de kiezer vraagt.

Tegenover het ‘samen’ van D66 staat het ‘weg met’ van de PVV. De partij deponeerde een op één A4’tje passend pamflet waarin het xenofobe karakter van de partij wederom steviger wordt aangezet. Vier jaar geleden mocht er van de PVV geen enkele moskee meer bijkomen, nu moeten alle moskeeën dicht, wordt de koran verboden en dienen immigranten uit islamitische landen te worden geweerd.

Geruststellend is dat de partij van Geert Wilders zich met deze houding ver van regeringsverantwoordelijkheid plaatst. Als de overige partijen hun rug recht houden. Maar zorgelijk blijft dat terwijl Wilders’ boodschap van haat alleen nog maar is geradicaliseerd, dit door grote delen van de samenleving niet als normoverschrijdend wordt beschouwd.