Bert van Oostveen had ‘geen energie meer om tegen de stroom in te zwemmen’

Van Oostveen kreeg publiekelijk veel kritiek na de benoeming van bondscoach Danny Blind en het misgelopen EK in Frankrijk.

Bert van Oostveen op een voetbalcongres in 2014. Foto: Robin van Lonkhuijsen

Hij bracht Louis van Gaal, die brons haalde op het WK in 2014 met Oranje, maar hij bracht ook Guus Hiddink en de doorgeschoven Danny Blind die tezamen er niet in slaagden het EK 2016 met maar liefst 24 deelnemers te bereiken.

Bert van Oostveen zwaait af als directeur betaald voetbal van de KNVB, zo werd vanmiddag bevestigd. Een beslissing die komt na een “rationeel proces”, zegt hij in een reactie. Hij is de afgelopen maanden overladen met kritiek, waarbij hij wel constateert dat publiek en media “zaken door elkaar gooien die los van elkaar staan”. Maar de slotsom was dat aanblijven niet meer wenselijk was, voor hemzelf noch de KNVB. “Terecht of niet terecht: die kritiek is een feit. En de organisatie met mij aan het hoofd kwam daar niet meer los van.” Hij zegt dat hij “niet meer de energie had om tegen de stroom in te zwemmen”.

Begin van het einde

Hoewel de aanstelling van de bondscoach in zijn woorden “maar drie procent van zijn tijd” kostte, vormde de onfortuinlijke en onsuccesvolle keuze voor Hiddink en diens opvolger Blind – die het bondscoachschap in 2014 in het vooruitzicht gesteld kreeg – het begin van het einde van zijn bestuursleven bij de KNVB. De raad van commissarissen achtte hem na de mislukte EK-kwalificatie nog geschikt om tot 2019 de KNVB te leiden. Maar de kritiek op zijn functioneren hield aan.

Een weinig tactvolle manoeuvre in de crisis van FC Twente is hem binnen de raad van commissarissen en vooral in Twente niet in dank afgenomen. Maar van druk vanuit de organisatie is volgens Van Oostveen geen sprake.

“Dat blijkt ook wel uit en het feit dat er met zo’n uitgebreid persbericht vol waardering afscheid wordt genomen, en dat ik nog aanblijf als secretaris-generaal en toernooidirecteur van het EK vrouwen in 2017.”

De roep om het aftreden van Van Oostveen zwol afgelopen weken opnieuw aan toen assistent-bondscoach Dick Advocaat gebruikmaakte van een ontsnappingsclausule in zijn contract en alweer na drie maanden Oranje verliet, vlak voor het begin van de WK-kwalificatie. Hans van Breukelen, die begin juli aantrad als technisch directeur van de KNVB, stelde daarnaast afgelopen vrijdag dat de opvolging voor teammanager Hans Jorritsma, die twintig jaar bij Oranje zat, onder Van Oostveen twee jaar lang is blijven liggen.

Een gebrek aan charme

Dat Van Oostveens houdbaarheid erop zat, was een breed gedragen sentiment in de voetbalwereld. Huidig assistent-bondscoach van de Oranjevrouwen Foppe de Haan, zeker niet de hardste KNVB-criticaster, zei het nog vlak voor hij bij de KNVB ging werken. De afgestudeerd politicoloog Van Oostveen, die stage liep bij de Duitse politieke partij CDU, werd binnen de KNVB onder Henk Kesler klaargestoomd voor de hoogste bestuursfunctie. Maar hij mistte diens charme en handigheid in omgang met media. Dat wreekte zich pas na de wanprestaties van Oranje na 2014.

Van Oostveen zegt dat hij de KNVB als “een stabiele en financieel gezonde organisatie” achterlaat, wat hij aanmerkt als zijn belangrijkste nalatenschap. Maar zijn beleid rond Oranje heeft hem opgebroken. “In deze prestatiewereld ben je afhankelijk van de resultaten die trainers behalen. Dat laat onverlet dat je verantwoordelijk bent voor de aanstelling van die trainers”, zegt hij. Afgezien van de aanstelling van Van Gaal bleken zijn keuzes voor bondscoaches ongelukkig.

De contractverlenging voor bondscoach Bert van Marwijk, die als bondscoach anderhalf jaar na het behalen van de tweede plek op het WK in 2010 een fors contract kreeg tot 2016, bleek Van Oostveens zucht naar continuïteit in een woelige wereld waar sportieve prestaties de maat der dingen zijn. Na het geflopte EK van 2012 werd afscheid genomen van Van Marwijk.

De timing van Van Oostveens terugtreden nu, vlak voor het begin van de WK-kwalificatie, is opvallend. Het besef dat hij de KNVB niet langer kon leiden kwam bij hem pas deze zomer. Van Oostveen zegt daarover: “Dit was het minst onnatuurlijke moment.” Hij was voornemens bij zijn aantreden in 2010, zegt hij, om het ambt zes tot acht jaar te vervullen. Op 1 september stopt hij, na precies zes jaar.