Welk spel speelt Turkije in Syrië?

Offensief in Noord-Syrië

De verhoudingen rond het Syrische conflict verschuiven. Turkije keert zich met Assad tegen Koerdische strijders.

Turkse ambulances keren zaterdag terug van de Syrische grens bij Karkamis. Turkije stuurde vorige week tanks en militairen naar Syrië om de rebellen te helpen. Halit Onur Sandal/AP

Met de Turkse invasie is de strijd in het noorden van Syrie een nieuwe fase in gegaan. Dit weekend hebben Syrische rebellen vier dorpen en een stad veroverd op Koerdische troepen. Hun offensief wordt ondersteund door Turkse bombardementen en beschietingen. Daarbij zijn zeker 35 doden gevallen, van wie de meesten burgers. Bij een Koerdische raketaanval kwam zaterdag een Turkse militair om.

Turkije stuurde vorige week tanks en militairen naar Syrië om de rebellen te helpen bij de inname van Jarablus, een grensstad die in handen was van de terreurbeweging Islamitische Staat (IS). De operatie werd ‘Eufraat-schild’ gedoopt. Daaruit bleek dat Turkije nog een ander, belangrijker doel had: Koerdische troepen terugdringen ten oosten van de Eufraat.

De operatie heeft de steun van de VS. Opmerkelijk genoeg leidt die tot gevechten tussen twee Amerikaanse bondgenoten: enerzijds NAVO-partner Turkije en anderzijds de Syrisch-Koerdische militie YPG, de effectiefste tegenstander van IS in Syrië.

Het begin van de operatie viel (toevallig?) samen met een bezoek van de Amerikaanse vicepresident Joe Biden aan Turkije. Hij riep de Koerden op zich terug te trekken ten oosten van de Eufraat.

„Ze zullen geen Amerikaanse steun krijgen als ze zich niet aan die afspraak houden. Punt uit.”

De Koerden reageerden gebeten. Want zonder Amerikaanse steun kunnen ze nooit het hele noorden van Syrie inlijven bij hun autonome regio Rojava. „Turkije heeft veel te verliezen in het Syrische moeras”, twitterde de Syrisch-Koerdische leider Saleh Muslim.

Op bezoek in Rusland

De ontwikkelingen duiden erop dat de internationale verhoudingen rond de Syrische crisis aan het schuiven zijn. Aan de inval gingen weken van druk diplomatiek overleg vooraf. De Turken gingen op bezoek in Rusland en Iran. Het lijkt onwaarschijnlijk dat Turkije als NAVO-land troepen naar Syrië zou sturen zonder dit besproken te hebben met Rusland en Iran, de twee belangrijkste steunpilaren van president Assad.

Het was in dat licht opvallend hoe terughoudend Moskou en Teheran reageerden op de Turkse operatie. Terwijl het Syrische regime sprak van een „flagrante schending van zijn soevereiniteit”, zei Rusland „diep bezorgd te zijn over de gebeurtenissen aan de Syrisch-Turkse grens”. Maar Moskou eiste niet dat Turkije zijn troepen terug zou trekken.

„De inval in Jarablus lijkt nauw verbonden te zijn met de gezwinde maar geheime regionale diplomatie van Turkije”, schrijft Aron Lund, analist van de Amerikaanse denktank Carnegie. „Wat nog onduidelijk blijft, is hoelang van tevoren dit is gepland, hoeveel landen en facties wisten van dit geheim, hoe ver Turkije en de door Turkije gesteunde groepen mogen oprukken van de andere invloedrijke spelers, en of de Turkse inval ook een diepere politieke dimensie heeft”.

Vooralsnog vormt de Turkse operatie gewoon de laatste gecompliceerde wending in een toch al ingewikkeld conflict. Daarin speelt Turkije een steeds prominentere rol. De Syrische burgeroorlog vormt een groeiend probleem voor Turkije. Zo voert IS er geregeld aanslagen uit. Vorige week vielen nog 54 doden toen een zelfmoordterrorist zichzelf opblies op een Koerdische bruiloft in Gaziantep.

Maar de Turken maken zich vooral zorgen over de opmars van de Syrische Koerden. Ze vrezen dat een autonome Koerdische entiteit aan zijn zuidgrens de separatistische gevoelens onder Turkse Koerden zal aanwakkeren. Volgens The Wall Street Journal hebben de VS en Turkije vorig jaar afgesproken dat de Koerden niet zouden oprukken ten westen van de Eufraat. Maar dat deden ze de afgelopen maanden toch. In augustus veroverden ze de stad Manbij op IS.

Zowel de Turken als de Amerikanen zeiden dat de YPG ermee had ingestemd om na de slag om Manbij zijn troepen terug te trekken tot achter de Eufraat. Maar dat is niet gebeurd. Sterker nog, Koerdische leiders verklaarden juist dat de val van Manbij de opmaat zou vormen voor de verovering van de rest van de regio, zodat het westelijke kanton Afrin met de rest van het Koerdische gebied in het zuidoosten zou worden verenigd. Dit zou de aanleiding zijn geweest voor de Turkse operatie.

Ook de Turkse toenadering tot het Syrische regime moet in dit licht worden gezien. De Turken eisen niet langer het vertrek van Assad, maar zeggen dat hij deel kan uitmaken van een ‘overgangsbewind’. Niet dat de Turken ineens met hem op een lijn zitten, maar Assad is een handige bondgenoot in de strijd tegen de Koerden. Het lijkt geen toeval dat het regime onlangs ineens in gevecht raakte met de Koerden, terwijl er jarenlang een officieus niet-aanvalsverdrag tussen hen was.

Amerikaanse commando’s

Dit leidde vorige week overigens tot een gevaarlijke situatie, waarbij een internationale crisis niet ver weg was. Amerikaanse commando’s die samen met Koerdische troepen optrokken werden onder vuur genomen door Syrische gevechtsvliegtuigen. De commando’s vroegen om luchtsteun en dat leidde bijna tot een botsing. De Amerikanen waarschuwden later dat ze niet zullen aarzelen om een vijandelijk toestel uit de lucht te schieten als hun manschappen gevaar lopen.

„De vreemde stoelendans die we nu zien in het noorden van Syrië, en waarin de Koerden zonder stoel zijn komen te staan, is typisch voor de huidige staat van de Syrische oorlog”, schrijft Lund. „Terwijl facties strijden om invloed, raken de originele doelen van de strijd langzaam uit het zicht, en worden opportunistische doelen het nieuwe normaal.”