Rutte tegen Erdogan: geen Turkse bemoeienis

Nasleep couppoging

De premier zei het onacceptabel te vinden dat „groepen in Nederland tegen elkaar worden opgezet”.

Betoging tegen de couppoging in Turkije, vorige maand in Rotterdam. Foto Marten van Dijl/ANP

Mark Rutte heeft in een telefoongesprek met de Turkse president Erdogan gezegd „geen Turkse bemoeienis met onze binnenlandse aangelegenheden” te tolereren en hem verzocht „behulpzaam te zijn dit te voorkomen”. Dat schrijft de premier zaterdagavond op Facebook. „Het is niet acceptabel dat groepen in Nederland tegen elkaar worden opgezet.”

Rutte deed zijn oproep daags nadat de Turkse consul Sadin Ayyildiz een afspraak met burgemeester Aboutaleb van Rotterdam over een omstreden brief van zijn hand afzegde. In de brief aan de burgemeesters in Rotterdam en omgeving schreef de consul over manieren om spanningen tegen te gaan, onder meer door sommige demonstraties te verbieden. Aboutaleb zag in de tekst een advies, en zei geen Turkse inmenging te dulden. Volgens de ambassade was het schrijven slechts informatief bedoeld.

In het Facebook-bericht van Rutte staat niet of er een concrete aanleiding was voor de oproep aan Erdogan. Ook vermeldt de tekst niet wat de reactie van de president was. Rutte zegt in het gesprek opnieuw benadrukt te hebben dat Nederland de couppoging veroordeelt. Hij riep Ankara op om op een goede manier met de nasleep van de mislukte putsch om te gaan: „Turkije heeft nu een kans om democratie en rechtsstaat hier sterker uit te laten komen. Daarom is het van belang dat de nasleep van de coup op een fatsoenlijke manier wordt geregeld waarbij wij een introductie van de doodstraf zouden afwijzen.”

De Turkse regering houdt geestelijke Fethullah Gülen verantwoordelijk voor de couppoging en probeert het land te zuiveren van zijn aanhangers. Dat heeft ook in Nederland tot spanningen geleid.

Het telefoongesprek van Rutte met Erdogan was vlak voor minister van Buitenlandse Zaken Koenders maandag Ankara bezoekt. Ze dienen hetzelfde moeilijke doel om twee boodschappen in een af te geven. Aan de ene kant is er het besef dat Nederland, zoals de meeste Europese landen, in de weken na de couppoging van 15 juli fouten heeft gemaakt in de communicatie. De coup, waarbij binnen een paar uur ruim driehonderd mensen omkwamen, was nog niet afgewimpeld of alle aandacht ging naar de vraag hoe Erdogan ervan zou weten te profiteren. Condoleances of oprechte interesse in wat zich had afgespeeld en hoe het voelt als je eigen leger het parlement bombardeert, was er amper.

Dat is bij Turken, niet alleen de regering, in het verkeerde keelgat geschoten. Het bevestigt wat ze al langer denken: Erdogan kan in de ogen van Europa geen goed doen. Of het nu gaat over vluchtelingen, de oorlog in Syrië of het tegenhouden van jihadisten. Drie terreinen waarop Europa en Turkije elkaar nodig hebben. Rutte en Koenders benadrukken nu ook dat Turkije een belangrijke bondgenoot is. In 2012 vierden Nederland en Turkije nog uitgebreid de 400ste verjaardag van de onderlinge betrekkingen.

Het bezoek van Koenders aan Ankara dient daarom ook om een inhaalslag te maken. De verlate symbolische arm om de schouder van de regering van een bevriende natie.

Dat moet worden gecombineerd met het uitspreken van de grote zorgen die er zijn over de massa-arrestaties in Turkije na de mislukte coup en de verdere pogingen om de samenleving te zuiveren van verraders. De speech over Nederlandse schoolpleinen, die gevrijwaard moeten blijven van Turkse politiek. Naar die boodschap wordt ongetwijfeld beter geluisterd als de eerste gemeend overkomt.

Het is onduidelijk of Rutte daar zaterdag in zijn telefoongesprek in is geslaagd. Zijn woordvoerders vertellen vooral over de waarschuwingen die hij Erdogan gaf. Niet over hoe de Turkse president daarop reageerde. Ook de Rijksvoorlichtingsdienst wil dat niet zeggen. Turkse berichtgeving door het staatspersbureau Anadolu beperkt zich vooralsnog tot de standaardformulering dat Erdogan Rutte informatie heeft gegeven over wat zich op 15 juli in Turkije afspeelde en het gevaar dat uitgaat van ‘Fetö’, de afkorting die de Turkse regering gebruikt voor wat zij de terreurorganisatie van Fethullah Gülen noemen.