Rechterbeen gezocht (9)

Janice was Ray voor. Hij was het Nelson Mandela Park ingelopen, het park tegenover bureau Flierbosdreef. Hij was deze maandagmiddag te getergd om te gaan lunchen in de kantine. Hij pakte zijn telefoon om een antwoord te bedenken op Janice’ boodschap ‘lul’, toen er een foto via what’s-app binnenkwam. Daarop stond Janice, in bikini, druipend, omdat ze net uit het water kwam. Ze proostte champagne met Patrick Lemoensberg. „Even bij Patrick in zijn privézwembad. Asshole.”

Ray kon zijn ogen niet geloven. Janice was bij Lemoensberg, die lul van een eigenaar van restaurant De Passie die zijn romantische etentje gisteravond had verpest door Janice in te palmen met zijn mooie praatjes. Niet je dienstpistool gaan halen, Ray Purperhart, sprak hij zichzelf toe. Hij googlede Lemoensbergs adres. Daarna liep hij naar het bureau.

„Ik heb wat ontdekt”, zei Anita. De telefoongegevens van Ria Westerduinen, de hoogleraar voedingskunde die vermoord in de Bijlmerbajesgracht was gevonden, waren binnen. Westerduinen had het laatst gebeld met haar secretaresse op de universiteit, na haar bezoek aan de Bijlmerbajesdirecteur. „Ik heb het gecheckt”, zei Anita. „Westerduinen wilde dat haar secretaresse het dossier van ene Patrick Lemoensberg klaarlegde.”

„Lemoensberg?”

„Ja, dat is een miljonair die rijk is geworden in de farmaceutische industrie”, zei Anita. „Waarom heeft die Westerduinen een dossier van hém? En wat is de connectie met de Bijlmerbajes?”, vroeg Ray. „Die Lemoensberg heeft voedingshoogleraar Westerduinen drie jaar geleden gevraagd om mee te werken aan een project voor Defensie. Daarom heeft ze een dossier aangelegd. Hij wilde voor het Nederlandse leger speciale crystal meth gaan produceren. Voor missies. Speed waardoor soldaten alerter worden en langer door kunnen gaan.”

„Dat meen je niet”, zei Ray. „Ja”, zei Anita, „ in de oorlog schijnen ze dat veel gebruikt te hebben: Panzerschokolade noemden de nazi’s het. Maar Westerduinen was daar faliekant tegen en vertrouwde het niet. Ze heeft Defensie gewaarschuwd tegen Lemoensberg. Ik heb de gevangenisdirecteur gebeld”, zei Anita, „Blijkt dat Lemoensberg de man is die de Bijlmerbajes wil kopen, en er een groot horecacomplex van wil maken.”

„No shit”, zei Ray. „Dat is de connectie”, zei Anita.

Ray Purperhart stond op. Hij liep snel naar de wapenkluisjes en scheurde even later in zijn dienstwagen naar de villa van Lemoensberg. Diens landhuis-met-overdekt-zwembad stond in Ouderkerk aan de Amstel, niet ver van restaurant De Passie. Toen hij de Amsteldijk opreed en langs De Passie kwam, zag Ray de witharige oud-cipier uit zijn Canta stappen en een emmer naar het restaurant brengen. Ray reed door tot Lemoensbergs villa, omheind door een gesloten hoog hek en dichte struiken. Ik kan het hek rammen en Janice bevrijden, dacht Ray. Maar was Janice daar? Hij wist het niet. En hij herinnerde zich de woorden van zijn blanke adoptievader, oud-politieman Rieks Langedam: „Als ’t kalm kan, kalm doen.” Langedam en zijn vrouw hadden Ray geadopteerd toen hij twaalf was, nadat zijn moeder was omgekomen bij de Bijlmerramp. Een van de honderden woningen die door het neergestorte vliegtuig waren weggevaagd, was Rays huis. Met zijn moeder erin. Ray was er niet: die moest van zijn moeder een doos soulplaten afleveren bij een vriend die ze op cd’s zou zetten. Dat was Langedam.

Ray reed terug en stopte bij De Passie. Om te vragen wat die man in de emmer gebracht had. „Rivierkreeftjes”, was het antwoord.

(Wordt vervolgd)