Wat doet een politicus die uitglijdt? Sorry zeggen

Verkiezingsbeloftes Politici overtreffen elkaar met beloftes. Maar wat doe je als je uitglijdt? Sorry zeggen, zeggen experts, zoals Rutte zaterdag deed.

Mark Rutte (VVD) lacht zaterdag naar journalisten in Den Haag. In De Telegraaf bood de premier die dag zijn excuses aan voor gebroken beloftes. Foto Robin Utrecht/ANP

Het was een nederig weekendje voor de aartsvaders van het kabinet. Mark Rutte en Diederik Samsom zeiden allebei sorry: de een in De Telegraaf, de ander in NRC. Waar Samsom zijn mea culpa richtte aan zijn fractieleden - hij had ze in het begin van de kabinetsperiode ‘verwaarloosd’ - bood Rutte het hele land zijn excuses aan. Hij toonde berouw voor zijn verbroken verkiezingsbeloftes: de 1.000 euro voor werkenden, het intact laten van de hypotheekrenteaftrek en het beruchte ‘geen cent meer naar Griekenland’.

Die excuses zijn een uitstekende zet, vindt voormalig PvdA-campagnestrateeg en spindoctor Dig Istha. Hij heeft het vooral over Rutte, want Samsoms sorry was op ‘de politieke incrowd’ gericht en dus minder interessant voor de gewone Nederlander. „Rutte doet alles volgens de basisregels die ik als crisismanager aan mijn klanten geleerd heb”, constateert Istha vrolijk. Die regels bestonden uit een drieslag: de fout benoemen, excuses maken en beloven dat het niet weer gebeurt. „Omdat hij het zelf geagendeerd heeft, geloof ik dat de kiezers het als oprecht beschouwen.”

Dat ruimhartige sorryzeggen komt overwaaien uit het bedrijfsleven, aldus Istha. Hij heeft er zelf ervaring mee. Als directeur communicatie van KLM maakte hij in 1999 excuses voor het ‘eekhoorntjesincident’: op Schiphol waren 440 levende grondeekhoorns die niet over de juiste papieren beschikten door een hakselmachine gehaald. Istha besloot de fout te benoemen en publiekelijk sorry te zeggen. Dat werkte: toen hij in praatprogramma’s tegenover de Dierenbescherming zat, haalden zijn excuses en hardop beleden schaamte de angel uit de woede, memoreert hij.

Beter nog dan excuses maken is de fout voorkomen. In Ruttes geval: geen harde beloftes meer doen. De Leidse politicoloog Tom Louwerse adviseerde politici twee jaar geleden in een artikel over verkiezingsbeloftes om „vooraf te benadrukken dat het verkiezingsprogramma een inzet is, geen garantie op resultaat”. Samsom had dat in de campagne van 2012 goed gedaan, schreef Louwerse.

Fascinerende paradox

Rutte heeft dat nu ook begrepen. In De Telegraaf maakt hij onderscheid tussen een resultaatverplichting (‘Dit ga ik doen’) en een inspanningsverplichting (‘Dit wil ik doen’). Voortaan houdt hij het bij het laatste, beloofde hij.

Dat is geen gemakkelijke opgave. Volgens Jan Schinkelshoek, vroeger onder meer politicus, woordvoerder en campagnemanager bij het CDA, hebben politici nu te maken met een „fascinerende paradox”. Omdat er meer partijen zijn en de aanhang minder stabiel is dan vroeger, neemt de profileringsdrang toe: politici overtreffen elkaar met beloftes. Tegelijkertijd wordt het juist in zo’n veelpartijenstelsel, waarin straks misschien wel vijf partijen samen moeten regeren, lastig die beloftes na te komen.

„Vroeger, toen we drie stabiele grote partijen hadden, kon je als politicus nog breekpunten formuleren”, zegt ook Jan Driessen, communicatieadviseur en voormalig campagnestrateeg voor de VVD. „Nu hebben we te maken met een ‘nieuw normaal: een gefragmenteerd politiek landschap. Wie nu met breekpunten komt, zet zichzelf buitenspel.” Hij voorspelt dat er twee soorten partijen ontstaan: de one-issuepartijen die nog wél beloftes doen, en de partijen die regeringsverantwoordelijkheid willen dragen. Die laatsten zullen allemaal Samsoms ‘eerlijke verhaal’ vertellen: dat harde beloftes onhoudbaar zijn in de wereld van het compromis.

Er is nog een reden waarom het gevaarlijker is geworden om toezeggingen te doen: het geheugen van kiezers is door het internet veel langer geworden. De beroemde 1.000-euro-uitspraak van Rutte is sinds 2012 blijven rondwaren over sociale media, en zijn Griekenland-belofte vind je binnen tien seconden op YouTube. Daar komt nog het legioen factcheckers bij dat tegenwoordig minutieus bijhoudt of politici hun beloftes wel nakomen.

Wanneer inhoudelijke toezeggingen minder dominant worden, zullen politici zich op een andere manier moeten onderscheiden. De verkiezingsstrijd zal dan meer draaien om de persoon van de politicus, denkt Jan Schinkelshoek. Eigenschappen als betrouwbaarheid zullen dan een grote rol spelen. Wat dat betreft heeft Rutte het goed gedaan, vindt Schinkelshoek: „Hij maakt van zijn zwakke punt een sterk punt door te zeggen dat hij een les heeft geleerd. De verkapte boodschap is: u kunt op mij rekenen.”