De laatste videotheek

De laatste videotheek is verdwenen uit Amsterdam. Afgelopen week ging Cinemagic, aan de Ferdinand Bolstraat, dicht. Een tijdperk.In mijn portemonnee zitten nog een paar smoezelige pasjes van Utrechtse videotheken. Ik zie ze meteen voor me: de hippe jongens achter de kassa, de discoverlichting, de plakkerige hoesjes die soms als je thuis kwam en de videotheek al dicht was, niet open bleken te gaan.

„Die jongens gaven wel altijd goede tips”, zegt mijn ene dochter.

„Hadden ze zulke jongens maar bij Netflix”, zegt de andere. „Als je daar één slechte film hebt bekeken, kom je nooit meer uit de slechte-films-molen.” De algoritmes hebben niet altijd gelijk.

In Raamsdonksveer bij de Donge houdt een van de laatste videotheken van Nederland stand. Op de Keizersdijk, de winkelstraat van het dorp, staan veel etalages leeg, alleen bij Videorveer staat het vol buurtbewoners. Tegen de wanden schappen met films, maar ze komen ook om de toto te spelen, om vullingen voor elektronische sigaretten en cartridges voor printers te kopen. Of om via Western Union bedragen naar het buitenland over te maken.

Achter het loket tussen de camera’s en beveiligingssystemen zit eigenaar Jacco D’haene met al zijn filmliefde. „Begin dit jaar heb ik een overval afgeslagen.”

Aan een pukkelige jongen die Concussion met Will Smith inlevert, raadt hij de actiefilm Triple 9 aan. Aan een onderwijzeres die vandaag een tweede film gratis mag uitzoeken Carol van Todd Haynes.

Sinds hij de winkel in 2001 van zijn vader overnam, heeft hij eerst de videoband zien plaatsmaken voor de dvd, daarna de porno zien verdwijnen en met de porno ook de dvd-automaat – „Schaamlap voor pornokijkers” – die aan de gevel hing. Toen de automaat kapot ging, bleek de leverancier niet meer te bestaan. Klanten bleven weg toen films illegaal online verspreid werden en daarna met de komst van het Netflix-abonnement.

En toch, ze kwamen steeds weer terug. „Heel hard werken”, zegt Jacco D’haene, zeven dagen per week. Hij koopt vijftig tot zestig films per maand in, zodat hij zijn paar honderd klanten overstelpt. „Als een leraar probeer ik een sfeer te scheppen waardoor mensen durven afdwalen van het commerciële pad.” Hij liet de pukkelige jongen voorzichtig eens een Deense serie zien, The Killing, daarna een film van Thomas Vinterberg. Op de stoep zegt de jongen dat hij door Jacco „verslaafd” is geraakt. „Eerst slechte slaughterfilms vóór het uitgaan’’, nu heeft hij een all you can watch-abonnement en informeert hij wanneer de nieuwe Jim Jarmusch komt.

De nadagen van een instituut. „Al kreeg ik gratis een videotheek aangeboden”, zegt D’haene, „dan zou ik ’m niet overnemen.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.