Beetje beuken moet toch kunnen?

Eredivisie

FC Groningen stond na 34 minuten met tien tegen PSV – en hield zich knap staande (0-0). Bacuna had de rode kaart aan zichzelf te wijten.

Juninho Bacuna na zijn tweede gele kaart tegen PSV. Foto ANP Pro Shots

De geluiden komen uit zijn binnenste. „Hé, hé, hé”, roept Juninho Bacuna. Maar langs de kant in het Philips Stadion schaart niemand zich achter de verontwaardigde voetballer die zojuist met rood van het veld is gestuurd. De speler wil nog wat roepen naar de vierde official, maar zijn trainer Ernest Faber snoert hem de mond. Letterlijk, met zijn hand ervoor. De laatste smeekbede onuitgesproken, voordat de middenvelder richting de spelerstunnel loopt, daartegenaan schopt en uit beeld verdwijnt.

Dit was het dan. Exit Bacuna, de middenvelder van FC Groningen die tegen PSV niet het slachtoffer was van scheidsrechter Bas Nijhuis, maar van zijn eigen geestdrift. Wie vijf overtredingen in een half uur tijd maakt, roept het onheil over zichzelf en zijn ploeg af. Althans, zo lijkt het. Hijzelf gaat eraf, maar na zijn rode kaart in de 34ste minuut blijven zijn ploeggenoten wonderwel overeind in het spervuur aan kansen dat PSV in het resterende uur creëert: 0-0.

„Waar is hij?”, roept Hans Nijland na afloop in de catacomben. De directeur van FC Groningen zoekt de verslaggever van RTV Noord, die in zijn voorbeschouwing had gemeld dat de uitwedstrijd tegen PSV „op papier” een lastige wedstrijd zou worden. Nijland: „Wim Rijsbergen zei het vroeger al: papier beweegt niet. Ze hebben het altijd over noordelijke bescheidenheid, maar dat geldt niet voor mij.” Met een kwinkslag: „We hebben twee punten verloren.”

Dan komt Bacuna tevoorschijn. Enigszins gelaten passeert hij de vooruitgestoken borst van Nijland. Dan neemt hij plaatst voor de camera’s van de regionale omroep. Zijn handen gevouwen achter zijn rug. In zijn haren heeft hij aan weerszijden een patroon van driehoekjes laten scheren. Type stoere prof. Alleen niet nu. Bacuna: „Ik sta hier met een dubbel gevoel. Ik ben trots op het team, maar baal van mijn rode kaart.”

De verslaggever: „Het is achteraf makkelijk om een koe in de kont te kijken, maar had je niet voorzichtiger moeten zijn? Bacuna: „Ik ben iemand die gretig is. Wil graag alles doen voor het team. Ik ga de duels op 100 procent aan.” De verslaggever: „Ik moet dit zeggen, zo hard moet ik zijn, maar dit was niet de eerste keer, hè?” Bacuna: „Als jij dat zegt. Ik kan me dat niet herinneren.”

Al na zijn eerste overtreding krijgt Bacuna een waarschuwing. Dat was na een minuut of vijf. „Nog zo’n overtreding en je krijgt geel”, zegt scheidsrechter Nijhuis. Vier minuten later vloert Bacuna Jorrit Hendrix. Terecht geel. Vindt Bacuna zelf ook.

Wat er daarna gebeurt, is fascinerend. Want waar enige vorm van matiging wel op zijn plaats is, blijft de middenvelder op dezelfde voet doorgaan. Een duwtje, een schopje, dan weer een beuk. Hij en zijn ploeggenoten zijn zich van geen kwaad bewust. Beetje beuken, moet toch kunnen? Nijhuis vindt van niet. „Nog één keer en je kunt vertrekken”, snauwt hij na overtreding nummer vier.

Ernest Faber beviel het geharde spel juist wel. „Maar misschien is dat het aard van het beestje.” Zelf was hij een verdediger die om zijn snijdende charges wel eens het scheermes werd genoemd. Bekend van onder meer de wijze waarop hij Marco van Basten aanpakte in de Europa Cup-wedstrijd van PSV tegen AC Milan: zonder genade voor diens net herstelde enkel. „Ik wil dat ze de tegenstander weinig ruimte geven en stevig de duels aangaan”, luidde zijn opdracht.

Minuut 34. Luciano Narsingh van PSV duikt de diepte in. Bacuna rent achter hem aan. Narsingh valt. Bacuna steekt snel zijn beide handen in de lucht, pleitend voor zijn onschuld. Iedereen weet genoeg, behalve de speler zelf, die bij het zien van zijn tweede gele kaart woest de bal tegen de grond smijt. „Die frustratie was vooral tegen mezelf gericht”, zegt hij later. „Had niet gemoeten.”

Bacuna verliest de controle en uit zijn frustratie op een plek die beroemd is vanwege eerdere uitbarstingen van boze voetballers: de catacomben van het Philips Stadion. Santiago Arias sloopte hier een ruit, terwijl Erik Pieters met eenzelfde actie bijna een slagaderlijke bloeding opliep. Ze voelden zich onrechtvaardig behandeld, net als Bacuna. De spelerstunnel kan inmiddels wel tegen een stootje. Er zitten sinds kort speciale ruiten in die PSV-directeur Toon Gerbrands omschreef als ‘frustratie-proof’.

Pijnlijk aan de rode kaart is dat trainer Faber vlak ervoor Etiënne Reijnen heeft laten warmlopen. Bedoeld om Bacuna te vervangen voordat die zijn tweede gele kaart zou krijgen. De kaart die 33.000 toeschouwers zagen aankomen, maar die Faber kennelijk niet kon voorkomen. Toch? „Ik vond de eerdere overtredingen licht”, zegt Faber. „Maar oké, ik had eerder moeten wisselen.”

In de live-uitzending komt Bacuna aan het slot van de wedstrijd nog in beeld. Hij kijkt in de catacomben van het stadion naar de tv en ziet gespannen toe hoe zijn medespelers het eerste punt van het seizoen pakken. De woede is gezakt, de les vermoedelijk geleerd.