Wie werken er bij de krant? Meer dan het colofon meldt

©

Fascinerende correctie in de krant van afgelopen woensdag: „In het bericht Kijkcijfer staat dat Mart Smeets na 42 jaar dienst bij de NOS afscheid heeft genomen. Dat is onjuist, het moet na 44 jaar dienst zijn.”

Uit die paar zinnen doemt een vervlogen wereld op, of economie. Vierenveertig jaar bij dezelfde baas! Kom er nog eens om, op een arbeidsmarkt van tijdelijke contracten, payrollers en zzp’ers. Ook in de media: halve redacties bestaan uit jonge freelancers voor wie een ‘vaste baan’ al bijna zo ver weg is als de oorlog. Werk is iets anders geworden dan ‘een baan’.

Welke gevolgen heeft dat, voor hen en voor de cohesie van een merk? Het commentaar van NRC onderstreepte dinsdag de waarschuwing van D66-leider Pechtold dat flexibele werknemers geen „wegwerpproduct” mogen zijn. Een vaste baan „na enige tijd” is „geen luxe, maar uitdrukking van een fatsoenlijke samenleving”.

Duidelijke taal. Interessant genoeg zag ik vrijwel tegelijkertijd een advertentie van NRC Media langskomen voor een eindredacteur economie, met pittige eisen en als dienstverband, jawel: „zzp”. Ook voor zware functies wordt tegenwoordig freelance geworven. Dat is de realiteit.

Ooit kon je in het redactionele colofon zien wie er ‘bij de krant werken’. Transparant, toegankelijk en een leuke bron van Kremlinologie. Toen begin jaren negentig de ‘redacteur geestelijk leven’ in het colofon plotseling verschoof naar de verslaggeverij, klommen verontruste dominees in de pen: materialistische kaalslag?

Voor de gecolofoneerden is het van groot belang. Het is de erkenning dat ze bij een journalistieke gemeenschap horen, en met zijn allen voor dezelfde zaak staan. Ook dat is nu anders, want waar kan zo’n colofon zelf nog voor staan nu de arbeidsmarkt steeds meer drijft op flexibele krachten? Trouwens, vragen lezers geregeld, waar staat het colofon nog?

Om met dat laatste te beginnen: sinds 2010 staat het niet meer in de papieren krant maar op nrc.nl/colofon. De evolutie ervan is boeiend, van een handvol redacteuren in 1970 tot ruim tweehonderd. Behalve de omvang veranderde de sociologie: de ooit deftige academische titels verdwenen en er verschenen gezellige voornamen bij de achternamen.

In het onlangs vernieuwde online colofon is vooral de jongste herinrichting van de krant te herkennen, waarin nrc.next en NRC Handelsblad samenvallen en digital first centraal moet staan. De redactie ‘online’ staat nu dus vlak onder de hoofdredactie, op de hielen gezeten door drie ‘zaalchefs’ en de ‘nieuwsdesk’ van de site. Ook nieuw: het ‘multimediateam’, ‘katern twee’ (nrc.next) en de ‘redactiedesk’ (secretariaat). Daarnaast zijn er de klassieke deelredacties, van binnenland tot wetenschap. Als uitsmijter, vlak voor de Raad voor de Journalistiek, komt u bij yours truly – als enige met een e-mailadres.

Maar, frappant: het nieuwe colofon vermeldt geen redacteuren, vrijwel alleen nog chefs en coördinatoren (en de correspondenten in het buitenland). Terwijl je zou zeggen: wie er waar chef is, daar zijn lezers nog het minst in geïnteresseerd. Ze willen weten wie bij welke redactie hoort, wie over welk onderwerp schrijft – en hoe die te bereiken zijn. Veel redacteuren zijn te vinden op Twitter, maar in het colofon ontbreken hun accounts of e-mailadressen. Algemene e-mailadressen van deelredacties staan wel in een dagelijks kort colofon met twee namen (hoofdredacteur en directeur), naast het weerbericht.

Is het moderne colofon dan slegs vir bazen? Nou nee, dit is een uit nood geboren tussenoplossing, zegt de hoofdredactie. Het oude colofon met alle redacteuren (in vaste dienst) bleef aanhinken achter de vele functiewisselingen op de redactie. Bovendien, zegt de adjunct-hoofdredacteur die over personeel gaat, „een colofon is tegenwoordig per definitie maar een deel van de werkelijkheid”.

Inderdaad, en dat is precies het punt. Ook deze krant wordt inmiddels voor een aanzienlijk deel gemaakt door freelancers, bij de nieuwsdienst, het homepageteam – de speerpunten in de digitaal eerst-strategie – bij vormgeving en foto. Zij zijn „ten minste zo belangrijk”, zegt de hoofdredactie, maar dan rijst het dilemma: wie neem je op in een colofon? Alleen redacteuren? Kan tot ongenoegen leiden bij de freelancers, die minstens zo hard werken. Zij ook? Kan arbeidsrechtelijke consequenties hebben, zeker nu de zzp-wetgeving is aangescherpt.

Uitkomst na lang tobben: eerst dan maar deze oplossing, in afwachting van een nieuw overzicht van alle freelancers die redactiewerk verrichten. Dat moet er nog dit jaar komen, gelet op die nieuwe wetgeving. Dan kan ten langen leste ook het colofon weer worden herzien. Ik ben benieuwd.

Het dilemma van de hoofdredactie zegt veel over de veranderde arbeidsverhoudingen. Maar een plaats in een colofon blijft een vorm van individuele erkenning en, cruciaal, van collectieve identificatie. Alleen leidinggevenden vermelden, lijkt me daarvoor onvoldoende. Trouwens ook voor lezers die hun Kremlinbril weer eens willen opzetten.

Reacties: ombudsman@nrc.nl