Waarom over Europa niets te lachen valt

Column Er gaat zoveel mis in Europa en er wordt zoveel geklaagd, dat je soms best een goede grap kunt gebruiken.

carolinedegruytercorr

Angela Merkel bezoekt Griekenland. De douanebeambte kijkt in haar paspoort en vraagt in het Engels: „Occupation?” Waarop Merkel antwoordt: „No, no, tourism.”
Er gaat zoveel mis in Europa en er wordt zoveel geklaagd, dat je soms best een goede grap kunt gebruiken. Maar dit wrange Merkel-grapje – ‘occupation’ betekent zowel ‘beroep’ als ‘bezetting’ – over de eurocrisis en de machtsverhoudingen in de EU is alles wat je vindt. Interessant, want grappen komen voort uit angst en onzekerheid. Ze zijn een manier om angst draaglijk te maken. George Orwell noemde grappen „kleine revoluties”.

Europese humor is overweldigend nationaal. Wij hebben Belgenmoppen. Portugezen maken zich vrolijk over Spanjaarden („Bij een peiling zeiden 11 van de 10 Spanjaarden zich superieur te voelen aan anderen”), Zweden over Finnen („Wat is het verschil tussen een Zweed en een Fin? De Fin heeft leuke buren”) en Ieren over Britten („Wat is een Britse thrill? Een After Eight nemen om 19u30”).

Als je deze bundelt, krijg je dit:

„Een officiële lunch in het Europese paradijs ziet er zo uit: de Brit verwelkomt je, de Fransman kookt, de Italiaan doet de conversatie en de Duitser organiseert alles. In de Europese hel verwelkomt de Fransman je, de Duitser kookt, de Brit doet de conversatie en de Italiaan organiseert alles.”

In het boekje Sharks and Custard; The Things that make Europeans laugh van de Brusselse Brit Richard Hill staan soortgelijke optellingen van nationale grappen. Idem dito in het nieuwe boekje De Qui Se Moque-t-On van de Brusselse Fransman Romain Seignovert, met 345 grappen uit heel Europa. Maar waar blijven de grappen over de troika, Schengen en de gehate ‘eurocraten’?

Intrigerende vraag, vindt Steven Lukes, een Amerikaanse politicoloog en socioloog, die jaren geleden het boek No Laughing Matter schreef, over humor en politiek. Misschien hebben Europeanen het te goed, oppert Lukes. Of laat Europa hen zo koud dat ze er geen grap over kunnen verzinnen? Wat ook kan: dat humor vooral visueel wordt uitgedrukt, in cartoons die het goed doen op Facebook.

De enige Europese grappen in Lukes’ boek zijn Oost-Europese, uit de Koude Oorlog. Zoals die waarin Willy Brandt tegen een Stasi-spion zegt: „Ik verzamel grappen.” Waarop de Stasi-man zegt: „Ik verzamel mensen die ze vertellen.” De Tsjechische grappen waren de meest bittere. Zoals deze: „Waarom komt de zon ’s ochtends lachend op? Omdat hij weet dat hij ’s avonds in het Westen is.”

Ook Palestijnen staan bekend om hun eindeloze serie grappen, die wranger worden naarmate hun toestand uitzichtlozer wordt. Zoals die patriot die de allereerste auto van Palestijnse makelij koopt, maar de dag erna terugkeert en zijn geld terugeist:

„Wat moet ik met vier versnellingen? Zodra ik hem in drie heb, ben ik Palestina al uit.”

Peter Ustinov, de acteur, omschreef lachen als „het meest beschaafde geluid ter wereld”. Maar Europeanen, die zichzelf beschaafd vinden, kankeren liever over Europa dan ze erover lachen.

Hoeveel mensen kennen deze grap? Een Griek bezoekt een Italiaan en vraagt hoe hij aan dat prachtige huis met zwembad komt. „Simpel”, zegt de Italiaan, „zie je die snelweg daar? Heb ik aangelegd met Europese subsidie. Van de vier rijstroken heb ik er maar twee gebouwd!”

Jaren later brengt de Italiaan een tegenbezoek. De Griek woont in een soort paleisje. „Hoe heb je dat geregeld?” vraagt de Italiaan. „Simpel”, zegt de Griek. „Zie je die snelweg daar, vijf rijstroken?” De Italiaan kijkt en kijkt, en zegt dan: „Nee.”

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een coluymn over politiek en Europa.