Sportieve grootmacht China loopt deuken op

Doping

Drie Chinezen dreigen hun goud van Beijing 2008 te moeten inleveren wegens doping. En in Rio vielen de prestaties van China tegen.

President Xi Jinping begroette donderdag de Chinese olympische ploeg, die teleurstellende presteerde in Rio. Foto Lan Hongguang/AP

Als drie Chinese ‘sporters van de eeuw’ van hun voetstuk vallen, is dat gênant voor een door een goud geobsedeerde natie. En als ook het succes in het geding komt van Beijing 2008, een onuitputtelijke bron van trots, is dat extra pijnlijk.

Terwijl de sportbureaucratie, de media en de sportfans ‘de olympische flop van Rio’ (staatspersbureau Xinhua in een haastig verwijderde tweet) proberen te verwerken, maakte de internationale gewichtheffederatie IWF deze week bekend dat elf gewichtheffers uit verschillende landen hun medailles uit 2008 verliezen. Onder hen drie Chinezen.

De urine van de drie – Liu Chunhong, Cao Lei en Chen Xiexia – bevatte groeihormonen en stimulerende middelen. De overige acht komen Rusland, Kazachstan, Azerbajdzjan en Wit-Rusland. De Chinese Gewichtheffersassociatie, in China verantwoordelijk voor de dopingcontroles, reageerde geschokt.

Als de testen van het IWF worden bevestigd, wacht de Chinese sportvrouwen zware straffen, maakte de Chinese bond donderdag duidelijk. Vooral Liu Chunhong, afkomstig uit een straatarme familie, is sinds de spelen in Beijing op het propagandistische schild van model-sporter geheven; een status die voor haar en haar familie een ladder uit de armoede vormt.

Natuurlijk zijn er Chinezen die in de nieuwe dopingcontroles een westers complot zien om de reputatie van het in Chinese ogen perfect georganiseerde Beijing 2008 te bezoedelen. „Hoe anders kan verklaard worden dat bij de nieuwe controles geen Amerikaanse en Europese sporters positief zijn bevonden”, aldus een reactie op de website van de Shanghai Daily.

Toch domineren de nuchtere reacties op zowel het nieuws van het dopingschandaal als de oogst in Rio. „We hebben de gouden medailles niet meer nodig om ons zelfvertrouwen op te vijzelen of om onze status in de wereld bevestigd te zien’’, aldus de Global Times, de tabloidkrant van de Communistische Partij.

Een van China’s belangrijkste sportcommentatoren, Wang Hingjin van het Dagblad van Gusu, zegt in een telefonisch gesprek dat „wij de Spelen na het kolossale succes van Beijing, dat ons heel veel internationale status heeft opgeleverd, gewoon te belangrijk zijn gaan vinden. We komen daar nu van terug”.

Dat is nog maar de vraag. De directeur van de Algemene Dienst voor Sport, Liu Peng, kondigde een diepgravend onderzoek aan naar de oorzaken van de voor Chinese begrippen magere medailleoogst in Rio (70 medailles, 21 maal goud); het slechtste resultaat sinds de Spelen van 2000 in Sydney. In sporten als schoonspringen, turnen, badminton en zwemmen deden de Chinezen het aanzienlijk minder goed dan tijdens de twee voorgaande Zomerspelen.

Het ontbrak aan motivatie, strijdlust en kwaliteit, aldus Liu Peng. . Beijing 2008 moest en zou een absoluut organisatorisch en sportief hoogtepunt worden in de Chinese en olympische geschiedenis. Om verzekerd te zijn van een rijke medailleoogst was al vroeg het ‘Olympische Glorie-plan’ in werking gesteld, voor het opleiden van talenten. Daardoor schitterde China op de eigen Spelen met 100 medailles, waarvan 51 van goud. Na de Olympische Spelen van 2008 is er stevig op dat speciale talentenprogramma bezuinigd.

Geld voor de beloning en opleiding van topsporters stroomde naar algemene sporteducatie en projecten om steeds dikkere Chinezen aan het bewegen te krijgen. Kreeg gewichthefster Liu Chungong nog een toelage van bijna 80.000 euro, een nieuw huis en een breedbeeld plasma-tv, de beloningen van de winnaars in Rio zijn gehalveerd.

„De investering in sport is vergelijkbaar met de investeringen in onderwijs en gezondheidszorg, maar is het nog te rechtvaardigen dat een kleine groep olympische kampioenen op exclusieve basis worden behandeld met het geld van de belastingbetalers’’, verdedigde de Global Times deze koerswijziging.

Een grote rol speelt ook de sterk afgenomen populariteit van de speciale sportscholen waar toptalent op soms meedogenloze wijze wordt opgeleid. Ouders sturen hun kinderen tegenwoordig liever naar universiteiten en beroepsopleidingen dan naar de eenzijdige, strenge sportscholen. Sport is niet langer de enige ladder om uit de armoede te klimmen.

Maar het opmerkelijke relaxte relativeren van het belang van goud kent ook duidelijk grenzen. Verliezen van Groot-Brittannië in het verre Brazilië is tot daaraantoe, maar als over vier jaar TeamChina aantreedt in Japan, aartsrivaal van China, dan rekenen de Chinese sportfans en de autoriteiten erop dat de Chinese sporters „hun verantwoordelijkheid nemen”, zoals sportminister Liu Peng het formuleerde.

Voor één keer mag de vrolijke, gekkebekkentrekkende zwemster Fu Yuanhui, die in Rio de Janeiro slechts brons won op de 100 meter rugslag, de olympische heldin van talloze internetters zijn omdat zij bekende ongesteld te zijn. Zulke excuses zullen in 2020 in Tokio niet meer worden geaccepteerd.