Slimme debutant

Jorden van Foreest was woensdag tijdens het NK in Amsterdam op 3 uit 3 gekomen na zijn overwinning op Benjamin Bok. In de perskamer zei hij: „Ze zijn me gaan onderschatten sinds ik in Vlissingen drie keer een stuk weg heb gegeven.”

Dat was inderdaad waar. Die drie stukken weggeven in het Hogeschool Zeeland-toernooi dan. Dat Bok hem onderschatte zal een grapje zijn geweest. Ze kennen elkaar goed en hebben samengewerkt in hun openingsvoorbereiding.

Debutant Jorden van Foreest was een invaller bij het NK. Hij hoort er thuis, want ondanks zijn prille leeftijd van zeventien jaar is hij al de derde in rating in het toernooi. Maar er zijn nu eenmaal regels, en hij was er niet in gekomen als Sergej Tiviakov zich niet had teruggetrokken. Tiviakov is al een paar jaar de trainer van Jorden en zijn broer Lucas.

Lucas is vijftien en heeft al een grootmeesternorm gescoord. Een paar jaar geleden hoorde je weleens dat hij misschien nog talentvoller was dan zijn oudere broer Jorden. Het deed me toen denken aan de broer van Sherlock Holmes, ambtenaar Mycroft Holmes, die nog slimmer zou zijn dan Sherlock. En ook aan een tongbreker uit mijn kindertijd: ‘Klaas de kapper kapt knap, maar de knecht van Klaas de kapper kapt nog knapper dan Klaas de kapper.’ Ik had vertrouwen in Sherlock en in Klaas en met alle respect voor Lucas, grootmeester Jorden ligt met een rating van 2601 nog flink op hem voor.

Ik luisterde een gesprek tussen twee schaakliefhebbers af. „Denk je dat hij het in zich heeft”, vroeg de een. Rare vraag, vond ik. Dat was toch wel duidelijk? Maar toen merkte ik dat ze zich afvroegen of Van Foreest wereldkampioen kon worden.

Voor minder doen ze het niet meer. Topkunst, topsport, alleen het allerhoogste is goed genoeg. Straks mogen er ook alleen nog maar boeken worden uitgegeven die kans maken op de Nobelprijs.

Overigens werd Van Foreest donderdag in de vierde ronde van het NK verslagen door Dimitri Reinderman, maar hij bleef met zijn drie punten bovenaan staan.

Jorden van Foreest - Erwin l’Ami, NK 2016

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. d4 exd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pxc6 bxc6 6. e5 De7 7. De2 Pd5 8. c4 Pb6 9. Pc3 a5 10. Ld2 a4 Zwarts pionzetten zijn nuttig, want wit zal ooit b2-b3 willen spelen, maar het is ook tijdrovend. 11. De4 g6 12. Ld3 Lg7 13. 0-0 0-0 14. Tae1 Lb7 Een nieuwe zet. 14...d5 geeft zwart actief stukkenspel ten koste van een verminkte pionnenstelling. 15. Lf4 Tae8 Hier kwam 15...Db4, met spel tegen c4 en b2, sterk in aanmerking. 16. De2 Db4 Nu is dit veel minder sterk dan op de vorige zet. 17. Pe4 Te6 18. De3 La6 19. b3 Met 19. Pc5 of 19. Dc5 kon wit een kwaliteit winnen, maar zwart krijgt dan wat compensatie. 19...axb3 20. axb3 d5 21. exd6 Tfe8 22. Lh6 Lc3 23. Dc1 Hij geeft liever een kwaliteit dan dat hij er een nam. Nodig was deze dappere zet niet, want er waren andere manieren om in het voordeel te komen. 23...Lxe1 24. Txe1 Pd7 Zwart had graag wits d-pion geëlimineerd met 24...cxd6, maar dan komt 25. Da1 f6 26. Pxf6+ Kf7 27. Pe4 en wint wit. 25. dxc7 f6 25...Da5 was een iets betere verdediging. 26. Da1 Lc8 27. Te3 De7 28. c5 Dreigt de loper bij de aanval te betrekken met Lc4. Zwart is verloren. 28...Pe5 29. Pd6 Pxd3 30. Pxe8

Zie diagram Foreest

30...Txe3 Na 30...Dxe8 zou wit met de spectaculare zet 31. Dxf6 op slag winnen. 31. fxe3 g5 32. Pxf6+ Kf7 33. Lxg5 Kg6 34. Pe4 De6 35. Dd4 Pe1 36. Lf4 Zwart gaf op.

    • Hans Ree