Slaapwandelend de zomer door

Angst

Op Schiphol dreigde eventjes terreur, maar over Zwarte Piet maken Nederlanders zich meer zorgen. Goede vraag: is het land zenuwziek?

Illustratie hajo

Er is altijd wel iemand die weet welk doelwit nu weer aantrekkelijk is voor terroristen. Het onthaal van het Olympisch team was er zo een. Een parkeerterrein langs de ringweg rond Amsterdam en daarop duizenden mensen, onder wie 242 sporters, burgemeester Van der Laan en sportpresentator Toine van Peperstraten – goede doelen.

De ingang was omgebouwd tot nauwe sleuven waar een beveiliger tassen controleerde. Een moeder van eind dertig opende de roze rugzak van haar dochtertje en moest bekennen dat ze een plastic limonadeflesje bij zich had. Dat mocht niet mee naar binnen.

Omstanders voelden zich op slag veiliger. Tot bleek dat het niet om een antiterreurmaatregel ging. Binnen stonden eet- en drinkkraampjes. Met de omzet moest het hele evenement worden betaald. Eigen drankjes mochten niet. Zelfs leeg niet; ze zou het met water kunnen vullen en naar Feest-dj Ruud gooien. „Zie ik er uit als iemand die met flesjes gooit”, vroeg ze, de armen dramatisch gespreid.

Voor de Olympische Spelen begonnen, heette het ‘de terreurzomer van 2016’. Een vrachtauto in Nice (85 doden), schietpartijen in Orlando (50) en München (9), een dubbele bomaanslag in Bagdad (meer dan 290), een 85-jarige priester in een kerk bij Rouen – het waren geen kleine terreurdaden. En dan in Turkije nog een mislukte staatsgreep met spijkerharde tegenmaatregelen.

Zetten al die gruwelijkheden zich vast in je hoofd? En als je wakker wordt, en je moet aan het werk of naar school, wat blijft er dan van hangen?

Theodor Holman schreef in Het Parool: „Gisteren liep ik in het Vondelpark, waar het door de warmte zo druk was dat het Koningsdag leek, en ik dacht: nu is iedereen vrolijk, over een paar jaar vallen hier bommen. Ik wil ongelijk hebben, maar de gedachte is obsessief.” En hij vroeg zich af: „Zou ook een land kunnen lijden aan psychische stoornissen?”

Holman maakt een wel heel bruuske extrapolatie van zijn hoofd – en misschien dat van Ebru Umar („Een burgeroorlog op je eigen grond”), Joost Niemöller („Rot op uit onze wereld met je boerkini!”), Leon de Winter („Beleven we het einde van onze vrijheden?”), Bert Brussen („Links in 2016: moslims zijn zielige slachtoffers en mogen alles”), Jan Dijkgraaf („Slaap zacht, lieve mensen”) – naar álle hoofden in het land. Maar het is een goede vraag. Is Nederland zenuwziek?

Wie om zich heen kijkt ziet weinig nervositeit. Na afloop van het Olympisch onthaal liet burgemeester Van der Laan („die aanslag komt echt wel een keer”, zegt hij steevast) zijn auto even parkeren en liep zonder ambtsketen, in hemdsmouwen met zijn zoontje de buurtsuper in. „Vanavond kook ik.”

De terreurdreiging in Nederland is substantieel”, blijft de website van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en veiligheid zeggen. De kans leek in juli zelfs nog iets reëler toen de beveiliging rond Schiphol moest worden opgeschroefd. Bleven de Nederlanders massaal weg van de luchthaven? Nee, ze vertrokken allemaal een kwartiertje eerder van huis, keurig zoals de ANWB aanbeval, om op tijd in te checken, hun EU-paspoort te tonen en hun volle flesjes achter te laten bij de douane. Even plotseling werd later het sein veilig weer gegeven.

En toch. Uit Duitsland kwam het nieuws dat de Bondsregering overweegt de dienstplicht opnieuw in te voeren. Het Bundesamt für Bevölkerungsschutz und Katastrophenhilfe publiceerde Vorsorge für den Katastrophenfall: wat burgers in huis moeten hebben voor noodsituaties. Een waslijst met bestek, rubberlaarzen, fototoestel, mondkapje of vochtige doekjes en 28 liter water (voor twee weken). Het Nederlandse noodpakket (op crisis.nl) is bondiger, met een opwindradio, afgestemd op de rampenzender, waxinelichtjes, flessenwater en waarschuwingsfluitje.

Zijn Nederlanders zorgeloos? Weten we wel wat we moeten doen in rampzalige tijden? (Aanwijzing 1 van crisis.nl bij een terroristische aanslag: ‘Breng uzelf in veiligheid.’) Heeft Metro-columnist Jan Dijkgraaf gelijk dat Nederland ligt te slapen?

Het SCP ondervraagt continu Nederlanders over hun maatschappelijke gemoedstoestand. Onderzoeker Paul Dekker heeft de antwoordformulieren uit de ‘terreurzomer’ voor zich, voor de Monitor Burgerperspectieven die in september uitkomt.

Ja, er werd naar Turkije en de coup verwezen. ‘Nice’ werd genoemd. Maar Syrië, waar Nederlandse bommenwerpers actief zijn, waar radicale Nederlandse moslims meevechten met IS, tot ze misschien weer terugkeren naar Delft, Den Haag of Zoetermeer – dat land werd door vrijwel geen geïnterviewde meer genoemd als bron van zorg. „De gebeurtenissen in het buitenland”, zegt Dekker, „hebben zich verdicht tot één grote brij van ellende.”

Aanslagen blijven blijkbaar niet hangen, zegt hij. „Dat is een soort natuurgeweld waar je niets tegen doet.” Wat wel blijft hangen: de vluchtelingen, en de vraag of er gewelddadige jihadisten tussen hen schuilgaan. Maar ze zijn vooral boos dat vluchtelingen voorrang krijgen op de huizenmarkt. Dat er wordt bezuinigd op zorg en er wel azc’s worden geopend. Ze zijn boos over veranderingen in de multiculturele samenleving. „Ze zijn bozer over ophef rond een Efteling-attractie die racistisch zou zijn, of over Zwarte Piet, dan over een staatsgreep in Turkije”, zegt Dekker.

Deze krant interviewde vorig jaar 380 mensen in 30 buurten, en kreeg laconieke antwoorden op vragen over terreurdreiging na ‘Parijs’. „Als je in Midwolda 90 mensen wilt doodschieten, nou dan heb je wel even werk.” De echte zorgen en boosheid hadden te maken met onzekerheden over werk en zorg. Maar ze spraken ook veel over het gevoel dat het land je ontglipt. En dat kwam niet exclusief van Boze Witte Mannen die tegen ‘multikul’ of ‘policor’ waren. Ook mensen die als vanzelfsprekend de Wir schaffen das-houding van Angela Merkel prezen, waren bezorgd over sluipende veranderingen, ‘gif’ op internet. Een Bussumer piekerde over de verandering van normen en waarden door de immigratie – maar vooral over de verandering van zichzelf daardoor. „Ik hoor mezelf soms onverdraagzamer zijn dan ik mezelf altijd zag.”

Daar zal het antwoord op de vraag van Theodor Holman liggen. Mensen zijn niet banger of gestoorder teruggekeerd van vakantie, hooguit somberder.