Samsom zoekt woorden voor humeur kiezers

Verkiezingen

PvdA-leider Diederik Samsom doorkruist deze zomer het land, om te peilen hoe de Nederlander zich voelt. Hij ontmoet „veel begrip”, zegt hij zelf.

‘Joni, weet je wie er voor de deur staat? Diederik Samsom!”De oudere meneer in de deuropening roept zijn vrouw. Ze zit boven in de slaapkamer.

„Wie is dat?” klinkt het vanuit het trapgat.

„Ik ben van de politiek, in Den Haag”, roept Samsom. „Je weet wel.”

De PvdA-leider heeft er wel eens over verteld: als hij op verrassingsbezoek komt, is het de rest van het huis snel op de hoogte. Meestal komt de huisgenoot er meteen bij staan, maar deze niet. Onzichtbare Joni excuseert zich: zware suikerziekte, dus niet mobiel genoeg.

„Is er nog iets wat u zou willen van Den Haag?” vraagt Samsom.

„Weet jij het, Joni?” roept de man.

„Eens even kijken”, klinkt het van boven. „Dat de mensen rond kunnen komen.”

Diederik Samsom gaat graag langs de deuren. Aanbellen, praatje maken, roos aanbieden. Hij deed het voor het eerst in de zomer van 2012, vlak voor de vorige Tweede Kamerverkiezingen. Het gaf hem zelfvertrouwen, vertelde hij later: hij leerde wat er leefde onder de mensen, het hielp hem het ‘eerlijke verhaal’ te formuleren waarmee de PvdA zoveel succes had bij de kiezer.

Dat was 2012. Nu zijn we vier jaar later, en Samsom is terug in de wijken die hij destijds bezocht. Er is veel gebeurd sindsdien: de PvdA ging regeren met de VVD, kelderde in de peilingen, verloor alle tussentijdse verkiezingen. Samsoms populariteit bereikte ongekende diepten.

In maart volgend jaar zijn de volgende Kamerverkiezingen, en Samsom hoopt ondanks alles dit najaar opnieuw tot PvdA-lijsttrekker te worden gekozen. En dus is hij terug op straat. Om het „humeur van Nederland” te peilen, en „de woorden te kiezen die daarbij passen.”

De wijken die Samsom bezoekt zijn verarmde volkswijken, gebouwd in de jaren 60 en 70: Klarendal in Arnhem, Tuindorp-Oostzaan in Amsterdam, Angelso in Emmen, Korte Akkeren in Gouda. Doorzonwoningen, portiekflats, veel sociale huur, een flink percentage niet-westerse allochtonen. „Lastige plekken”, waar Samsom op zoek gaat naar het „moeilijke gesprek”. Vandaag zijn we in het Schilderskwartier in Woerden.

Het procedé is simpel. Samsom belt aan, een bos rozen in de hand. Hij stelt simpele vragen. Heb je werk? Hoe is het met je gezondheid? Is de huur te betalen? Loopt het een beetje met je pensioen? Zo nu en dan zet hij de ervaring in die hij opdeed tijdens zijn stages als straatcoach en in de thuiszorg. „Heb je wel eens aan een pompje gedacht?” vraagt hij aan Joni-met-suikerziekte.

Een geboren keuvelaar is Samsom niet. Hij gebruikt veel woorden als „strijd” en „ploeteren”. Soms leidt zijn invoelende manier van converseren tot hilarische dialogen.

„Wat deed je voor werk?” vraagt hij aan Joop, een 68-jarige gepensioneerde die hem binnen heeft uitgenodigd, tussen de houten reigers en kristalverzameling in de zithoek.

„Ik was timmerman, bij onderaannemers”, antwoordt Joop.

„Mooi beroep.”

„Ach, je bent een soort manusje van alles als timmerman. Ik noemde mezelf altijd de bedrijfshoer.”

Toch zien we hier een andere Samsom dan de felle politicus die altijd een antwoord klaar heeft. Hij luistert. Toont begrip. Zo nu en dan legt hij wat uit. Nadrukkelijk kiezers winnen doet hij niet. De vraag ‘denk je erover PvdA te stemmen?’ volgt meestal laat in de conversatie – en het antwoord is zelden bevestigend.

Doorsnee-Nederlander

Samsom is de straat overgestoken en staat te praten met Henk, een zestiger met een keurig getrimd ringbaardje en een zwart T-shirt. Henk noemt zichzelf „een doorsnee-Nederlander”. Bij de vorige verkiezingen stemde hij VVD. „Dat mag”, zegt Samsom. „Da’s onze coalitiepartner.”

Henk heeft de economische crisis „prima doorstaan”. Hij heeft een eigen koeriersbedrijf en werkt nog altijd met plezier. Met zijn vrouw en hem gaat het goed. De politiek heeft het over het algemeen redelijk gedaan, vindt Henk. Wel maakt hij zich zorgen over al die terreuraanslagen in Europa. „Ik zou wel eens op tv willen”, zegt hij terwijl hij zijn armen spreidt, „en gewoon willen roepen: ‘Hou eens op, jongens!’”

Moeilijke vragen krijgt Samsom niet van Henk. En dat geldt voor de meeste gesprekken vandaag. De mensen in deze straat in Woerden blijken tevreden burgers. Ze hebben hun pensioen, hun baan of hun arbeidsongeschiktheidsuitkering. De huur is betaalbaar, in het ziekenhuis worden ze goed geholpen. Met de buurtbewoners „van andere culturen” is het prima samenwonen.

Natuurlijk is er leed en ongemak. Een ziekte. Een schoonmoeder die niet meer goed op zichzelf kan wonen. Er zijn zorgen over huurstijgingen, armoede onder ouderen en „al die narigheid die er in de wereld gebeurt”. Maar de anti-establishment-woede van Wilders en GeenPeil lijkt hier geen voet aan de grond te hebben gekregen. Niemand zegt van plan te zijn PVV te stemmen.

Deze straat is representatief voor zijn ervaringen in de laatste maanden, zegt Samsom. Als hij de stemming vergelijkt met die in 2012 en 2013, dan ziet hij het humeur van Nederland langzaam verbeteren. Vier jaar terug heerste er onzekerheid, nu „ontstaat er een gemoedelijke sfeer”. „Mensen hebben weer een baan, hun huis staat niet meer onder water. Dat leidt tot veel opluchting.”

Samsom ontmoet ook „veel begrip”, zegt hij, voor de bezuinigingen en hervormingen die het kabinet de afgelopen jaren heeft doorgevoerd, bijvoorbeeld in de langdurige zorg. „Mensen snappen dat we zo niet langer door konden gaan.”

Geen wanhoop

Het doet vervreemdend aan. Wie in de krant kijkt of op sociale media, krijgt toch een andere indruk van Nederland dan Diederik Samsom. Daar overheerst de verdeeldheid, onzekerheid en somberheid. Houdt hij zichzelf niet voor de gek?

„Er is een bemoedigend verschil tussen de sociale media en de straat”, zegt Samsom. „Op Twitter is het allemaal veel heftiger en negatiever dan als je mensen gewoon spreekt. En de gewone media laten zich naar mijn smaak iets te veel door de sociale media aansturen.”

Waarom vertaalt het ontluikende optimisme dat Samsom meent te zien, zich niet in meer in waardering voor de PvdA? De peilingen voor zijn partij en persoon blijven laag. Ach, zegt hij: „De meeste mensen zijn nog helemaal niet bezig met de vraag op wie ze straks gaan stemmen.”

Tussen de gemoedelijke gesprekken door valt wel degelijk een ongemakkelijke boodschap voor Samsom te bespeuren. De buurtbewoners mogen dan aardig tevreden zijn over hun eigen leven – van de politiek hebben ze duidelijk geen hoge dunk. Veel gesprekspartners zeggen niet te stemmen. Klassiekers als ‘het maakt allemaal toch geen reet uit’ en ‘ze beloven van alles, maar er komt niets van terecht’ komen veelvuldig langs.

Samsom zelf interpreteert het als volgt. Ja, er is meer optimisme. Maar tegelijkertijd „maken mensen zich meer zorgen over de wereld.” Terrorisme, oorlog in het Midden-Oosten, vluchtelingen. „Die Turkse vlaggen die laatst over een brug hingen bij een pro-Erdogan-demonstratie in Rotterdam – dat leefde enorm. Mensen hebben zoiets van: is dit ons land nog?”

De conclusie die Samsom trekt, is dat „de opdracht van de PvdA verschuift”. Vier jaar lang heeft de partij samen met de VVD gesleuteld aan de economie. Nu moet het meer gaan over de sociaal-culturele vraagstukken.

Dat sleutelen aan de economie ging ten koste van veel – waaronder zijn eigen rol als partijleider en fractievoorzitter. Samsom heeft, zegt hij, de PvdA-fractie in het begin „verwaarloosd”. „Ik had de fractie meer moeten bijstaan in het opkomen uit een embryonale fase. Ik had Kamerleden meer moeten coachen, meer een team moeten smeden. Uit de fractie is niet gehaald wat erin zat.”

Tijdens de kabinetsformatie stond de PvdA-fractie vrijwel volledig buiten spel. „Ik had de fractie niet acht weken alleen moeten laten terwijl Jeroen Dijsselbloem, vertrouwensman van de fractie, ook nog bij mij aan de onderhandelingstafel zat. Daarmee hebben we ze te veel laten zwemmen. Dat maak je niet meer goed.”

Het debat over sociaal-culturele kwesties, zegt Samsom, „is een nog veel belangrijkere uitdaging” dan economisch herstel. Zijn partij heeft op dat gebied een achterstand: „De PvdA is te stil, te timide geweest over de Nederlandse identiteit”.

Maar hóe Samsom over die sociaal-culturele kwesties wil gaan praten, wordt niet helemaal duidelijk. Hij wil „explicieter maken waar Nederland voor staat” en „zorgen dat mensen erbij horen”. „Iedereen kan kiezen voor de Nederlandse waarden van tolerantie, vrijheid en gelijkwaardigheid”, zegt hij. „Wie dat doet hoort erbij, wie die waarden verwerpt niet.” Concreter wordt het niet.

De vrouw van Henk de koerier vindt dat hij nu wel lang genoeg gepraat heeft met Samsom. „Je moet bij hem het knoppie uitzetten hoor,” zegt ze tegen de PvdA-leider. „Anders praat ie gewoon maar door.”

„Ach,” antwoordt Henk. „Ik hou van lullen, Diederik houdt van lullen. Dat is toch goed?”