Na Havana begint de strijd om de vrede in Colombia

De Colombiaanse regering heeft in Cuba de binnenlandse oorlog met ’s lands grootste rebellenorganisatie, de FARC, beëindigd. Nu moet alleen nog de vrede gewonnen worden. De problemen die daarbij opdoemen stemmen tot weinig optimisme, speciaal voor al diegenen die het akkoord van Havana graag ‘historisch’ willen noemen: dat zal de geschiedenis moeten uitwijzen.

Het is natuurlijk positief dat na vier jaar onderhandelen overeenstemming is bereikt om een eind te maken aan een vuile oorlog die ruim vijftig jaar duurde, het leven kostte aan meer dan tweehonderdduizend Colombianen en bijna zeven miljoen anderen van huis en haard heeft verdreven. Onder auspiciën van de VN en natuurlijk de Verenigde Staten, die nog immer een beslissende rol spelen in Latijns-Amerika, is een route uitgestippeld die zou moeten leiden tot succes. Voordat het papieren akkoord werkelijkheid wordt, kan er veel misgaan.

Zo krijgt eerst de Colombiaanse kiezer de gelegenheid zich begin oktober per referendum uit te spreken over het vredesakkoord. Dat akkoord voorziet in demobilisatie van de guerrilla’s. Ook is vastgelegd dat de FARC een toekomstige rol kan spelen als politieke partij met vijf gegarandeerde zetels in het Congres. Bovendien krijgen rebellen die zware misdaden opbiechten geen gevangenisstraffen maar taakstraffen, er komt een proces van verzoening door een waarheidscommissie en amnestie voor mindere vergrijpen.

De kans dat de zwaar getraumatiseerde burgerij niet akkoord gaat met straffeloosheid is groot. Veel Colombianen zijn er ook op tegen dat leden van een beweging, die altijd nog te boek staat als een terreurorganisatie, ‘beloond’ worden door toelating tot het politieke systeem. En dat is begrijpelijk.

Mocht het toch een ‘ja’ worden in oktober, dan betekent dat nog geen garantie voor een goede afloop. Bij vergelijkbare processen in Midden-Amerikaanse staten zetten guerrillero’s na het tekenen van de vrede hun illegale bestaan voort als lid van narco-bendes. Die ontwikkeling dreigt ook in Colombia waar de FARC zeventig procent van de handel in cocaïne in handen heeft. Het land heeft het vorige decennium slechte ervaringen opgedaan met de demobilisatie van de ultrarechtse para-militaire groepen die met steun van oud-president Uribe dood en verderf hebben gezaaid. Velen van hen legden niet de wapens neer maar zijn opgegaan in misdaadorganisaties.

Hier staat tegenover dat het beter gaat in ooit beruchte regio’s en steden als Medillín. De misdaad is teruggebracht en de welvaart toegenomen. Dat maakt de kans op vrede plausibel.