Minder haast in de nieuwbouw

Column Marc Hijink Het gaat weer zo goed in de bouw dat er weer slecht werk geleverd kan worden.

Hijink, Marc 10 2013 032

De eerste vakantie samen is de beste test voor je relatie. Dat zeggen mensen die nog nooit een nieuwbouwwoning kochten. Je bestelt een huis uit een folder en vervolgens is je gezin een jaar lang overgeleverd aan de grillen van een projectontwikkelaar. Het is de perfecte stresstest.

Pracht van een woning, daar niet van. Maar de bouw is een logistieke nachtmerrie. De oplevering is twee keer uitgesteld, onder meer omdat – klein detail – de trap ontbrak.

Nu we de sleutel eindelijk hebben, tref ik een sombere schilder aan in mijn huis, Hij moet zijn werk overnieuw doen: de eerste keer moest hij aan de slag tussen stoffige tegelzetters en spetterende stukadoors. „Door zo’n krappe planning lijkt het alsof ik een flutschilder ben. Als schilder hoor je als laatste in een woning te zitten, als iedereen klaar is. Lekker in mijn eentje, met mijn radiootje.”

Waarom is het zo moeilijk een project op tijd af te krijgen?

De bouw hangt aan elkaar van onderaannemers. Iedereen kan elkaar de schuld geven en doet dat dus ook. Mannen met stalen neuzen en extra broekzakken, die praten over wartels, lateien en spachtelputz. Daar sta je dan, als leek, met een verse hypotheek om je nek. Ik heb maar snel een adequate werkbroek gekocht, model Vision.

De huizenmarkt trekt abrupt aan na de crisis. De nieuwbouwmarkt kookt al droog, waarschuwde de NVB, de vereniging van projectontwikkelaars en woningbouwers vorige week. In de eerste helft van dit jaar werden in Nederland 17.000 nieuwbouwwoningen verkocht, 14 procent meer dan vorig jaar, en twee keer zoveel als in 2013. Projectontwikkelaars zouden door trage procedures niet genoeg nieuwe projecten in kunnen plannen. „We hebben nieuwbouw nodig die flexibel met de markt mee ademt”, aldus de NVB.

Meeademen? De bouwsector ligt nog uit te hijgen van de crisis die in 2008 begon. In 2013 meldde het CBS dat er in de bouw 50.000 banen waren verdwenen – de werkloosheid in de sector liep op tot 11 procent.

Deze crisis had één voordeel: bouwbedrijven moesten in de slechte jaren ook kleine projectjes aannemen, niet alleen Vinex-explosies van honderden woningen. Daardoor was er, per huis, meer tijd voor de afwerking. Bovendien scheidde de crisis het kaf van het koren – in de hoogtijdagen werkten er veel prutsklussers en flutschilders.

Nu gaat het weer zo goed in de bouw dat er weer slecht werk afgeleverd wordt. Aannemers en onderaannemers kampen met personeelsgebrek en kunnen niet leveren wat ze belogen (kruising tussen liegen en beloven).

Daarvan profiteren de honderdduizend zzp’ers in de bouw – dat zijn de bestelbusjes die voor dag en dauw de snelweg bevolken. Ze werken meer uren per week en in 2016 stegen hun uurtarieven al met 10 procent. 

Ook bij toeleveranciers zit de druk op de ketel. Je moet vechten om een afspraak met de senior sanitairspecialist. Ook in badkamerland is de planning krap en personeel schaars, legt hij uit.

Hadden die bouwers en ontwikkelaars maar wat minder haast. Het project waarin ik zelf een woning kocht, omvatte oorspronkelijk 17 huizen. Dat was te overzien. Totdat iemand besloot dat er zes extra woningen bij het project geveegd moesten worden. Dat scheelt de bouwer tijd en geld, maar daarmee verdween alle speling uit de planning.

Het gevolg: geen kans om fouten te corrigeren. Boze eigenaars, gefrustreerde onderaannemers en een uitvoerder die elke dag zachter gaat praten.

Bewoners die een jaar geleden nog vrolijk samen de eerste heipaal sloegen (dat schept een band), zouden nu liefst de aannemer de grond in timmeren. Tot aan het puntje van zijn stalen neus. Ook dat schept een band.

Marc Hijink vervangt Marike Stellinga tijdens haar vakantie.