‘Iedereen kan goed zijn in koken’

George Colombaris van MasterChef Australia is verrast door het succes van kookprogramma’s.

Het uitzicht vanaf de vijftiende verdieping van de Amsterdam Tower is schitterend. George Calombaris (37), jurylid van het best bekeken kookprogramma ter wereld, neemt het uitzicht in zich op. Hij heeft het druk; gisteren zat hij in India, vandaag is hij in Amsterdam, morgen in Griekenland. We spreken hem over de aanhoudende populariteit van zijn programma.

Het concept van televisiekookwedstrijd MasterChef werd in 1990 in Engeland bedacht. De huidige hype begon met MasterChef Australia, in 2009 voor het eerst op tv. Het programma, dat deze week aan het achtste seizoen begon op SBS6, wordt in 180 landen uitgezonden. Sinds 2010 is er ook een Nederlandse variant. En het in Nederland immens populaire Heel Holland bakt is gestoeld op hetzelfde idee als Masterchef: mensen die tegen elkaar strijden in de keuken.

Kooktelevisie groeit nog altijd in populariteit. In Nederland keken mensen gemiddeld 17,5 uur in 2015, drie uur meer dan in 2012, volgens Stichting KijkOnderzoek (SKO). De kijktijd voor spelshows en talentenjachten neemt juist af.

Calombaris is sinds het begin van de show jurylid, met twee anderen. Zijn carrière in de keuken begon als afwasser in een pastarestaurant. Tegenwoordig heeft hij zeven restaurants, waarvan het beste etablissement twee Chefs Hats heeft, Australische Michelinsterren.

Nadat hij jurylid werd, groeide hij uit tot een veelgevraagde culinaire wereldster. Hij is niet alleen in Nederland om zijn zoveelste kookboek te presenteren, maar lanceert hier ook een vitaminenlijn.

Elkaar wat gunnen

De Engelse variant van MasterChef is sober, de Amerikaanse show lijkt onder leiding van de scheldende chef-kok Gordon Ramsey meer op een kruising tussen een realityserie en een show van Jerry Springer. De Australische variant slaat wereldwijd aan.

Down under is de sfeer vriendelijk en lijken de deelnemers elkaar wat te gunnen. Dat komt mede door de houding van de juryleden. Calombaris: „Ik doe niet mee om te treiteren. Ik ben hun mentor, kritisch, maar ook om ze te steunen.”

Er duiken weleens geruchten op dat alle onenigheid tussen de deelnemers wordt weggeknipt in het montageproces. Calombaris ontkent dat, maar geeft toe dat er bij de selectie van deelnemers goed naar karakter gekeken wordt. „Ze moeten maanden met elkaar in huis wonen. En ik tolereer geen ruzie in de keuken.”

Wat ook werkt, is volgens Calombaris de geloofwaardigheid van de show. „Hoeveel van die kookshows geloof je nog? Ik werk in mijn restaurants, dat geeft mij het gezag om als jurylid te komen opdraven.

Calombaris is verrast door het succes van kook-programma’s. „Ik denk dat het komt doordat ze divers zijn. Het maakt niet uit wie je bent of waar je vandaan komt. Iedereen tussen de negen en negentig jaar kan goed zijn in koken.”

Die brede doelgroep werkt in het voordeel van kookprogramma’s in een tijd waarin conflict-televisie en realityseries de programmering domineren. „Je kunt ernaar kijken met je negenjarige dochter zonder bang te zijn dat iemand gaat schelden”, zegt Calombaris. „Ze nemen de rol van familieprogramma’s over.”

Helemaal bijzonder aan het succes is dat het kookprogramma’s ontbeert aan het belangrijkste van eten: ruiken en proeven. Waarom koken op televisie dan toch werkt, komt volgens Calombaris door iets vergelijkbaars als de beleving in een restaurant. „Als een ober het eten op tafel neergooit en wegloopt zonder iets te zeggen, smaakt het een stuk minder dan wanneer hij je even in de ogen kijkt, en vertelt wat er voor je neus staat. Daarom vragen we de kandidaten altijd waarom ze iets maken. Het is daarna aan ons om over de smaak te vertellen.”