Hoe Duitse druk Europa herschikt

Net als veel Europese collega’s ging Angela Merkel de avond van het Britse referendum naar bed met de gedachte dat het met een sisser zou aflopen. Des te harder de klap de volgende morgen. In Berlijn was tevoren niet nagedacht over scenario’s voor een Unie zonder Groot-Brittannië. Een Brexit was ondenkbaar. Inmiddels deed de zomerstop zijn heilzame werk; wegkijken kan niet meer en een politiek antwoord is nodig. De bondskanselier neemt het heft in handen met een tournee en ontvangsten. Ze treft deze week liefst vijftien regeringsleiders. Maandag was ze samen met François Hollande op bezoek bij Matteo Renzi op een eilandje voor de Italiaanse kust. Op de dinsdagse NRC-voorpagina stond het vliegdekschip waarvandaan het trio aan land kwam; met zulke foto’s kan de Italiaanse gastheer zijn geluk niet op. Na jaren van frustratie over machtsdriehoek Parijs-Londen-Berlijn, waarbij het ondanks een vergelijkbaar bevolkingsaantal nooit kon aanklampen, verschijnt Italië door de Brexit ineens als onbetwist derde grote lidstaat: ‘de nieuwe Grote Drie’. Maar Merkel regisseert ook andere clubjes. Vandaag is ze in Warschau voor een treffen met de premiers van Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije. Morgen is de Balkan aan de beurt, met Bulgarije, Kroatië, Slovenië alsook Oostenrijk. Dit laatste land ligt niet op de Balkan, maar voor Wenen, ooit hoofdstad van het Habsburgse Rijk, is de regio nog economisch en diplomatiek achterland. Deze indeling geeft Oostenrijk, trouwe vazal en aan de Duitse economie geklonken, een brugfunctie tussen Europa’s nieuwe centrum Berlijn en de zuidoostelijke periferie.

De bondskanselier vult een gat dat anderen laten vallen. Ze kruipt in de rol van een coördinerende voorzitter van de Europese Raad, niet achter de schermen maar in het volle licht. De échte voorzitter, Donald Tusk, was vorige week ook in Berlijn en heeft een parallel bezoekcircuit, maar maakt nog niet duidelijk wat hij wil. Merkel kan deze rol op zich nemen dankzij haar twaalf jaar ervaring en Duitslands economische en politieke macht. Maar ook omdat, afgezien van de Brusselse instellingen, alleen Duitsland vandaag nog voor de gezamenlijkheid denkt. Andere landen bezien de EU vanuit hun eigen problemen, hobby’s en dingetjes. Zelfs Frankrijk, dat op crisismomenten altijd het voortouw nam, laat het afweten op het ideeënfront.

En Nederland? Deze namiddag wordt Mark Rutte in Berlijn verwacht. Na een tête-à-tête met Angela (net terug uit Warschau) volgt een groepsdiner. Ons land is ingedeeld met Denemarken, Zweden en Finland. Toch opmerkelijk: zijn we Scandinaviërs geworden? Onze diplomaten, gewend elke protocollaire verschuiving te duiden, voelen zich er niet senang bij. Denemarken en Zweden zitten niet in de euro en doen dus aan cruciale discussies niet mee; als bondgenoten heb je er weinig aan. Maar waar moet de gastvrouw ons dan neerzetten?

Vanouds was het antwoord: aan tafel met de Belgen en Luxemburgers. Maar onze Beneluxpartners zitten op een veel pro-Europesere koers dan wij. Qua lauwwarm Europees sentiment lijkt Nederland meer op Finland (wel in de euro) of Denemarken (waar de zusterpartij van de PVV het uitstekend doet); ook de Scandinaviërs zijn verweesd door het Britse vertrek. Speelt Berlijn met Den Haag richting Scandinavië het spel dat het speelt met Wenen en de Balkan? Moedigt Mutti Merkel ons aan het leiderschap op ons te nemen van een noordelijk front, tegenwicht tegen zuidelijke krachten?

Dan kan Duitsland zelf zitten waar de kanselier zich politiek het beste thuis voelt: in het midden.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel. Deze column is wekelijks.