Hij bepaalde zelf wel hoe hij leefde

Willem de Galan (1928-2016) was een oom met excentrieke trekjes. Hij hield niet van familie, haatte spelletjes en koesterde een overzichtelijk wereldbeeld.

Willem de Galan, links met zijn broers Leo (midden) en Cees (rechts) bij de Leo’s promotie in de jaren zeventig.

Een keer per jaar keek ik naar het gezicht van mijn in 1987 overleden vader. In een restaurant, gezeten aan een tafeltje tegenover mijn oom Wim: hetzelfde gegroefde voorhoofd en springerige haar, dezelfde borstelige wenkbrauwen en nicotinevingers. Twee druppels water, op de oogopslag na. Mijn vader keek melancholiek de wereld in. De blik van oom Wim stond op donderjagen.

Zijn favoriete uitdrukking was: ‘Leuk!’ Het was leuk als de biefstuk met friet werd gebracht, leuk als er geen ‘konijnenvoer’ (groente of sla) bij werd geserveerd, en het werd nog leuker als het etentje werd afgesloten met Dame Blanche.

Willem de Galan, die eerder deze maand op 88-jarige leeftijd overleed, was organisatiedeskundige. Wij hadden geen contact, tot hij op een dag een in eigen beheer uitgegeven boekje opstuurde met daarbij het verzoek hem te bellen. Vanaf dat moment zagen we elkaar een keer per jaar. In januari gingen we uit eten.

Hij had de regie maar veinsde dat hij die uit handen gaf. Ik mocht het restaurant uitzoeken, hij bepaalde de contouren: niet etnisch, niet duur, niet chique en Dame Blanche als dessert. Het kwam erop neer dat we altijd in hetzelfde dorpscafé aten. Hij bestelde voor twee, dat scheelde gedoe met de menukaart. Hij gedoogde dat ik wijn dronk. Zelf dronk hij bier.

Aan tafel deed hij zijn visie op de maatschappij uit de doeken. Die had de charme van de eenvoud: ambtenaren waren uitvreters, beleid van politici verkeerde per definitie in zijn tegendeel en aan het bedrijfsleven moest ruim baan worden gegeven.

Als organisatieadviseur zag hij zichzelf als een soort dokter. Bedrijven ‘met buikpijn’ konden op hem rekenen. Hij schreef geen lijvige rapporten maar deed suggesties. Hij had lak aan representatie, hees zich met tegenzin in een pak. Hij hield van auto’s maar pronkte er niet mee. Het woord ‘turbo’ liet hij verwijderen, daarmee kon je niet bij klanten aankomen. Hij had excentrieke trekjes: mannen met baarden waren volgens hem niet te vertrouwen.

Hij werkte eerst voor Berenschot, nam zelf de teugels in handen met het bureau De Galan & Voigt, maakte een doorstart met de Galan Groep en vestigde zich tot slot als zelfstandige. Zodra het ergens liep begon hij zich te vervelen. Een veilige baan was voor hem een nachtmerrie. Geldingsdrang vertaalde zich in verkassen.

Willem de Galan was de oudste van drie zonen. Na hem volgden Cees (mijn vader) en Leo. Hun vader, Cor de Galan, had zich van onderwijzer opgewerkt tot chef personeelszaken op Schiphol. Hij was veeleisend; zijn kinderen waren voorbestemd tot hoogleraar, een tree hoger op de maatschappelijke ladder. Cees en Leo voldeden aan de verwachtingen, Willem faalde. Zijn schooltijd omschreef hij als ‘een lijdensweg’. Hij moest er ‘antwoorden uit zijn hoofd leren op vragen’ die hij niet had, haalde slechte cijfers.

Traumatisch was ook dat hij zich niet thuis voelde in de dwangmatige spelletjescultuur van het gezin. In huize De Galan werd gesjoeld, geschaakt en gebridged. Willem was spelbreker; het maakte hem niet uit of hij won of verloor. Hij wilde naar buiten, sleutelen aan zijn brommer, achter de meiden aan. Hij had een temperament van kwikzilver, in een gezin dat het leven serieus nam. De familiereünies wilden later maar niet gezellig worden. Willem las stripboeken, Cees de krant en Leo hield zijn vakliteratuur bij, terwijl hun echtgenotes of vriendinnen zich bekwaamden in small talk. De kinderen hingen er zo’n beetje bij.

Het was ook een kwestie van een andere kijk op het bestaan. Cees was een man van de jaren zeventig. Een sociaal-democraat; zijn held was oud-kanselier Willy Brandt van Duitsland. In de pretogen van Wim weerspiegelde zich het tijdperk daarna. Hij hield niet van politiek, kon zich vinden in de woorden van oud-premier Margaret Thatcher van Groot-Brittannië: ‘De maatschappij bestaat niet.’ Leo hield het midden tussen zijn beide oudere broers.

Familie interesseerde Willem niet. Zo vertelde hij me zonder emotie dat hij ooit een opdracht bij Unilever had aanvaard waarin de afdeling van Leo op het spel stond. Hij had geadviseerd die op te doeken, broer of geen broer. Dat was niet persoonlijk bedoeld, het was zijn vak.

Vorig jaar vroeg ik of hij er bezwaar tegen had als mijn dochters de volgende keer zouden aanschuiven. Daar voelde hij niets voor. Later kwam hij er op terug. Zijn echtgenote had hem op andere gedachten gebracht. Hij zou het nu ‘zelfs op prijs stellen om de beide meiden te ontmoeten’. Daar is het niet meer van gekomen.

De regie houden hield ook in: het tijdstip van zijn dood bepalen en de rouwadvertentie opstellen. Daarin stond dat de crematie in besloten kring heeft plaatsgevonden. Dat klopt niet. De crematie was besloten, maar er was geen kring.