Het is hoog zomer, ook in de economie

Conjunctuur

Het zal wellicht niet opvallen, maar we leven op dit moment in een economische hoogconjunctuur. Al is die niet zo uitbundig als vroeger.

Foto ANP / Bart Maat

Deze week neigde niet alleen het weer in Nederland naar tropische waarden. Hoewel de toon van het maatschappelijke debat misschien anders doet vermoeden, is het zomer in de economie. Het gaat zo goed, dat het zelfs lastig wordt om een bedrijvigheid, indicator of sector te noemen waar de seinen niet gillend op groen staan. Het is, samengevat, hoogconjunctuur.

Daarbij gaat het niet om prognoses, verwachtingen of projecties, maar om de werkelijkheid van nu. Hoe denken burgers en ondernemers over de economie, wat gebeurt er in de bedrijvigheid, op de huizenmarkt, op de arbeidsmarkt, bij de investeringen en alle andere metingen die op de economie kunnen worden losgelaten?

Er zijn vier fases in de economie, die met enige dichterlijke vrijheid te vergelijken zijn met de seizoenen. Er is ‘teruggang’ (herfst), waarbij de economie nog bovengemiddeld presteert maar de groei al afneemt. Dat gaat over in ‘laagconjunctuur’ (winter), waarbij de groei onder het gemiddelde is en daarbij ook nog verslechtert. Dan volgt het ‘herstel’, (lente), waarbij de groei nog onder het gemiddelde ligt, maar wel begint toe te nemen. Totdat er sprake is van ‘hoogconjunctuur’ (zomer): een bovengemiddelde groei, die ook nog verder verbetert.

ecografiek1

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) houdt dat bij. Een hoogconjunctuur doet zich voor als een grote meerderheid van die economische indicatoren zich al boven zijn langjarige gemiddelde bevindt en nog steeds verbetert.

Geen normale tijden

In het zogenoemde conjunctuurdashboard van het CBS is dat goed te zien. Van alle vijftien indicatoren die het CBS bijhoudt, van aantallen uitzenduren tot de bereidheid van consumenten om grote aankopen te doen, en van het aantal faillissementen tot de investeringen, krijgen er op dit moment liefst dertien het predicaat ‘hoogconjunctuur’.

Twee uitzonderingen zijn er: de industriële productie, die het overigens niet slecht doet maar wel herstelt van een eerdere geringe terugval. En de rente, die een speciaal geval is. De rente is uitzonderlijk laag, en in een normale conjunctuur zou dat niet zo zijn. Dan zou bij een hoogconjunctuur de rente juist oplopen omdat de inflatie al hoger wordt en de vraag naar krediet stijgt.

Maar dit zijn geen normale tijden. Sinds de financiële crisis van 2008 is de economie, met name in de westerse landen, in een toestand verzeild geraakt die steeds vaker ‘structurele stagnatie’ wordt genoemd. De inflatie is uitzonderlijk en hardnekkig laag of zelfs negatief, en de rente bereikt een steeds lager niveau. Centrale banken, die de rente voor de korte termijn bepalen, hebben hun tarieven al teruggeschroefd tot bijna nul of zelfs daaronder. En via aankopen op de financiële markten beïnvloeden zij ook de langlopende rentes. Die zijn nu ook op recordlaagte aanbeland.

Het doel daarvan is om de kredietverlening aan te wakkeren en vooral om de inflatie weer omhoog te krijgen. De ‘hoogconjunctuur’ waarin we ons nu bevinden is dan ook voor een groot deel kunstmatig veroorzaakt, met spectaculair en hoogst experimenteel monetair beleid. Hij is niet uit zichzelf ontstaan.

Daar komt bij dat in een periode van structurele stagnatie het hele begrip ‘hoogconjunctuur’ relatief is geworden. Kijk naar de hoogconjunctuur van rond de eeuwwisseling. De huizenprijzen gingen met 20 procent per jaar omhoog. De werkloosheid daalde tot 3 procent en de economische groei kwam vier jaar achtereen, van 1997 tot 2000, boven de 4 procent, met een uitschieter van 5 procent in 1999.

Dát was nog eens een hoogconjunctuur, en de huidige steekt daar nogal mager bij af. Wie naar de prognoses kijkt, mag dan ook niet al te veel verwachten. Het Centraal Planbureau voorziet dit jaar een gemiddelde economische groei van 1,7 procent en volgend jaar 1,6 procent.

Brexit-schrik

Daar zit enige Brexit-schrik in: de prognose werd licht verlaagd na het Britse ‘nee’ tegen de Europese Unie. Die vrees voor economische schade door de Britten kan al dan niet bewaarheid kan worden. Wellicht zijn de jongste data over de economie voor het CPB juist reden om de prognoses voor Prinsjesdag nog een tikje te verhogen.

Maar dat zal het dan ook zijn: een hoogconjunctuur in het post-Lehman-tijdperk waarin we al weer acht jaar leven, is kennelijk een betrekkelijk fenomeen. Geniet ervan zo lang hij duurt.

Net als bij de échte doorsnee Nederlandse zomer.