Artsen zonder Grenzen deed niets voor gegijzelde ontwikkelingswerker Mueller

De hulporganisatie Artsen zonder Grenzen weigerde te onderhandelen voor Kayla Mueller, een Amerikaanse ontwikkelingswerker die in 2014 in gijzeling werd genomen door IS. Dat blijkt uit een Amerikaanse tv-documentaire.

Beeld ABC

Ook al zat ze in een auto van Artsen zonder Grenzen toen ze werd gegijzeld door IS en was ze de partner van een werknemer, de organisatie weigerde te onderhandelen voor Kayla Mueller, de Amerikaanse ontwikkelingswerker die in februari 2015 omkwam na een gevangenschap van anderhalf jaar. Dit blijkt uit een reconstructie van Muellers maanden in gevangenschap door de Amerikaanse tv-zender ABC.

De zender sprak onder meer met drie voormalige werkneemsters van Artsen zonder Grenzen die in het voorjaar van 2014 zes weken samen met Mueller gevangen zaten in een verlaten olieraffinaderij bij Raqqa.

De ontwikkelingswerker was in augustus 2013 in Aleppo ontvoerd door IS-strijders terwijl ze samen met haar Syrische vriend, een chauffeur en een werknemer van een ziekenhuis in een auto van Artsen zonder Grenzen zat. Mueller was met haar vriend, die wel voor Artsen zonder Grenzen werkte, de Turks-Syrische grens overgestoken om hem te helpen met de installatie van een satelliet-internetverbinding in het ziekenhuis.

De drie Syriërs kwamen allen na een paar dagen vrij. Mueller, als Amerikaanse een grote trofee voor IS, bleef vastzitten.

Artsen zonder Grenzen onderhandelde rond dezelfde tijd succesvol met IS over zeven gegijzelde westerse werknemers, onder wie de drie vrouwen die samen met Mueller werden vastgehouden. Maar de organisatie wilde voor Mueller niets doen. In de tv-film zegt de directeur van Artsen zonder Grenzen Amerika, Jason Cone, dat AzG Mueller als Amerikaanse nooit naar Syrië zou hebben laten reizen als ze hiervan geweten hadden. Onderhandelen voor een Amerikaanse buitenstaander zou bovendien andere teams van AzG in gevaar brengen.

„Ik denk niet dat er een morele verantwoordelijkheid was”, zegt Cone in het interview.

„We kunnen niet in de positie komen dat we moeten onderhandelen voor mensen die niet voor ons werken.”

Uit de film blijkt daarnaast dat AzG gedurende twee maanden twee brieven van Mueller achterhield, plus een e-mailadres van IS dat de drie vrijgelaten AzG-werkneemsters uit het hoofd hadden moeten leren. Mueller had de brieven in maart 2014 aan haar medegevangenen meegegeven toen zij werden vrijgelaten. Eén ervan bevatte de prijs die IS voor haar vrijlating vroeg: 6,2 miljoen dollar.

Toen Muellers ouders de brieven, met daarin de eis voor losgeld, en het e-mailadres in bezit kregen, begonnen zij met medewerking van de FBI met de gijzelnemers te onderhandelen. Een gepensioneerde FBI-onderhandelaar die niet bij de zaak betrokken was, zegt dat de vertraging en de aanvankelijke stilte de kansen van Mueller heeft geschaad.

Volgens AzG had Mueller zelf verzocht de brieven te bewaren tot alle AzG-leden vrij waren, maar haar medegevangenen ontkennen dit.

De onderhandelingen tussen IS en Muellers ouders vielen stil toen de Amerikaanse regering in het najaar van 2014 begon met het bombarderen van IS. Tegen die tijd was Mueller overgedragen aan het Tunesische echtpaar Abu en Umm Sayyaf, IS-kopstukken die haar bewaakten. Samen met een aantal Yezidi-meisjes fungeerde de Amerikaanse als seksslavin voor IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi, zo hebben ontsnapte meisjes verteld. In februari 2015 kwam Mueller om onopgehelderde omstandigheden om het leven – volgens IS door een coalitiebombardement, maar dit wordt door het Witte Huis ontkend. Na haar dood spraken Muellers ouders zich woedend uit tegen het officiële Amerikaanse beleid niet te onderhandelen met gijzelnemers.