Als Europa ten gronde gaat, moeten we erbij zijn

Een leven tussen schrijvers in mondaine badplaatsen en culturele hoofdsteden: het heeft iets romantisch, ook al leefden de meeste van die schrijvers in ballingschap en op de pof. In de roman Kind van alle landen (Kind aller Länder, 1938) prikt de Duitse Irmgard Keun (1905-1982) door die romantiek heen door een kind te laten vertellen over een leven op de rand van oorlog, hongersnood en waanzin.

Opgejaagd van land naar land en altijd op zoek naar geld, dat is de realiteit waar het tienjarige meisje Kully en haar ouders in leven: ‘Zodra we in een stad aankomen, zijn we alweer vreselijk bang dat we er nooit meer wegkomen. We zitten eigenlijk altijd in elk hotel en in elke stad gevangen en vooral omdat we geen geld hebben, zitten we vanaf de eerste dag alweer te denken aan hoe we kunnen ontsnappen.’ Het heeft iets hartverscheurends als kinderen zich identificeren met de problemen van hun ouders en praten in de ‘wij’-vorm.

De familie kan Duitsland niet meer in sinds Kully’s vader Peter, gemodelleerd naar Joseph Roth, kritisch over de regering heeft geschreven. Hij is een drankorgel en charmeur, een hosselaar met manuscripten die al dan niet bestaan. Herhaaldelijk laat hij Kully achter in restaurants en hotels als onderpand, terwijl hij op zoek gaat naar geld om de rekening te betalen. Het is behalve hartverscheurend ook komisch. ‘Plotseling was mijn vader er,’ vertelt ze over zo’n voorval, ‘hij kuste mij en vroeg: „Dacht je dat je vader je zou vergeten?” „Ja,” zei ik.’

Het is dus niet zo gek dat Kully wereldwijs is geworden – ze heeft gezeild in Denemarken, viert carnaval in Nice, gaat naar een communistische bijeenkomst in New York en beweert Engels, Pools, Frans en Duits te spreken. Ze weet alles van paspoorten en visa. Maar ze blijft een kind, hoezeer ze ook ‘van alle landen’ is. Ze houdt schildpadden als huisdier en pakt haar koffer vol reuzenkrabben en lamskoteletten om te bewaren voor later.

De dieren gaan dood en het eten bederft. Het is 1938. De volwassenen praten over Hitler, en Oostenrijk wordt ingenomen, maar hoe dat precies zit, zal Kully later wel uitvinden. De familie regelt een overtocht naar Amerika, maar strandt in Amsterdam. ‘Europa is ons vaderland,’ zegt vader Peter, ‘als het echt te gronde gaat, moet ik erbij zijn.’ Je houdt je hart vast.