Zonovergoten schilderijen

Reportage Lourens Alma-Tadema

Zijn atelier liet Lourens Alma-Tadema met aluminiumverf beschilderen om het licht te laten weerkaatsten. Al dat licht zie je terug op zijn doeken.

Fragmenten van Een liefdesbericht en Onbewuste rivalen van Lourens Alma-Tadema. ©

De kans is groot dat tijdgenoten van Lourens Alma-Tadema in het schilderij Een liefdesbericht het interieur van zijn huis herkenden. De geschakelde koepel met het goudkleurige ornament erbovenop die zichtbaar is door het open raam, hadden ze eerder kunnen zien op foto’s van zijn huis in architectuurblad The Architect. Het was de koepel waar de schilder vanuit zijn atelier op uitkeek. In Onbewuste rivalen herkenden diezelfde tijdgenoten misschien het bijzondere perspectief: de hoge, nisvormige ruimte die zijn eigenlijke atelier vormde, en waar je inkeek vanaf een open galerij. Ook wie geen architectuurbladen las, was vast wel eens foto’s tegengekomen van dat atelier, of van de rest van het huis van de kunstenaar, in een van de talrijke kunstbladen.

De Friese Lourens Alma-Tadema (1836-1912), of Lawrence zoals hij zich liet noemen nadat hij in 1870 in Londen was gaan wonen, was in zijn tijd waarschijnlijk de bekendste levende Nederlandse schilder. En net als andere gevierde kunstenaars, doorgaans bekende societyfiguren, gebruikte hij zijn zelf ontworpen huis om zijn positie als trendsetter te versterken. „Zoals u ziet is de overheersende kleur momenteel zilverachtig wit, en dat komt volgens mij het beste overeen met mijn huidige stemming, artistiek gesproken”, becommentarieerde hij in 1899 in Illustrated Interviews zelf zijn atelier.

Het weelderige, antieke leven

Het citaat staat in de catalogus bij de Alma-Tadema-expositie in het Van Goghmuseum in 1996. Op 1 oktober opent opnieuw een expositie over hem, Alma-Tadema, klassieke verleiding, de grootste tentoonstelling ooit van het Fries Museum: zo’n tachtig werken uit de VS, Mexico, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Italië en Turkije komen ervoor naar Leeuwarden.

Samen zullen ze Alma-Tadema laten zien als de goed verkopende kunstenaar die hij was, de schilder van het weelderige, antieke leven, waar alle vrouwen voluptueus waren en kostbare gewaden, waardevolle objecten en marmeren beelden hun entourage vormden. Bijzonder gewild, laat-Victoriaans escapisme was het. Alma-Tadema’s werken hingen in salons over de hele wereld.

Dat het Alma-Tadema lukte om in het koude, grijze Londen op zijn doeken een luxueuze, zonovergoten sfeer te scheppen, had alles te maken met zijn huis. Ook dat wil het Fries Museum laten zien, met foto’s en tekeningen van het interieur. Ook krijgen de muren van het museum de in zijn werk belangrijkste kleuren, en komen er doorkijkjes – of de illusie ervan – zoals hij die had laten aanbrengen in zijn huis. In Grove End Road 17 ontbraken deuren. Het was één grote, open ruimte met in elkaar overvloeiende vertrekken, vaak op verschillende niveaus.

Maar eerst het licht. Want wat was zo bijzonder dat een briefschrijver in The Times nog in 1913, een jaar na zijn dood, kon schrijven: „Er zit meer echt zonlicht en joie de vivre in een paar vierkante centimeter van zijn schilderijen dan in de hele productie van de Impressionistische School”?

Lichtinval was een probleem voor schilders die niet de natuur in trokken, en veel Londense kunstenaars in die tijd hadden, vooral voor in de winter, serre-achtige ateliers. Ook Alma-Tadema had zo’n serre in zijn eerste Londense woning, Townshend House. Maar toen hij in 1886 verhuisde naar Grove End Road ging hij een stap verder: de binnenkant van zijn nisvormige atelier, in feite een halve koepel, liet hij beschilderen met aluminiumverf.

Blinkende koepel

Die blinkende koepel weerspiegelde het licht dat via drie grote, hoge ramen naar binnen viel. De aluminiumverf maakte bovendien dat er een heldere, zilverwitte tint kwam te liggen op mensen en objecten in het atelier, alsof er een felle zon op scheen. „Het was alsof het licht van alle kanten kwam”, zegt Frank van der Velden, als projectleider verantwoordelijk voor de tentoonstelling, „en die zonovergoten atmosfeer zie je terug op de schilderijen.”

Het Fries Museum had dat licht willen nabootsen met verborgen ledverlichting, maar dat bleek duur en ingewikkeld. Wel is straks de ontwikkeling van de kunstenaar te volgen aan de hand van kleurvlakken op de zaalmuren: rood voor de tijd waarin Pompeï zijn inspiratiebron vormde, grijsgroen voor het behang in Townshend House, en tenslotte dus zilverwit („daar gaan we metallic voor gebruiken”), de bijna doorzichtige kleur van Alma-Tadema’s latere, meest opzienbarende werken.

Dan de doorkijkjes, „die aanvoelen alsof nabijheid en verte zijn verbonden in één grote, uitdijende ruimte, net als bij antieke tempels”, zegt Paul Toornend, architect en door het Fries Museum aangetrokken om die sfeer tijdens de tentoonstelling op te roepen. Zijn ontwerp bestaat uit op pilaren lijkende, witte balken, aan een muur bevestigd of staand in de ruimte.

Al met al zullen zes zalen worden gevuld met schilderijen, objecten, foto’s, tekeningen en, in de laatste zaal: filmfragmenten, geprojecteerd pal boven de schilderijen waar ze op zijn geïnspireerd. Want ook dat is Alma-Tadema: nadat impressionisme, fauvisme en kubisme hem hadden ingehaald en hij in de vergetelheid was geraakt, werden zijn ogenschijnlijk op het dagelijks leven in Pompeï of Rome gebaseerde scènes gebruikt als blauwdruk voor films: L’Orgie Romaine (1911), Quo Vadis, Gli ultimi giorni de Pompeï (beide 1913).

En nu, meer dan honderd jaar na zijn overlijden, is Alma-Tadema terug. Een schilderij dat in 1960 nog voor 250 pond kon worden aangeschaft door een Londense galerie, bracht op een veiling in 2010 zo’n 36 miljoen euro op. Ook als inspirator van films telt hij weer mee: voor de Oscarwinnende film Gladiator (2000) en voor Exodus (2014) bestudeerde regisseur Ridley Scott zijn schilderijen: „We wilden de klassieke Oudheid echt leven inblazen en daarbij was het werk van Alma-Tadema enorm behulpzaam.”