Zo wordt ‘Groot-Groningen’ gecreëerd

Opinie Driekwart van de inwoners van Haren wees Groningen per referendum af. De provinciehoofdstad wil het dorp alleen maar opslokken om de vijfde gemeente van Nederland te worden, betogen Auke van der Woud en Gustaaf Biezeveld.

Illustratie Hajo

Illustratie Hajo

Aan het eind van de negentiende eeuw verhuisden veel welgestelde stadbewoners naar een landelijke buurgemeente. Ze bleven natuurlijk profiteren van de voorzieningen van de grote stad. Annexatie van zo’n buurgemeente maakte dan een eind aan ‘parasitaire randbebouwing’.

Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Steden met regionale voorzieningen krijgen extra geld uit het gemeentefonds van de rijksoverheid. In de stad Groningen is het verlangen om de groene gemeente Haren in te lijven echter nooit verdwenen. Nu leidt het provinciebestuur de annexatie. Half september wordt het herindelingsontwerp vastgesteld. Groningen kan zo de vijfde gemeente van Nederland worden en aan belangrijke onderhandelingstafels aanschuiven. Eindhoven moet dan plaats maken. Hoe de provincie te werk gaat is onthutsend, niet alleen vanuit Harens perspectief. Het gaat om rechtsstaat en behoorlijk bestuur. En om de relatie tussen overheid en burger: vertrouwen in de overheid en de principes van democratie.

Het begint met de afspraak in het regeerakkoord van VVD en PvdA dat kleine gemeenten moeten fuseren om gedecentraliseerde rijkstaken te kunnen uitvoeren. De provincie Groningen maakte toen het plan om het aantal gemeenten tot zes te reduceren en Haren bij de stad te voegen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 konden inwoners van Haren zich per raadgevend referendum uitspreken over een voorlopig raadsbesluit tot herindeling met Groningen en de gemeente Ten Boer. De opkomst was 74,5 procent. Driekwart was tegen.

Bij de Statenverkiezingen van 2015 bleek dat overal in de provincie naar een andere, niet-regenteske bestuurscultuur werd gesnakt. Er kwam een provinciebestuur van SP, D66, CDA, ChristenUnie en GroenLinks, partijen die referenda gewoonlijk serieus nemen. Het college-akkoord belooft dat het herindelingen niet van bovenaf zal opleggen.

De gemeenteraad van Haren besloot vervolgens zelfstandig te willen blijven, mede omdat duidelijk was dat Haren de gedecentraliseerde taken goed kon uitvoeren.

Toen greep de provincie in. Een extern bureau moest de vraag beantwoorden of Haren zelfstandig kon blijven. ‘Nee, tenzij’, concludeerde dat bureau, vanwege een aantal tekortkomingen. De provincie gaf Haren de opdracht op twee manieren te onderzoeken hoe die zwakke punten konden worden opgelost: door in ‘open overleg’ met Groningen en Ten Boer te bezien hoe dit via een fusie kon, en door een visie te schrijven over hoe Haren het op eigen kracht kon doen. Het gemeentebestuur zou dan moeten afwegen ‘waar men de inwoners van Haren het beste mee dient’ en uit de twee varianten een keus maken.

Welk recht had de provincie om Haren hiertoe te verplichten? Ze beriep zich op artikel 8 van de Wet algemene regels herindeling. Het bijbehorende landelijk beleidskader laat echter zien dat dit artikel niet van toepassing is. Het kan alleen worden ingezet na jarenlange fusiegesprekken tussen gemeenten zonder resultaat, of bij urgente problemen die naar het oordeel van de provincie alleen met herindeling kunnen worden opgelost. Fusiegesprekken zijn er nooit geweest, en voor de provincie stond klaarblijkelijk niet vast dat herindeling de enige oplossing was. Anders gaf zij Haren niet de kans een eigen verbeterplan te maken. Dat de provincie artikel 8 wilde toepassen, wist Haren overigens niet.

Bij de uitvoering van het artikel 8-besluit zijn de beginselen van behoorlijk bestuur door de provincie met voeten getreden. Onder haar regie ging het ‘open overleg’ vrijwel alleen over de creatie en de kansen van ‘Groot-Groningen’, nauwelijks over Haren en oplossingen voor zijn zwakke punten, en al helemaal niet wat dit voor de inwoners van Haren concreet inhield.

Aldus stuurde de provincie erop aan dat de gemeenteraad de opgedragen afweging niet kon maken. Heimelijk liet ze het verbeterplan van Haren door een extern bureau beoordelen. Zonder onderzoek te doen en met slecht onderbouwde redeneringen liet dit bureau van het gemeentelijke plan niets heel. De provincie publiceerde het rapport vijf dagen voordat de gemeenteraad de visies zou afwegen.

De overval toonde dat de provincie zelf wel uitmaakt wat het beste voor inwoners van Haren is. Zo werd weer een belofte verbroken. De verantwoordelijke gedeputeerde had Provinciale Staten verzekerd dat met het artikel 8-besluit het bestuur van Haren de gelegenheid kreeg om ‘in het belang van de inwoners van Haren daadwerkelijk keuzes te maken’.

In de raadsvergadering waarin de twee visies werden afgewogen, viel de keuze op het eigen verbeterplan, inclusief een ombuigingsplan dat de financiële zwaktes herstelt. De provincie wees het af, hoofdzakelijk wegens ‘het kwetsbare financiële perspectief’, hoewel het begrotingstoezicht door de provincie nooit heeft uitgewezen dat Haren in de gevarenzone verkeert. Schokkend dat zij haar oordeel niet baseert op eigen analyses, maar op rapporten van externen, ‘waaruit feiten naar voren [zijn] gekomen die een zelfstandige toekomst van Haren ingewikkeld maken’. Dus niet: onmogelijk maken. Waarom krijgt Haren dan niet de kans zijn verbeterplan uit te voeren?

De overheid creëert zelf boze burgers, zei de nieuwe commissaris van de Koning in Groningen, René Paas, kort voor zijn installatie. Het gebeurt onder zijn ogen.